EEN MAN VAN BIJZONDERE EIGENSCHAPPEN

musil

In Karl Corino’s ‘Musil-Een biografie’, een verbluffend werk, las ik een passage die ik de lezers van hoochiekoochie niet wil onthouden.

In 1913 gaf Robert Musil, toen 33, zijn baan als bibliothecaris in de Technische Hogeschool te Wenen op. Hij had er nauwelijks een boek aangeraakt, aangezien hij bijna voortdurend in ‘ziekteverlof’ was. Musil had al een tijdje het plan opgevat om te solliciteren voor een betrekking als redacteur bij de uitgeverij S. Fischer, in Berlijn, meer bepaald voor het toonaangevende literaire tijdschrift ‘Die Neue Rundschau’. Ondanks zijn status als auteur, vooral na het kritisch succes van ‘Die Verwirrungen des Zöglings Törless’ (in het Nederlands vertaald door Frank Diamand), werd hij niet zomaar meteen aangeworven. Een aantal werknemers van S. Fischer, waaronder Moritz Heiman, moest de sollicitant beoordelen. Het is een fragment uit diens beoordeling van Musils geestelijke fysionomie dat ik hier graag citeer:
“De heer Musil”, schrijft Heiman, “is zonder twijfel een man van bijzondere eigenschappen: ontwikkeld, rijk aan kennis, met een diep reikend en scherp verstand. Hoogst talentvol, en bovendien in sociaal opzicht intelligent en scherpzinnig.
Nochtans had ik – niet een bedenking, maar toch een ‘ter overweging’. Zijn talent, dat onbuigzaam is en hard als diamant, is toch ook taai en ontbeert productiviteit in eigenlijke zin, waar ik niet de kwantiteit van het geproduceerde onder versta, maar een typische, moeilijk te definiëren spanning. Geheel in overeenstemming daarmee is dat zijn natuur en zijn geest om zichzelf heen cirkelen, dat ze in al hun instincten exclusief zijn en dat ze slechts uit hoffelijkheid van hoogmoed afzien.”

De cursivering is van mij. Merkwaardig is immers de omschrijving ‘een man van bijzondere eigenschappen’, daar Musil niet veel later zijn levenswerk, De man zonder eigenschappen, zou aanvatten, wat zonder twijfel zeer veel autobiografische elementen bevat.

RED DE SOLIDARITEIT

logo

Op de blog Roen’s Ranch van Roen het Zwoen las ik een schitterende aanval tegen het Vlaams nationalisme. Zijn pamflet is bovendien een hartverwarmend pleidooi voor solidariteit met Wallonië. Roen roept op om de petitie voor solidariteit in België meteen te ondertekenen, voor het te laat is. Ik sluit me aan bij Roen, heb de petitie al ondertekend, en roep de lezers van mijn blog nu zelf ook op om hetzelfde te doen.

CHINESE DOODT GELIEFDE MET EEN GIFKUS

nieuws,destandaard,chinezen,liefde,haat
Edvard Munch, Jaloezie.

“Een Chinese vrouw die haar geliefde heeft vermoord via een kus waarmee ze hem gif toediende, is ter dood veroordeeld. Xia Xinfeng bracht tijdens een zoen een capsule met rattengif over van haar mond naar de mond van haar vriend. De vriend slikte de capsule in en overleed korte tijd later. Het stel had besproken dat als een van hen vreemd zou gaan, hij of zij dood moest. Xia had ontdekt dat haar geliefde met een andere vrouw had gepraat en ze vond dat hij daarmee zijn belofte had gebroken.”

Dat staat zwart op wit in De Standaard. Daar kan ik niets meer aan toevoegen. Nu moet ik eerbiedig zwijgen.

NIGHT AND DAY

De nacht. Blijvend duister dat ik keer op keer weer uitdrijf. Donkere zijde. Zwarte wildgroei die ik alsof ik hem zo kan snoeien van mij af schrijf.

Hier komt de dag. Nu ik mezelf opnieuw boven het witte blad verberg. Noodlotssymfonie die de groezelige daken van deze stad vervloekt. Slenter door de gewelven van de ondergang. Stenen liggen voor het grijpen, edele verharde bomen. Ga! En keer terug met enkele ultieme woorden. Bezing daarmee de vriendschap en de liefde!

Of toch niet? De dag behoort toe aan fantomen die ik de oorlog heb verklaard, al van bij mijn tweede geboorte. Onherroepelijk, omdat ik besta, wil bestaan. Toen al greep ik naar de wapens van pijn en voltrokken gedachten en trok ik ten strijde tegen het leger van knielende dode zielen die mijn kern, de uitspraak van mijn bestaan, negeren.

Te zwak echter om zelfs maar te willen triomferen. En zoals er kunst om de kunst is, is er strijd om de strijd. Want wat hebben hartslag en ademhaling anders voor zin?

VAN MONUMENTEN EN MENSEN

justitiepaleis

Het ‘Paleis van Justitie’: hoofdletters graag. Absurd, lelijk en toch onweerstaanbaar, door een onnoembare schoonheid aangetast, verheft het zich boven deze stad – een wanstaltig gedrocht, dat blijft fascineren, als een teken zonder betekenis.
Walg ik dan niet van deze ‘pseudo-eeuwigheid’ opgetrokken uit voornamelijk steen? Deze megalomanie, de hunker naar het overstijgen van ruimte en tijd, de illusie dat de dood kan worden overwonnen. In een soort van ‘godsroes’ stierf de bouwmeester, Henri Poelaert. Dat zou geen verbazing mogen wekken.

Willen velen van ons zich niet verheffen boven de anderen, beter zijn, sterker, verstandiger, rijker, meer gestaald? Zijn velen van onze lelijke soort toch niet aangetast door een onnoembare schoonheid, wat de fascinatie en het verlangen verklaart, het behagen en de behaagzucht, de moed om te kussen en de gedweeheid om zich te laten kussen? Leven velen van ons niet in de illusie dat ze onsterfelijk zijn en denken ze – alsof ze kleine goden zijn – dat ze het uur van de grote ontgoocheling, het moment van de val,  kunnen blijven uitstellen?