HEINRICH VON KLEIST : MICHAEL KOHLHAAS

Penthesilea-Heinrich-von-Kleist-Edith Clever

Een paar weken geleden raadde ik een cyberspacevriendin, die ik onlangs overigens heel even in de tastbare werkelijkheid heb ontmoet, een novelle van de Pruisische schrijver Heinrich Von Kleist aan, namelijk Michael Kohlhaas. Dat is niet alleen mijn favoriet verhaal, het is een klassiek werk, geliefd door schrijvers als Franz Kafka en E.L. Doctorow. Ik vermoed dat mijn vriendin inmiddels met haar lectuur begonnen is. Misschien heeft ze de zeer meeslepende novelle al uit en leest ze nu andere verhalen van Kleist. Ze zijn allemaal onvergetelijk: De Markiezin van O. (waar Eric Rohmer een schitterende film van maakte, in de subtiele, door Ingres geïnspireerde kleuren van Nestor Almendros, met Edith Clever en Bruno Ganz in de hoofdrollen – wat zou er trouwens met Edith Clever gebeurd zijn?), De aardbeving in Chili, Een verloving op San Domingo… Ik zou ze net zo goed allemaal kunnen opsommen. En dan laat ik Kleists toneelwerk nog buiten beschouwing.

Ik las Michael Kohlhaas in 1975, toen ik in een echtscheiding verwikkeld was en mijn eindexamens filosofie deed. In die periode legde ik ook de laatste hand aan mijn licentieverhandeling over het einde van het burgerlijke gezin. Daarmee voegde ik in zekere zin het woord bij de daad. Of was het omgekeerd? Ik herinner me niet dat ik me op iemand wilde wreken, maar de wraakgedachte had mij al sinds ik een kleine jongen was zeer gefascineerd. Die vreemde fascinatie kan wellicht verklaard worden door de vele westerns die ik zag als kind, of door de betovering van Alexandre Dumas’ De graaf van Monte Christo. Niemand gaat echter zo ver in het uitvoeren van zijn wraakgevoelens als Michael Kohlhaas. (Ja, beste cinefiel, deze novelle werd ook verfilmd. Ik wil die film van Volker Schlöndorff echter met de mantel der liefde bedekken, ook al spelen er de sixties-iconen Anna Karina en Anita Pallenberg in mee.) Ik bezit een vijftal vertalingen van het werk, naast een Duitstalig exemplaar, uitgegeven in 1943, met een voorwoord van een nazistische professor uit Berlijn. Ik meende mij te herinneren dat ik Michael Kohlhaas voor het eerst las in de vertaling van Nico Van Suchtelen. (Al in 1933 nam Nico van Suchtelen nadrukkelijk stelling tegen het Nationaal-socialisme. Dat viel bijzonder goed te rijmen met het vertalen van een iemand als Kleist. Het is een schande dat de nazi’s geprobeerd hebben van schrijvers als Kleist en Hölderlin bloed-en-bodem-denkers te maken.) Dat boek was eigenlijk een Sinterklaaspremie, een mooi geïllustreerde uitgave van de Wereldbibliotheek uit 1939. Wereldbibliotheek gaf regelmatig zulke juweeltjes uit. Wie af en toe een antiquariaat binnenstapt zal ze al wel hebben aangetroffen.

Maar mijn geheugen heeft parten met me gespeeld: niet dat het er veel toe doet maar ik las Michael Kohlhaas de eerste keer in een verzamelwerk, getiteld Demonie en droom. Vertellingen der Duitsche Romantiek, verzameld en vertaald door D.A.M. Binnendijk en N. Brut en verschenen bij Uitgeverij Contact in Amsterdam in 1943. Al deze boeken hebben vreselijke bombardementen meegemaakt. Terwijl ze verschenen werden miljoenen mensen naar concentratie- en uitroeiingskampen gevoerd. Dit is geen terzijde. Dit is de kern van deze tekst. In het boek Demonie en Droom is een zegel geplakt van de Belgische Spoorwegen, afgestempeld in Rotselaar op 13 III 1943. Op de titelpagina zit een postzegel van 3,25 Belgische Frank met een afbeelding van Koning Leopold III, afgestempeld in Brussel op 25-8-44. In deze verzameling verhalen uit de Duitse romantiek (Jean Paul, Novalis, Hoffmann, von Chamisso, Brentano, von Arnim, von Eichendorff) heb ik Kleists Michael Kohlhaas echt ontdekt. Later las ik het verhaal in de nieuwe spelling in zo’n boekje uitgegeven in de Prisma-klassieken reeks. Ik vond die oude, vooroorlogse spelling echter veel beter geschikt voor dat vreselijke en tragische verhaal.

