TIJD VAN VERWARRING

mulholland-drive

Breekt voor mij een tijd van verwarring aan? Ik kan, zoals de mensen zeggen, mijn draai niet vinden. Het werk kan me niet boeien. Ik wacht op het einde van de dag, de vrije tijd. Maar de vrije tijd bestaat niet, want we zijn niet vrij, we zijn bepaald door ons karakter, door onze persoonlijkheid, door ons ‘onbewuste’. Vaak doen we dingen die we niet echt willen doen, beïnvloed door reclame, ‘hypes’, de omgeving, allerhande meningen van vrienden en kennissen en onbekenden. Iedereen heeft voorkeuren en goede raad, of keurt dingen af. Ik sluip winkels binnen en probeer na betaling van schrikwekkend hoge bedragen onopvallend met mijn karrenvrachten koopwaar thuis te geraken, zwetend en in stilte vloekend vanwege de overvolle metro’s en bussen. Had ik niet al lang geleden een grote auto moeten kopen, die ik zonder enige moeite vol had kunnen laden en waarmee ik heel Europa had kunnen ontdekken en veroveren? Waarom heb ik me altijd zo halsstarrig tegen de automobiel verzet en ben ik zo trots op mijn voetgangerschap? Elke keer als ik ergens lees dat iemand bekend of beroemd geen auto heeft, weerklinkt er binnen in mij een gejuich. Waarom? Ik heb die aversie nooit grondig geanalyseerd. Als kind heb ik me eens opgesloten in de auto van mijn ouders, toen ze mij terugbrachten naar het internaat, omdat ik niet terugwilde naar die gevangenis, omdat ik geen afscheid wilde nemen van mijn vader en vooral niet van mijn moeder (die me had leren lezen). Zolang ik in die auto opgesloten zat konden zij er niet in en was ik veilig: zij zouden zonder de auto niet vertrekken. Maar wel zonder mij. Was de auto dan belangrijker?

Mijn schoonbroer Bruno heeft net als ik geen auto. Hij ligt nu in coma in een ziekenhuis in Athene. Hij woonde al jaren op het Griekse eiland Mykonos, waar hij zijn hart aan het zoeken was. Een schilder, zonder veel succes overigens. Om aan de kost te komen schilderde hij fresco’s in restaurants en dergelijke. Vorige week heeft iemand hem heel zwaar toegetakeld. Vlak bij zijn woning, in een klein dorp op dat eiland, is hij in bewusteloze toestand teruggevonden. We weten nog niet of zijn hersens beschadigd zijn. Ik ben al meermaals overvallen hier in mijn stad, maar zo iets ergs is me gelukkig nooit overkomen. Je bent nergens veilig. Tenzij misschien als je uitsgelapen, nuchter en alert in een auto zit en rijdt en rijdt en rijdt. Zoals dat in de films van David Lynch wordt gedaan. En als er geen auto is, dan maar een grasmaaier (The Straight Story). Gisteravond, na de vermoeiende Spaanse les, heb ik de zeer enigmatische film Mulholland Drive nog eens bekeken. Ik begrijp er nog altijd niets van, maar vind dat ook niet erg. Ik heb mij gisteren vooral op de actrices geconcentreerd, te moe om het verhaal te volgen. Welke van beide vrouwen vond ik de mooiste (en de beste actrice), Laura Harring of Naomi Watts? Naomi Watts vond ik de beste actrice, Laura Harring fascineerde me door haar gelijkenis met Kim Novak in Vertigo. Maar de mooiste? Ik weet het niet, en ook dat heeft geen belang. Het raadsel van het blauwe doosje zou ik willen oplossen. Dat lijkt me wel belangrijk. In de context van Mulholland Drive, bedoel ik. In het ware leven speelt het blauwe doosje geen enkele rol. Of draait het toch allemaal rond geheugenverlies, en is het blauwe doosje daar het symbool van? Overigens vertoeven de personages in de films van David Lynch, ook al rijden ze in prachtige grote Amerikaanse wagens, in volstrekt onveilige werelden.

Geheugenverlies en verwarring, maar ook vrolijkheid vanwege een gisteren ontvangen, met de hand geschreven brief van een fotografe die ik zeer bewonder, en waarover ik het hier een paar dagen geleden al had en waarover later meer zal volgen. Een brief en een foto van een fotografe. Dat was lang geleden, dat er zo iets moois en lichts in onze brievenbus zat.

