EEN ONTGOOCHELING IN FERRARA

corso ercole

Het valt me moeilijk de woorden en beelden uit Italië meegebracht en onvrijwillig aan de chaos van het onbewuste toevertrouwd er weer aan te ontrukken. Zal ik zonder kompas vertrekken, blindelings, niet wetend waarheen? Zoals toen ik in Ferrara op de fiets van het gelijknamige hotel stapte en me richting Po begaf. Al snel verliet ik de niet echt uitgestrekte stad. Eens door de Porto degli Angeli en voorbij het Parco Urbani Giorgio Bassani reed ik door een geheel vlak landschap; ik snoof de geur van mest op en boven mij dreigden donkere wolken, een loodzware lucht. Ik reed daar in mijn zomerhemdje, wellicht naar de Po, maar dat was helemaal niet zeker. Het kon niet ver zijn, ik voelde de nabijheid van het rivierwater, maar mijn blik, nee, al mijn zintuigen werden vertroebeld, door boeken die ik ooit had gelezen, van Cesare Pavese, van Giorgio Bassani, en door films die ik had gezien, vooral Riso Amaro van Giuseppe De Santis. Wat ik zag, want soms zag ik wel iets, was helemaal anders dan in die sensuele zwartwit film (met een zeer verleidelijke Anna Magnani). Het had geregend, de aarde had een sterke geur, van aardappelen, insecten, maïs, en vooral die van mest, die alles doordrong. Ook aan de opstandige boeren uit Novecento moest ik denken, vooral aan Olmo. Die film speelt zich in net zulk landschap af. Het lijkt wel of Olmo uit zulke grond is ontstaan.

Ik fietste over kleine paadjes, langs zijrivieren en kanalen. Meer en meer kreeg ik de indruk dat ik me van de Po verwijderde, het echte doel van mijn fietstocht. Een grote droefheid overviel me, omdat ik mijn weg niet kon vinden en ik werd bang, omdat ik misschien verloren zou rijden als ik zou terugkeren naar Ferrara. Wist ik nog welke paden ik was ingeslagen? Maar gelukkig had het geregend. Als Klein Duimpje volgde ik in het vochtige zand het spoor dat ik eerder had getrokken. Na enige tijd bereikte ik weer de oude stadswal van de stad en enkele minuten later reed ik over de mooiste straat van de wereld, de Corso Ercole I D‘Este, daar waar geen auto’s rijden, alleen maar fietsers. In mijn dagdromerij passeerde ik Micol en Alberto, die net buiten kwamen uit de villa van de Finzi-Contini’s. De zon was opnieuw gaan schijnen. Wat later zat ik met Laura in de schaduw van de tiran Savonarola ‘Salama da sugo’ te eten en een Vino di Bosco te drinken. Mijn teleurstelling en paniek waren al verzonken in de chaos van mijn existentie, een bron die zo moeilijk kan worden aangeboord.

 

Foto: Corso Ercole I D’Este, Martin Pulaski

THUIS IN TRIËST EN IN TRIËST THUIS

Anderlechtse zonsondergang

Terwijl ik door de straten van Triëst wandelde dwaalde ik soms af van het leven om me heen en dacht aan thuis. Misschien regende het daar wel? Misschien regende het binnen in mijn kamer? Of had een brand onze woning verwoest? Duizenden boeken en miljoenen songs allemaal weg. Nu ben ik weer thuis en alles is hier nog. Mijn enige wens is om weer in Triëst te zijn.

Foto: Anderlechtse zonsondergang, Martin Pulaski

ERVARING VAN DE GRENS

claudiomagris

In ‘Langs grenzen’ van Claudio Magris las ik een veelzeggende uitspraak:
“Het individu is zich bewust van een diepe wond, die het hem moeilijk maakt zijn persoonlijkheid in overeenstemming met de maatschappelijke evolutie ten volle te verwezenlijken en hem de afwezigheid van het echte leven doet voelen.”