doctorow,kleist,milos forman,wraak,jeugdherberg,zelfmoord,romantiek,1995,blog,meta,schoten,vrienden,geliefkoosd,uitverkoren,1975,kafka,inge vande walle,isabelle dewulf,sonja spee

Heinrich Von Kleist roept heel wat herinneringen bij me op. In april 1995 bracht ik een werkbezoek aan New York. Ik logeerde er in een jeugdherberg ergens boven de 100ste straat, in de buurt van Amsterdam Avenue en Broadway. Overal lagen lege hulsjes van de crack, die in die buurt massaal werd gebruikt. Ik deelde een sober ingerichte kamer met Inge, Isabelle, Sonja en Henk. Het was de eerste keer dat ik in een jeugdherberg overnachtte en ik had nog nooit een kamer gedeeld met andere vrouwen dan de mijne. Het was wennen! Ik zat bovendien opgezadeld met een zware luchtwegeninfectie. (Toen ik een week later terugkeerde uit New York bleek dat ik een longontsteking had opgelopen.) Als ik ’s nachts op mijn stapelbed lag voelde ik me geroepen om een of ander verhaal van Heinrich Von Kleist na te vertellen. Of zijn duo-zelfmoord samen met Henriette Vogel, nabij de Wannsee, in de buurt van Berlijn, toe te lichten. Ik weet niet of mijn kamergenoten opgezet waren met mijn mededeelzaamheid. Noem het maar onweerstaanbare drang. Inge en Isabelle zijn desondanks nog steeds heel goede vriendinnen van me. Sonja en Henk zijn helaas uit mijn leven verdwenen. Sonja, waar ben je nu? Ik zou echt heel graag je mooie Hollandse accent nog eens horen, en je schaterende lach. Isabelle heb ik al een hele tijd niet meer gezien, ik moet haar dringend eens een mailtje sturen.

Elke keer als ik in Berlijn kom wil ik naar de plek gaan waar Kleist de fatale schoten heeft gelost, daar aan de Wannsee. Maar nog nooit heb ik er de moed voor kunnen opbrengen. Ik ben bang dat ik ten prooi zou vallen aan dwangneurotisch imitatiegedrag.

Ach ja, wat ik bijna vergat. E.L. Doctorow heeft in zijn roman Ragtime het verhaal van Michael Kohlhaas gewoon geïncorporeerd. Michael Kohlhaas heet er Coalhouse Walker Jr.. In de roman, die niet slecht is, wordt nergens verwezen naar de bron. Ook de film van Milos Forman, een groot succes in 1981, leidde niet tot bekentenissen. Zelfs Randy Newman, die de heerlijk ragtime-muziek componeerde, hield zijn mond.

Foto boven: Edith Clever in Penthesilea.
Foto onder: Bruno Ganz en Edith Clever, in Die Marquise von O.

WE ARE FLOATING IN SPACE

king vidor the crowd

De zestigduizendste bezoeker kwam vorige nacht langs, terwijl ik de dvd van Before Sunset zat te bekijken, met een blikje bier bij de hand. Het spreekt vanzelf dat dat aantal mij blij maakt, als is kwantiteit zeker niet belangrijker dan kwaliteit. Integendeel. Hoezeer we ook doen alsof het allemaal niet zoveel uitmaakt denk ik toch dat wij bloggers er allemaal naar verlangen om in de smaak te vallen, om gelezen te worden. Om geliefd te worden zelfs. Wij willen iets meedelen aan een publiek. Sommigen van ons zijn kunstenaars, anderen publicisten, kroniekschrijvers, amateurpsychologen, politici, onnozelaars, freaks, nerds, godsdienstwaanzinnigen, mystici, atheïsten, uitvinders, wetenschappers, geneeskundigen, noem maar op, we hebben alle kleuren van de regenboog. Het maakt niet echt uit. We schrijven om gelezen te worden. We gaan op zoek naar verwante zielen, of verwante zielen komen bij ons terecht. We leren elkaar beter kennen. We lezen elkaars teksten. We bekijken elkaars foto’s. We laten elkaar onze favoriete stukjes muziek horen, onze favoriete stukjes film zien. Elke dag komt er een vondst, een speeltje bij; en het netwerk groeit. We ontmoeten andere cyberspacevrienden.

