SCHOONHEID VAN BOUWWERVEN

einstein in berlin

De tegenstelling natuur/cultuur. Michelangelo in de Sixtijnse kapel: God schenkt leven en ziel aan Adam. Adam ontstaat uit de natuur, uit de grond, als een bloem, is nog natuur, moet zich eruit losrukken. Dat lukt door de ziel die God hem inblaast. Die ziel is niets anders dan de cultuur, het inzicht, het project van de toekomst, het vooruitzicht, de taal – dat alles geeft aan de mens Adam de mogelijkheid zich los te scheuren van het natuurlijke en onschuldige leven.Dat natuurlijke en onschuldige leven in de natuur is de paradijselijke toestand. Het is de toestand voor de mens zich bewust is van zijn bestaan, van het lijden, van de arbeid, van de sterfelijkheid. Alles is dan nog ongedifferentieerd. Naar deze toestand blijft elke mens bewust of onbewust verlangen. Het beste is nooit geboren te zijn: in hoeveel teksten klinkt geen variatie op dit thema door… Kunnen we dat verlangen gelijkstellen aan de doodsdrift?

De val uit het paradijs begint op het ogenblik dat God Adem een ziel inblaast. Dit is natuurlijk een metafoor. De val begint met de cultuur, de zorg, het ontwerpen van een toekomst. Het bouwen van een stad. Waar de natuur was is nu de stad. Het verlangen naar de terugkeer – naar de natuurlijke staat – wordt bij de mens in evenwicht gehouden met een ander verlangen, een verlangen naar een betere toekomst, een menselijk-ideale samenleving, een schitterende stad of staat. Dat is de utopie. Ook hier weer bewust of onbewust (want niet iedereen weet waar hij naar streeft) en met gradaties: het evenwicht kan worden verstoord. Doodsdrift kan de overhand krijgen, of de euforie kan de overhand krijgen, een soort van manische psychose kan zich voordoen.

Als ik een bouwwerf zie ben ik tevreden. Zolang er gebouwd wordt kan ik niet ontstemd worden. Maar het resultaat kan me vaak zeer ontmoedigen. De meeste gebouwen storen me uitermate. Wat hier vroeger stond, was mooier, zeg ik dan. Want meestal stond er vroeger iets anders. Of de natuur die verwoest is om plaats te maken voor dit gedrocht was mooier. Dit zeg ik nooit wanneer ik mensen zie bouwen. Dat is dan een duidelijk spoor van mijn behagen in de cultuur. Het wordt allemaal beter, denk ik vaak. Er staan ons nog mooie dingen te wachten. Maar de momenten van melancholie en walging worden talrijker en heviger. Zal ik de twee polen in evenwicht kunnen houden? Zoals die zo schitterend in evenwicht worden gehouden in het kunstwerk van Michelangelo?

De sneeuw die door de mensen wordt vertrappeld. Dat kan mij enorm storen en bedroeven. Als vogels door de sneeuw trippelen laten ze een spoor na dat bij de sneeuw hoort, dat het tapijt zelfs verfraait. Maar onze voetstappen zijn altijd een verstoring. Wij zijn een ziekte van de aarde, een wanklank. Wij horen hier niet. Zo denk ik dan. En zit dit gevoel niet geworteld in de menselijke geschiedenis? Want waarom zouden wij anders ooit zover zijn kunnen komen in het uitvinden en verbeteren van vernietigingswapens? Toch omdat wij als mensen onszelf teveel vinden op deze wereld, ongepast.

Foto: Martin Pulaski, Berlijn 1998

LICHAMELIJK SCHRIJVEN

Artaud-par-Pastier 2

Soms betreur ik het dat ik de mensen niet haat. Ik geloof namelijk dat mensenhaat een zeer geschikt middel is om tot rust te komen. Op dit ogenblik woedt er een vernietigende strijd in mij. Mijn handen beven niet, maar ik voel een soort trillen van mijn zenuwen. Misschien stel ik me dat trillen alleen maar voor… Is het daarom echter minder erg? Ik denk het niet. Ik val samen met mijn lichaam, er is geen afstand meer tussen ik (of het zelf) en mijn lichaam. Dat maakt een activiteit als schrijven haast onmogelijk, aangezien je om te schrijven je lichaam moet vergeten, jet moet het als het ware te slapen leggen (hoewel het nog een gering aantal activiteiten moet kunnen uitvoeren). Of schrijven is wel nog mogelijk, maar alleen nog op biologische wijze: het is het lichaam dat zichzelf uitdrukt. Om iets waardevols te schrijven, iets dat je de anderen kunt schenken, moet je boven de lichamelijkheid kunnen uitstijgen, en dat betekent: vergeten.

Maar hoe zit het dan met Antonin Artaud, een man die me al zo lang fascineert. Was hij dan niet hét prototype van de lichamelijke schrijver? Waarschijnlijk wel. Maar ben jij bereid om zo ver te gaan als hij en zo te lijden?