UIT HET HARNAS

droom,gedicht,muziek,alcohol,actrices,monica bellucci,paz vega,siri hustvedt,cat power,muze

Each night when I go to bed I pray
Take me with you…(The Jayhawks)

Valt het donkere weer je niet te zwaar, het lichte je niet te licht, mijn liefste? Als ik gulzig tijd drink, hem zelfs verdrijf met gezeur van talloze oude knarren, waar sluimer jij dan en waar strooi je dan je woorden, de schuimspatten van je glimlach rond? Ik wil je voor me zien en voor je zijn. Want deze dagen gaan nu zo hun gang dat ik al hun uren naar jou toe moet dragen.
Anders is er niets dan onopgesmukt in metro’s staan, een prooi voor ieders blik, en in het huis, om blind te worden, Pinot Noir en Codeïne. Verdoofd met Monica Belluci en Paz Vega, met Siri Hustvedt en Cat Power’s gefluisterd Satisfaction.
Daarna naar het eiland van de korte dromen waar paradijsvogels vergrijzen zoals mijn slapen en nachtegalen mij nuchter verwijten naar het hoofd slingeren:”Jij die je doof houdt voor de muze, jij verdorde speler.”
Wat zal het zijn, mijn liefste, elke vrijdagmiddag een Martini aan je zijde en beschaafd over Freud en Fellini geconverseerd of toch maar aan het raadsel van de liefde geofferd, en samen ten strijde tegen wat ons in het harnas jaagt? ”

 

GASTON BACHELARD EN HET MIJMEREN

flickr,dansen,bachelard,foto s,langspeelplaten,wijn,citeren,psychoanalyse

Weinig woorden vandaag. De voorbije nacht muziek beluisterd, wat danspasjes gewaagd en (teveel) wijn gedronken. Vandaag foto’s gemaakt van favoriete langspeelplaten, historische voorwerpen bijna. Een aantal van die foto’s op flickr gepost en nu ben ik heel moe. Ik denk dat ik wat ga rusten. Waarom vertel ik dit eigenlijk? Het getuigt van een immense banaliteit.

Ik zal nog iets ‘geleerds’ citeren als afsluiter, dan voel ik me misschien wat minder dom, na het doven van de lichten. Maar ik citeer het hier niet zomaar zonder reden.

“Ondanks de huidige wetenschappelijke ontwikkeling zijn de ontstaansvoorwaarden voor het mijmeren onaangetast gebleven. Zelfs de geleerde grijpt terug naar primitieve waarden wanneer hij zich niet met zijn vak bezig houdt. Het zou dus nutteloos zijn de historische ontwikkeling te beschrijven van een denken dat voortdurend de lessen van de wetenschapsgschiedenis tegenspreekt. Ik zal daarentegen een deel van mijn inspanningen aanwenden om aan te tonen dat de mijmering steeds primitieve thema’s herhaalt en zich voortdurend als een primitieve psyche ontwikkelt, ondanks de successen van het methodische denken, ja zelfs tegen wat de wetenschappelijk ervaringen ons leren.”

Dat schreeft Gaston Bachelard in 1949 in Psychoanalyse van het vuur.

OVER DE ANGST VOOR HET VERGETEN

angst,once upon a time in america,vergeten,funes,samenvatten,schrijven,romanpersonages,er was eens,nietzsche

Op Andere Woorden las ik net in fragment iets over de angst voor het vergeten. Het is een angst die bij mij heel sterk aanwezig is. Wat vaak de ziel wordt genoemd is misschien wel het geheugen. Wat is een mensenleven waard zonder geheugen en zonder herinneringen? Woorden betekenen dan niets, beelden al evenmin. Misschien kun je nog naar muziek luisteren en van de melodie of van het ritme genieten. Misschien kun je de lekkere wijn nog proeven. Maar kan de wijn lekker zijn als je niet weet wat het is en er niets over kunt zeggen? Mijn moeder is oud geworden, maar de laatste jaren van haar leven heeft ze in een soort van mentale duisternis doorgebracht. Op het einde herkende ze mij niet meer. Ze herkende niemand meer, wist niets meer. Misschien zag ze nog wel het verschil tussen de dag en de nacht, maar veel meer was er niet in haar leven, denk ik.
Mijn eigen geheugen gaat er eveneens op achteruit. Ik zou alle boeken die ik ooit heb gelezen (en goed vond) moeten herlezen, ik weet nauwelijks nog wat er in staat. De verhaallijnen herinner ik me niet meer; hetzelfde geldt voor de meeste personages. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals William Wilson, Madame Bovary, Julien Sorel, Leopold Bloom, en zo nog een aantal, waaronder een zekere Funes. Wat was ook weer de voornaam van die Funes? Duizenden personages zijn voorgoed verdwenen uit mijn leven. Van films herinner ik me de dag nadien al bijna niets meer, zeker niet als ik ze op televisie heb gezien. (De buitengewone films vormen hier weer een uitzondering op, zoals L’Atalante of Lost In Translation). Vraag aan mij niet om even een werk van Nietzsche of Kierkegaard samen te vatten, of er de grote lijnen van uiteen te zetten. Ik zou je sprakeloos aankijken. In een zoutzuil veranderen. Wat de laatste tijd lijkt toe te nemen is wat ik ‘naamverlies’ zal noemen. Ik had een goed geheugen voor namen en feiten. Nu gebeurt het vaak dat ik me de naam van een film, boek, schrijver, lied, etcetera, niet meer herinner, of dat ik een bepaald woord niet kan vinden. Ik moet dan hulp zoeken,in de Winkler Prins, via google, of boeken doorbladeren tot ik er hoofdpijn van krijg.