De elektronische civitas groeit zienderogen. Via de blogs, via myspace, via flickr, via lastfm, via netwerken die ik (nog) niet ken. Er zijn miljoenen blogs. Niet voor iedereen allemaal even interessant, maar toch. Hier knelt echter het schoentje. Want hoe krijg je alle blogs die je echt interesseren ook gelezen? En hoe speel je het klaar om op de blogs van al je cyberspacevrienden regelmatig zinvol commentaar achter te laten? Niet zomaar, “dag Jef, nog een mooie zondag”, maar iets waaruit blijkt dat je werkelijk geïnteresseerd bent in die persoon, of op zijn minst toch in zijn uitingen? Na enige maanden in cyberspace wordt dat onbegonnen werk. Je slaagt er niet meer in je honderd flickrvrienden een bezoek te brengen, je geraakt evenmin nog bij je twintig favoriete bloggers, je vijftig myspacekennissen wachten vruchteloos op een levensteken van je. Het onvermijdelijke gebeurt. Je raakt in de knoei. Je hebt te weinig vrije tijd. Je creativiteit begint te lijden onder de vele tijd die je doorbrengt voor de computer. Je boeken blijven ongelezen op je nachtkastje liggen. Je slaagt er niet meer in om nog iets zinvols te schrijven. De bezieling verdwijnt, het vonkje dooft uit. Je maakt geen foto’s meer. Je wordt passief. Om toch nog iets te doen maak je wat compilaties van favoriete songs. Daarvoor moet je maar wat slepen van de ene lijst naar de andere. En even branden. Maar waarom zou je nog branden? Je beluistert de mix gewoon op je computer terwijl je zit te wachten op je bezoekers. Ja ja, je zit in de knoei. Je voelt je schuldig omdat je nergens meer op de koffie gaat. Wat kun je eraan doen? De stekker uit het stopcontact trekken en de straat op gaan, op zoek naar avontuur en echte vrienden van vlees en bloed? Of alles op zijn beloop laten en zien wat er van komt? Wat Prozac helpt je wel weer van je schuldgevoelens af. Neen, geen Prozac, dat is zo jaren ’90. Ik weet niet hoe het anti-depressivum du jour heet, vul het zelf maar in, je hebt misschien wel geneeskunde gestudeerd. Of misschien lees je de medische blogs…

De cyberwereld is een gesloten circuit van netwerken dat uitdijt, zoals het heelal; een microkosmos die de macrokosmos imiteert. De afstand tussen de elementaire deeltjes wordt groter, we komen niet dichter tot elkaar, we verwijderen ons van elkaar. En toch zoeken we bij elkaar een bevestiging van ons bestaan en troost voor het kwaad dat ons is aangedaan (want elke mens is ooit kwaad aangedaan). Wie verklaart deze paradox? Ik niet. Ik heb geen antwoord. Ik heb twijfels. Ik verwaarloos jullie. Ik vlucht weg. Zie mij hier maar zitten bij mijn dromen van vrouwen.

Foto: King Vidor, The Crowd

DROMEN VAN VROUWEN

girls! girls! girls!

“Im just a gift to the women of this world
Im just a gift to the women of this world
Responsibility sits so hard on my shoulder
Like a good wine, I’m better as I grow older, and now
I’m just a gift to the women of this world
I’m just a gift to the women of this world
I’m just a gift to the women of this world
It’s hard to settle for second best
After you’ve had me, you know that you’ve had the best
And now you know that
I’m just a gift to the women of this world”

Lou Reed, A Gift

Dit is een tekstfragment van een song uit de uitstekende elpee Coney Island Baby. Het zou me niet verbazen als Lou Reed dit nog meende ook. Ik citeer dit hier als een variatie op het thema uit mijn vorige notitie. De collage hierboven is er weer een andere variatie op.

Foto (collage): Martin Pulaski

 

AVONTUREN MET VROUWEN

50464576_7edc2b9364_o

De vele andere vrouwen in mijn leven waar ik nooit avonturen mee had… Avonturen. Ja, dan moeten we elkaar eerst begrijpen. Waarover hebben we het als we zeggen: avonturen? In de context van het gesprek met Laura vorige zaterdag in de taxi zal het woord wel een seksuele connotatie hebben. Het spreekt vanzelf dat je met vrouwen (en met mannen) ook heel andere en misschien wel boeiendere avonturen kunt hebben dank seksuele. Maar in die taxi ging het echt wel over avonturen van seksuele aard. Niet-avonturen moet ik zeggen. Zal ik wat namen noemen? Dat doe ik toch zo graag. Het noemen van een naam, hem proeven op mijn tong, zijn geur ruiken, mij laten meeslepen door de associaties die hij oproept, is al een avontuur op zich. Sommige namen van vrouwen met wie ik geen avonturen heb gehad ben ik vergeten. Ze zijn verdwenen in de tijd, samen met de rook om mijn hoofd. De vriendin van G., uit Zonhoven. Gabriella. Maria M. (het zusje van Eva), we zaten zo vaak samen op café, Angèle…

