DE WEG NAAR HET LICHT

anselm kiefer,tim buckley,pop,leven,boeken,nietzsche,holderlin,kunst

Vandaag van hoog naar laag en van laag naar hoog. Laag na laag. Licht en donker. Heavy metal onder de leden, pluimgewichtkampioen in mijn kamer. Noem mij maar Hamlet. Ik zat te lezen in de krant. Ik zat te lezen in Anselm Kiefers loden boeken. Hun betekenis heb ik lang geleden ontdekt. Het is ook het geheim van Hölderlin en Nietzsche. (Is het dan nog wel een geheim?) Je bent zowel thuis waar je woont als in het vreemde. Het vreemde is je vriend en is een veld vol doden. De loden boeken worden in de toekomst gelezen: zij bevatten, bewaard op hun bladzijden, de huid van de wereld. Vanuit een redelijke hoogte bekeken.

Anselm Kiefer en daarna Tim Buckley’s Buzzin’ Fly en alles is goed. Zoals het moet zijn. Huid van de wereld en droefheid. Lachend als de boeddha die je nog moet ontmoeten, onder kersenboom in bloesem. Wachtend op de geliefde, om mee te eten en drinken en slapen.

Excentrieke mensen leven langer, zei me eens iemand. Hij of zij had het ergens gelezen of op televisie gezien, misschien in een talkshow. Misschien dat een wijsneus dat daar beweerde. Ik ken alleen maar dode excentrieke mensen. Ik wil heel lang leven. Dat heb ik Simon Vinkenoog ooit eens horen zeggen: ik wil heel lang leven. Die excentrieke wegwijzer is goed bezig.

Auteur: Martin Pulaski

Schrijver, blogger, DJ, moderne romanticus. Verslaafd aan muziek, film, boeken, kunst, steden. Radioprogramma ‘Zéro de conduite’ op Radio Centraal 106.7 fm in Antwerpen.

6 gedachten over “DE WEG NAAR HET LICHT”

  1. hier kwam ik vinkenoog dus nog eens tegen.
    mooie plaats, hij mag heel fier zijn.
    gek, dat ik het net had over zwaargewichten.
    niet in vinkenoog’s context, eerder in de mijne.
    etcetera.
    Blij ben ik, om ook Kiefer nog eens te zien. Bijna in levenden lijve.
    De dag is verzwaarde, bij deze. maar de lucht is heel mooi.

    Like

  2. ‘de kronkelende worstelaar die ik ben
    begraaft zich al vechtende nu
    in de put geraakt hij achter glas en lood
    omringd door zijn overbekende spion
    die hem naar het leven staat
    gelijk een broek naar een kont gaat staan
    dezelfde spion produceert een spook
    door als paradepaardje te gaan draven
    rondom het huilerige hemelbed
    waarin hij mij heeft ingestopt
    en ik kom niet meer boven
    want heel mijn leven is naar glas en lood gaan staan
    slechts een steen kan mij nog helpen
    slechts een steen kan mij nog redden
    of zoals de wereld
    een zeer zwaar boek
    maar alle zware boeken zijn aan spoken uitgeleend
    of aan spionnen
    mistroostig luister ik naar het pieppieppiep
    dat uit al die zeer zware boeken opklinkt
    oh wat ben ik begonnen
    de spionnen stampen boven mij
    de grond aan met hun paradespoken’
    Lucebert (2de strofe van ‘Van spoken en spionnen’)

    Liked by 1 persoon

Reacties zijn gesloten.