Er zit hoe dan ook immens veel informatie in ons geheugen opgeslagen. Het zal wel een biochemische noodzaak zijn dat daar geregeld in wordt gewist. Maar dat wissen hebben we helaas niet zelf in de hand. Dat is heel jammer, want heel vaak herinneren we ons wel onnozele dingen, maar zijn we de essentiële ‘levenslessen’ vergeten. Toch vergeten we gelukkig ook onaangename dingen en kunnen we op die manier pijnlijke of tragische gebeurtenissen die zich in ons leven of in onze tijd hebben voorgedaan verwerken. Nietzsche beschreef die voordelen van het vergeten in zijn mooi essay ‘Over het nut en nadeel van de historie voor het leven’, terug te vinden in de ‘Oneigentijdse beschouwingen’ Hij gaat er overigens van uit dat dieren geen geheugen hebben, wat onjuist is. Maar dat is in deze context niet belangrijk. Ik zou graag een paar fragmenten uit dit essay citeren:

“De mens vraagt het dier wel eens: waarom vertel je me niet over je geluk en kijk je me alleen maar aan? Het dier wil ook antwoorden en zeggen: dat komt doordat ik altijd meteen vergeet wat ik wilde zeggen – maar toen vergat het ook dit antwoord en zweeg: zodat de mens zich erover verwonderde.
Hij verwonderde zich echter ook over zichzelf: dat hij niet kon leren te vergeten en aldoor aan het voorbije bleef hechten: hij mag nog zo ver, nog zo snel weglopen, de ketting loopt mee. Het is een wonder: het moment, vliegensvlug aanwezig, vliegensvlug voorbij, ervoor een niets, erna een niets, komt toch als spook terug en verstoort de rust van een later moment. Voortdurend laat er een blad los uit de rol van de tijd, valt eruit, fladdert weg – en fladdert plotseling weer terug, in de schoot van de mens. Dan zegt de mens ‘ik herinner mij’ en benijdt het dier, dat onmiddellijk vergeet en ieder ogenblik werkelijk ziet sterven, in nevels en duisternis terugzinken en voor altijd uitdoven.”

Dat spook dat de rust verstoort is belangrijk. Ibsen heeft er een schitterend toneelstuk over geschreven. Het is een essentieel thema in de literatuur en zeker ook in de film, denk bijvoorbeeld maar aan Once Upon A Time In America, waar Noodles het spook genaamd verleden (en verraad) probeert te vergeten, maar waar het toch blijft opduiken ook al is het in een opiumroes.

Nietzsche heeft het wat verder over de gelukzaligheid van het kleine kind “dat nog geen enkel verleden hoeft te verloochenen en gelukzalig-blind tussen de heiningen van verleden en toekomst aan het spelen is. En toch moet het in zijn spel gestoord worden: maar al te vroeg wordt het uit de vergetelheid naar boven geroepen. Dan leert het de wending ‘er was’ te begrijpen, het wachtwoord waarmee strijd, lijden en verveling de mens naderkomen, om hem eraan te herinneren, wat zijn existentie in de grond van de zaak is- een nooit te voltooien imperfectum. Brengt de dood ten slotte het begeerde vergeten, dan verduister hij tevens het heden en het bestaan en drukt daarmee zijn stempel op het inzicht – dat het bestaan alleen een onafgebroken geweest-zijn is, iets dat leeft dank zij het feit dat het zichzelf afwijst en verteert, zichzelf tegenspreekt.”

Ik verontschuldig me voor dit uitgebreid citeren, maar deze woorden betekenen zoveel voor mij en voor mijn kijk op het leven dat ik ze graag met de lezers die tot hier geraken deel. Alleen al dat ‘er was’, er was eens, ‘once upon a time’. ‘Once upon a time you dressed so fine…’!
(Overigens, als je deze fragmenten van Nietzsche leest zou je al bijna blij worden dat je geheugen erop achteruit gaat.)