Ik zie dat het tijd is voor een afspraak. Ik moet mijn mijmering hier afbreken. Maar ik beloof dat ik erop terug zal komen. Nog een fijne avond, beste lezer.

Foto: Queen Of the Jungle, Martin Pulaski, 2005

DE HERFST VAN SPARKLEHORSE

sparklehorse,mark linkous,herfst,popcultuur,beatles,pop,wijn,live,concert,ab,john lennon,medusa,metamorfose

Gisteren was er dat concert van Sparklehorse in de AB. Vonden jullie het ook zo ontzaglijk mooi en aangrijpend? Mark Linkous heeft een metamorfose ondergaan. Hij leek helemaal niet meer op de introverte, gedeprimeerde jongeman van vroeger dagen. Weg is zijn zonnebril, zijn boze blik, zijn als door de blik van Medusa uitgelokte verlamming (voor een deel in de letterlijke betekenis van het woord). Mark Linkous sprak ons toe, bedankte ons voor ons warm onthaal, stelde zijn muzikanten voor, maakte enkele danspasjes en nam twee keer duidelijk vanuit het hart afscheid van ons.

Als ultieme afsluiter stuurde hij ons – na ons anderhalf uur te hebben laten genieten van zijn, door onder meer John Lennons Strawberry Fields Forever geïnspireerde, weemoedige en gelukzalige melodieën en, eveneens vol vuur en verve, zijn surrealistische ‘natuurlyriek’ (waarin paarden en de zon geregeld om aandacht vroegen) – met een flinke portie oorverdovende razernij naar huis, alsof hij er ons alsnog wilde aan herinneren dat hij geen gemakkelijke jongen was, geen huis-tuin-en-keuken poweet.

Gisteren was een dag van storm en goud. ’s Morgens dacht ik, dit is geen weer voor een melancholische geest. Om middernacht was ik van het tegendeel overtuigd. Of toch bijna. Ik denk dat de herfst het ideale seizoen is voor Sparklehorse. Dit lijken mij dagen te zijn waarop Mark Linkous zijn paarden lustig / lusteloos door de droevige mooie wereld kan laten draven, en blij kan zijn met de tranen op de laatste vruchten van het jaar. Ook kan hij volop verlangen naar de aantrekkelijkste weduwe in de stad. Waarschijnlijk is hij daar een glaasje wijn mee gaan drinken in een café dat ik nog niet heb ontdekt. Je kunt er alleen naartoe met een gasoline horsey en als je bij zonsopgang weer buiten komt zeg je: good morning spider. Een aantal lichtjaren doorbrengen in de buik van een berg lijkt me voorlopig geen slechte tijdsbesteding. Zeker niet als je er kunt liggen dromen van vers fruit, vruchtbare zomers en langoureuze vrouwen. Laat de wijn maar komen, vrienden.