STRINDBERG : ERKENNING OF ZELFDODING?

AUGUST STRINDBERG

Essentieel is dat de kunstenaar het geloof in de zin van zijn werk niet mag verliezen. Maar beslist hij daar zelf over? Kan hij leven zonder enige erkenning? En wat indien hij zulke erkenning uit de weg gaat of onmogelijk maakt? Betekent dat dan dat iemand die bewust voor miskenning kiest meteen ook voor zelfmoord kiest.

In ‘De Rode Kamer’ van August Strindberg lijkt het daar op. In deze verbitterde, bijtende en bijna geniale roman neemt Strindberg ongeveer alles en iedereen op de korrel, vooral omdat alles en iedereen te koop is. Het boek is verschenen in 1879 maar het zou net zo goed over hedendaagse schrijvers, journalisten en ondernemers kunnen gaan.
Een van de hoofdpersonages uit het boek, Olle Montanus, heeft zijn hele jeugd zware fysieke arbeid verricht als landarbeider. Voor de boeren bestaat de natuur alleen als iets nuttigs, ze bezit in hun ogen geen ‘schoonheid’, geen ‘ziel’, wat ze voor kunstenaars en sommige filosofen zoals Rousseau wel bezat (en soms nog bezit).
Montanus onttrekt zich aan deze nuttige arbeid, ‘de vloek van de zondeval’, en wordt artiest, wat betekent dat hij ‘nutteloze arbeid’ gaat verrichten. Hij heeft gehoor gegeven aan zijn vrijheidsbegeerte, en aan die andere drijfveer die iemand ertoe aanzet kunstenaar te worden, met name de hoogmoed. De kunstenaar wil herscheppen, beter maken, mooier maken, voor god spelen. Het is dan dat de behoefte ontstaat aan erkenning van zijn nutteloze arbeid; zonder die erkenning ziet hij al gauw zijn nietigheid in. “Deze voortdurende behoefte aan erkenning van zijn nutteloze arbeid maakt hem ijdel, onrustig en dikwijls diep ongelukkig; ziet hij zichzelf helder voor ogen, dan houdt zijn scheppingsvermogen dikwijls op en gaat hij ten onder, want om weer terug te keren tot zijn juk, als hij eenmaal de vrijheid geproefd heeft, kan alleen de godsdienstige.” Montanus verliest het geloof aan de zin (of het hogere) van zijn kunst, probeert zich weer in de ‘slavernij’ te begeven, maar dat is onmogelijk: de enige uitweg uit deze onhoudbare toestand is zelfmoord.

Strindberg zelf heeft dat echter niet gedaan, hoe vaak hij ook te kampen had met depressie, ziekelijke jaloezie, paranoia en waanzin (toestanden die hij allemaal nauwgezet en zeer eigenzinnig beschreven heeft).

Foto: August Strindberg.

KORTE ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN BLASBAND

Emmanuelle Béart

Een woord uitleg bij de twee poëtische schetsen met als titel Blasband. Ze zijn onstaan uit de roman ‘As’ van Philippe Blasband, een in Teheran geboren schrijver die in Brussel leeft en werkt. Hij geeft les aan de filmschool Insas, schrijft vooral toneelstukken en scenarios. Hij zal nu wel enige bekendheid genieten vanwege zijn scenario’s voor de uitstekende films ‘Une liaison pornographique’ van Frédéric Fonteyne en voor ‘Nathalie’ van Anne Fontaine (met de mooie Emmanuelle Béart).

Ik had de eerste roman van Philippe Blasband zonder enige reden gekocht op een rommelmarkt in Bergen, in de provincie Noord-Holland, in 1995 of zo, en tijdens een regenachtige dag gelezen. Het boek maakte een diepe indruk op me. Daar zijn die ‘gedichten’ uit ontstaan. Ik heb in die periode ook stukken van Blasband gezien. Ik had de man graag leren kennen, maar dat is er nooit van gekomen. Ik ben er te schuchter voor om zo maar naar iemand toe te stappen en te zeggen, hier ben ik, laten we maar eens praten

BLASBAND

Foto boven: Emmanuelle Béart in ‘Nathalie’
Foto onder: Philippe Blasband

BLASBAND, LATERE VERSIE

’s Avonds kwam hij wankelen,
modder in de ooghoek en bloed,
zijn hemd en broek gescheurd.
Hij gaf geen woord, verblinde
woede sloot hem in zijn adem op.

Een donkere kamer gaf zich
aan de beelden spuwende,
van ver gekomen. De onbeminde
verstrikt in heilige gevechten.
Een held met een zwarte hoed op,

voor de boven hem gaande. Hier
in dit land zou je voor minder
in de tribunes gaan schuilen
nabij het vertrouwde slagveld
met sterren die netjes geteld zijn.