Ik zou eigenlijk het hele boek kunnen citeren, het is schitterend – en het roept ook zoveel herinneringen op aan die wonderlijke grensstad, Triëst, waar Claudio Magris, James Joyce en Italo Svevo als het ware op elke straathoek staan te roken, in elke bar whisky of witte wijn zitten te drinken. Waar ze de uren vullen met gesprekken over grenzen, en heel in het bijzonder de verdwenen grens met het Oosten en het ‘Rijk van het Kwaad’. Ze zullen het ook wel over misplaatst pattriotisme en ballingschap hebben.
Om die grens zelf te voelen nam ik de tram vanuit Triëst naar Opicina, nog op Italiaans grondgebied maar toch al met veel opschriften in het Sloveens. Vlakbij voelde ik het nazinderen van het Ijzeren Gordijn, een fenomeen dat me in mijn kinderjaren zoveel angst heeft ingeboezemd en nu pas werkelijk voor me wordt, zij het op imaginaire wijze.

“Elke grens”, schrijf Claudio Magris, “heeft met onzekerheid en behoefte aan zekerheid van doen. De grens is een noodzaak, want zonder grens oftewel zonder onderscheid is er geen identiteit, is er geen vorm, geen individualiteit en zelfs geen werkelijke existentie, die dan immers wordt opgezogen in het vormeloze en ongedifferentieerde. De grens schept een werkelijkheid, maakt omtrekken en karaktertrekken en vormt de individualiteit, de persoonlijke en de collectieve, de existentiële en de culturele. Grens is vorm en dus ook kunst.”

VERVELING, LEEGTE, MOEDELOOSHEID

moedeloos,depressief,leegte,uitzichtloosheid,eighties,drugs,foto,martin pulaski,pj harvey,geloof

Ik maakte een onvergetelijke reis naar Noord-Italië, een van mijn mooiste reizen ooit. Maar sinds ik weer thuis ben, ben ik ten prooi gevallen aan verveling, leegte, moedeloosheid. Niets kan me in beweging brengen, niets ontroert me of raakt me. Ik heb nergens zin in. Uit pure nostalgie staat hierboven een foto uit mooiere dagen. Hij is gemaakt in het begin van de jaren ’80, met het fototoestel van mijn broer, waarover ik enkele dagen kon beschikken. Het was een tijd van intens leven, dansen, elke dag een meesterwerk lezen. Veel gedichten – die nooit het daglicht zagen – werden toen geschreven.

Enkele toepasselijke regels van PJ Harvey:

 “Speak to me of heroin and speed
Of genocide and suicide, of syphilis and greed
Speak to me the language of love
The language of violence, the language of the heart
This isn’t the first time I’ve asked for money or love
Heaven and earth don’t ever mean enough
Speak to me of heroin and speed
Just give me something I can believe.”

Foto: Martin Pulaski, circa 1980


OUD TAFEREEL

Witte mannen kwamen uit het Noorden. Vrouwen openden hun vruchten, onbeschaamd, onschuldig als Eva in een schilderij van Tintoretto. De vrouwen dachten dat de helden waren aangekomen. Misschien waren ze wel goden? Want ze kenden de uren en het woord ‘arbeid’, het woord ‘orde’, het woord ‘scriptorium’. Hun huid was wit en week. De vrouwen openden hun armen. De vrouwen openden hun lichamen met hun kostbare vruchten. De mannen echter kenden niet het woord ‘erbarmen’.

IN EEN KOUDER KLIMAAT

Ik ben terug uit Italië. Triëste, Muggia, Ferrara, Bologna, Venetië. Onvergetelijke landschappen en steden. De muziek van de Italiaanse taal. Kunstwerken, schittering van water, de sterren aan de hemel. Heel verward ben ik, zit ik hier nu met al die indrukken die ik nog moet verwerken. Het is een aangename chaos, die nochtans als een zwaar gewicht op mijn denken en voelen drukt. Ik heb tijd nodig om er orde in aan te brengen, zoals ik dat in mijn dromen doe. (Want de meeste dromen die ik droom gaan over orde scheppen.)
Ach, ik vergat nog de mooie,  sexy Italiaanse vrouwen. Vandaag of morgen ben ik hier terug om weer ‘de oude’ te zijn, en om wat meer in details te treden.
Inmiddels heb ik vastgesteld dat ik in geen enkel lijstje meer voorkom. Je gaat twee weken op reis en je bent geschrapt. Bij skynetblogs is uit het oog blijkbaar uit het hart? Nog een geluk dat ik geen wereldreis heb gemaakt. Het is een harde wereld. Maar wat doe je eraan? Het zijn trouwens maar lijstjes. Wat telt zijn de lezers, de vrienden.