CECILIA EN DE UITVINDING VAN MOREL

after the show, polaroid

Uit mijn tekst van gisteren over twee strippers uit ‘Nachtschade’ – een stripteasevoorstelling van Victoria in het Kaaitheater – is wegens een mij onbekende, waarschijnlijk technische reden een heel stuk weggevallen. Op die manier heeft onder meer de verwijzing naar Adolfo Bioy Casares op het einde van mijn relaas geen enkele zin. Ik heb de originele versie niet meer, daarom zal ik proberen wat ik gisteren schreef hier te reconstrueren. Maar mijn geheugen is niet meer wat het geweest is.
De schaars geklede Cecilia vertelde me dat ze uit Buenos Aires kwam. Dat is de stad van Borges, mijn favoriete schrijver, merkte ik enthousiast op. (Ik heb veel favoriete schrijvers.) Is hij niet erg moeilijk, vroeg Cecilia. Helemaal niet, zei ik. Borges neemt thema’s uit de wereldliteratuur, van Walter Scott, of Chesterton of Shakespeare of zo – vooral Britse schrijvers – en maakt op basis daarvan een spannend verhaal. De verrader is zo een van die thema’s. Ik ben wel het nichtje van Adolfo Bioy Casares, viel de stripteaseuse mij in de rede. Bioy Casares, zei ik, dat was de vriend van Borges. Ja, dat weet ik, zei ze. Ze hebben samen verhalen geschreven. Bioy Casares noemde zich dan Bustos Domecq. Morels uitvinding van Bioy Casares is een van mijn uitverkoren liefdesgeschiedenissen, zei ik. Die uitvinding uit de titel is een prachtige ‘machine’, die het hoofdpersonage het eeuwige leven schenkt. Cecilia legt me haar familieverwantschap uit, het is een verhaal van nichtjes, neefjes, tantes, ooms en grootgrondbezitters. Helemaal duidelijk wordt het mij niet, maar wat geeft het. Ik krijg al meteen zin om naar Argentinië te gaan. Maar dan is het tijd om afscheid te nemen. Cecilia geeft me nog een heerlijk zachte zoen, maar dat schreef ik al eerder.
In de taxi naar huis vertelde ik Laura over de vele andere vrouwen in mijn leven waar ik nooit avonturen mee had. Of ze mij geloofde weet ik niet zeker, maar ik denk het wel. Ze weet dat ik niet goed kan liegen.

 

STRIPTEASE EN RODE ROZEN

striptease,kaaitheater,victoria,bloot,bioy casares,cecilia,stripper,verlangen,morel,eeuwigheid,brussel,amsterdam,cafe,nacht

In het café van het Kaaitheater liep de stripper voorbij de grote tafel in het midden, waaraan we nog wat zaten na te genieten. Hij fronste zijn wenkbrauwen toen hij me zag zitten. De grappige blik in zijn ogen bracht me aan het lachen. Even later kwam hij naast me zitten. Je keek zo boos, zei hij. Ik ben nochtans niet boos, zei ik, integendeel. Het zal mijn natuurlijke gelaatsuitdrukking zijn.Ja, dat zeg ik ook altijd, als ze mij zeggen dat ik boos kijk, zei de stripper lachend.

Een vriendelijke en vooral zeer gespierde jongeman, dat wel; maar waarom moest nu uitgerekend van de zes strippers de ene mannelijke naast me komen zitten en een gesprek met me aanknopen? Zeker vier van de vrouwelijke strippers waren nog in het café aanwezig. Ze hadden bovendien niet veel meer kleren aan dan toen ze op het podium hun act deden. Net voldoende om niet gearresteerd te worden wegens openbare zedenschennis. Maar het zij zo. Hij was een vriendelijke jonge man, uit Amsterdam. Waarschijnlijk voelde hij zich wat eenzaam. Hij vond het wel leuk in Brussel, zei hij. Maar wat was het moeilijk om met de fiets uit de stad weg te raken. Hij vertelde een paar weetjes over het leven als mannelijke stripper. Wat hij nu had gedaan was echter iets helemaal anders. Victoria had van het zinnenprikkelend uitkleden kunst gemaakt. Choreografen hadden er andere ruimtes en andere bewegingen voor bedacht. De wereld van de striptease werd binnenstebuiten gekeerd. De stripper was zeer tevreden over de samenwerking. Het was heerlijk geweest, zei hij. En overal werden ze goed ontvangen, daverend applaus, rode rozen.

Later op de avond had ik toch nog een kort gesprek met Cecilia. Ik was die onzichtbare stripteaseuse, zei ze. Ze was inderdaad onzichtbaar geweest, behalve op het einde van haar performance. Dan zagen we haar blote kont. Eindelijk wat licht! Ze kwam uit Buenos Aires.
Ik woon in Parijs met mijn Russische vriend, zei Cecilia. Toen ze hoorde dat mijn zoon ook in Parijs woont schreef ze haar mobiel nummer – en dat van haar Russische vriend – op een bierviltje. Bel me eens op als je in Parijs bent, zei ze. Voilà, nu weet ik bij wie ik terecht kan als ik me eens een keer eenzaam voel in een luizig Parijs hotel. Bij het afscheid gaf Cecilia me nog een hele zachte zoen. Vandaag heb ik gelezen dat ze in een Argentijnse film heeft meegespeeld. Een echte filmster heeft me gekust!

Bioy Casares heeft een roman geschreven die ik iedereen graag aanbeveel: De uitvinding van Morel. [Hier ontbreekt een gedeelte. Zie volgende notitie.]

Foto: Victoria – Nachtschade – Eric De Volder