THUISKOMST / HÖLDERLIN


Het onderstaande fragment uit Hölderlins gedicht ‘Heimkunft’ is me – vooral in deze periode van mijn leven – uit het hart gegrepen.


“Nenn ich den Hohen dabei? Unschikliches liebet ein Gott nicht,
Ihn zu fassen, ist fast unsere Freude zu klein,
Schweigen müssen wir oft; es fehlen heilige Namen,
Herzen schlagen und doch bleibet die Rede zurück.”
(fragment uit het gedicht ‘Heimkunft – And die Verwandten’, in: Friedrich Hölderlin, Werke und Briefe, Herausgegeben von Friedrich Beissner und Jochen Schmidt, Insel Verlag, Frankfurt am Main, 1969, 122.).

“Noem ik de naam des Hoogsten daarbij? Hij weigert de wanklank,
om hem te vatten is haast zelfs onze vreugde te klein.
Zwijgen moeten wij vaak, ons ontbreken heilige namen,
hoezeer het hart in ons bonst, toch blijft de spraak ons ontzegd.”
(fragment uit ‘Thuiskomst’, uit: Friedrich Hölderlin, Gedichten, de Prom, 1988, 227, vertaling door door Ad den Besten.)

Over die vertaling valt veel te zeggen, maar dat zou me te ver leiden, voorbij de taal, waarover ik zelf op dit uur van de dag niet beschik. Waar het mij hier inderdaad om gaat is dat mij de taal, het woord, de rede, de logos ontbreekt. Hoe deel ik dit in vredesnaam mee?

Auteur: Martin Pulaski

Schrijver, blogger, DJ, moderne romanticus. Verslaafd aan muziek, film, boeken, kunst, steden. Radioprogramma ‘Zéro de conduite’ op Radio Centraal 106.7 fm in Antwerpen.

4 gedachten over “THUISKOMST / HÖLDERLIN”

  1. Ontbreken van de taal.
    Ik haat soms haar wispelturigheid als ze ontoegankelijk blijkt (op late of vroege uren of op dagen met die nood aan haar, die momenten dat je wou dat ze er was).
    Zoeken bij andermans woorden… Ja, soms helpt dat om uit te drukken wat in me leeft.
    EN hier is het een genoegen dat jij ‘hiernaar’ greep.

    Ik wens je daarenboven nog veel (woorden) van jezelf, gewoon omdat ik die graag lees (wat een egoïsme niet waar?)

    Like

Reacties zijn gesloten.