A LETTER FOR AGATA

cowgirl01

Ik zou iets willen schrijven voor Agata, een mooie fotograaf. Ze is mooi, en ze maakt mooie foto’s. Soms van de wereld rondom haar, soms van zichzelf. Op een bepaalde manier cijfert ze zichzelf altijd weg, hoe mooi ze ook is. Ze doet dat niet met cijfers maar met woorden. Ik zou iets willen schrijven over A. Maar ik kan niet. De beelden overstelpen me. Op flickr heb ik een wereld ontdekt die me voortdurend versteld doet staan. Niet vanwege de technische perfectie of zo, niet vanwege de erotiek, laat staan de pornografie. Daar heb je andere sites voor. Overigens bestaat er geen pornografie en geen erotiek. Dat is onzin, door reclamejongens verzonnen. Men wil ons ook doen geloven dat rockers sterren zijn en dat kunst elitair is, dat sigaretten roken niet zo heel ongezond is en dat met een dure auto rijden je persoonlijkheid opkrikt. Geloof het maar. Iemand die met een dure auto rijdt is gewoon een nitwit met veel zwart geld. Op flickr heb ik een wereld ontdekt van mensen die verhalen vertellen. Die ze moeten vertellen. Die niet anders kunnen. Het zijn mijn broers en zussen, mijn zonen en dochters, mijn zielsverwanten. Vreemden, vertrouwden, vrienden. zoals Agata, zoals Gary, zoals Laura.

Hello A.

Like I promised you yesterday, here is my answer. I was very glad you took some of your precious time to write me a letter. I know hours are valuable for everyone of us. We all want to do so many things and life is short (and sweet). But I’m sure writing (and sending each other letters and mails) is always important, and it makes us feel good.

In Brussels it is getting cold and rainy; certainly at night it’s quite cold. And way too dark. These dark days really give me the blues. We’ll have to wait until march before it gets a bit sunny again. But why complain? When the sun is shining I’m sitting in my apartment, listening to music or reading or writing. I have no contact with nature. When you think about the old romantic writers and poets like Rousseau, Shelley, Lord Byron, etcetera, they all made long solitary walks. Hölderlin traveled on his one pair of shoes from Stuttgart to Bordeaux. I always wanted to be like that, but I’m not. Contradictions make our lives, I guess.

Walking is also a kind of dancing, on your own maybe, but dancing anyhow. Dancing, of course, is wonderful. I always liked to dance. What I used to do and sometimes still do is put my good foot on the dancefloor when soul music is being played (Aretha Franklin, Otis Redding, Sam and Dave, Irma Thomas, etcetera). I also like a slow dance now and then. There’s been a period in my life when I danced really a lot (two nights a week was no exception). We went to punk and rock clubs in Antwerp and danced all night long to the punk and new wave music. I also used to dance to reggae records.

I spend my holiday at home and didn’t do a lot. Days go by so fast. I didn’t even read one complete novel. I read fragments in different books: Montaigne, Nabokov, Wallace Stevens, Gerard Manley Hopkins, Martha Nussbaum (on emotions, difficult but very interesting); a book on Bob Dylan by Greil Marcus; and I almost finished The Inner Circle by TC Boyle (not really very exciting). Newspapers, magazines…

Good music for cold evenings: of course Mazzy Star and Hope Sandoval, Calexico, Iron and Wine, Neko Case, Ryan Adams, Bob Dylan (naturally), old blues records (Muddy Waters, Howlin’ Wolf, Robert Johnson, Bobby ‘Blue’ Bland, Billie Holiday, Nina Simone), the Kinks, Astral Weeks by Van Morrison, Joni Mitchell. Greek Rembetika music. Alternative country music. Lorretta Lynn. After the Goldrush by Neil Young. Everything by Townes Van Zandt. And so many other things. I could go on and on.

Foto: copyright Agata Lenczewska-Madsen

CHRISTINA’S WORLD – ANDREW WYETH

be good tanyas,townes van zandt,song,folk,muziek,pop,country,popcultuur

Christina’s World van Andrew Wyeth (1948), in het Museum Of Modern Art in New York.

Zo’n werk dat je altijd bljift fascineren. Het spreekt me meer aan dan alles wat Edward Hopper ooit heeft geschilder – waarmee ik niets negatiefs over het oeuvre van Hopper wil zeggen. Christina’s World was een belangrijke inspiratiebron voor de fotografie van Terrence Malicks ‘Days Of Heaven’.