SCHIJN BEDRIEGT: IL CATALOGO E QUESTO

IMG_2170

Natuurlijk vergeet ik dan heel wat hartendieven over wie ik evenmin een boekje opendoe. (Dit is overigens geen roddelrubriek, al kan het daar soms wel eens op lijken). Marc en Annick uit Antwerpen. Annick is een styliste en heeft een mooie klerenwinkel. Marc is dj-vrijwilliger op onze feestjes, en zoveel meer. Dank zij deze vienden hebben wij Essaouira en de Villa Maroc leren kennen. Theo en Anne-Marie ken ik nog niet zo lang, maar er is nog veel toekomst voor onze vriendschap. We gaan graag samen naar concerten. David en Els, want ‘nieuwe’ vrienden mag ik ook niet vergeten. Natuurlijk vertel ik niets over Leo, een denker. We hebben, lang geleden, in dezelfde straat gewoond en samen naar Im Lauf der Zeit gekeken op televisie. We hebben (samen met Flor, bijna over het hoofd gezien) tequila leren drinken in het Hard Rock Café aan het Fernand Cockplein. Dat bestaat niet meer. Misschien nog een geluk dat het niet meer bestaat. Er bestaan nogl voldoende Hard Rock Cafés en ze zijn allemaal hetzelfde. Niet beter dan een McDonald. Over de kunstenares Maria D zeg ik al helemaal niets. Geen woord. Het mag niet. Guido uit Lot. Talloze concerten gedeeld met Guido (Van Desmond Dekker tot Gillian Welch). Joost, de koning van de straathoekwerkers. Menchu, de prinses van Cadiz. Nico, de ecologista en Kiko, de arabist en verhalenverteller, beiden uit Cadiz. Katrin L. met wie we Londen, Parijs en Madrid verkenden en die we misschien nooit meer terugzien. Katrin, dat mag niet gebeuren! En waar zijn Ilse en Ton? Waarom niets over hen? Van Ilse staat er wel een foto op flickr, met een grote pompoen. Johny en Corine, Afrika-reizigers, situationisten, gewetenschoppers. Ria, kunstenares, van de Antwerpse en Romeinse nachten. Guillaume, een beroemd kunstenaar, een man met een warm hart. Koen P, Annick F, Sonja D, Sonja S (waar zit jij eigenlijk en je Jan?). Max, met wie ik altijd afspraken maak die nooit ergens toe leiden. De kameraden van Bureau des Ports. Harry en Herman en Gigi. Sabine en Tinneke. Martine, die al jaren door haar persoonlijk hel gaat. Tonko (dichter, professor) en Arlette. Ik word er moe van. Zoveel stiltes, zoveel ademnood, zoveel onuitgesproken gedachten, zoveel goeds, zoveel dagen, zoveel nachten. Zoveel leven in één leven. En dit is niet het einde. Het einde is niet in zicht.

Foto: vrienden

SCHIJN BEDRIEGT: OVER VRIENDEN EN FIGURANTEN

4-8-2013_002

Het valt me op dat er mensen en dingen zijn waar ik niet of weinig of uitzonderlijk over schrijf. Noem ik de naam van mijn levensgezellin Agnes, de vrouw die veel van mijn zorgen met me deelt (en vice versa natuurlijk, hopelijk is er enig evenwicht)? Schrijf ik iets over mijn goede vriend Patje, met wie ik een radioprogramma maak? Over Paul, schilder en filosoof? Over Eddy en Rita, fijne en intelligente mensen. Rita en Jules, vrienden die onlangs nog op visite waren. (Rita herinnerde mij aan de periode dat Johan Reygaerts in de boekwinkel werkte)? Over mijn zoon Jesse, die zo intelligent en creatief is, en die me bijzonder dierbaar is? Over mijn ex, van wie ik al een eeuwigheid gescheiden ben, maar aan wie ik mooie herinneringen heb, zeker aan onze eerste jaren? Over Bart en Brecht, die collega’s, maar ook vrienden zijn. Over Inge V, met wie ik graag op reis en op restaurant ga, en met wie ik graag over boeken praat. Over Inge F, met wie ik graag op restaurant ga en over het leven praat en die me altijd moed inspreekt? Over Didi, een hele lieve en bijzondere vrouw, sterk en moedig, die me zeer genegen is, maar die ik veel te weinig zie. Over haar dochter Deborah, die in zowat alle delen van de wereld heeft gestudeerd, een heel mooi en bijzonder intelligent meisje? Haar vader Yves, met wie ik destijds wijn dronk en over T.Rex, Eddie Cochran en klassieke muziek praatte? Over JFK Canard, een ex-taxichauffeur en kunstenaar die ik al eeuwen ken? Over Jan en Isabelle uit Gent, jonge vrienden met veel gevoel voor humor en vol levenslust. Over Inge VD, al jarenlang mijn psychoanalytica, maar nu niet meer (vrees ik)? Over mijn broer François, die in armoede leeft, maar niet echt ongelukkig lijkt (hij heeft wel eigen huis)? Over Gerrit, mijn vriend, dichter en psychiater. Over Bruno, die in een Atheens ziekenhuis ligt. Over Marc T, dichter en taalproever, een man met wie ik enige jaren samenwerkte aan het tijdschrift Brutaal (de titel heeft men van ons gepikt, voor een of ander taalproject)? Over Georges, schooldirecteur, toeverlaat van kunstenaars en dichters en bezieler van Brutaal? Over Gerda, uit Brugge, een collega en een goede vriendin. Over Marc, met wie ik een boekje schreef in één exemplaar en ruzie maakte over één van zijn films, maar die toch mijn vriend blijft tot het einde van mijn dagen? Over Gottfried Van Salzburg, die tekeningen voor mijn dichtbundel maakte? Over Louis en Liesje? Over degenen die ik nu even vergeet. Waarom schrijf ik zelden over hen? Uit narcisme? Dat denk ik niet. Ik moet er over nadenken, maar ik denk dat ik het antwoord ken. Wil ik deze mensen niet vooral beschermen, wil ik niet verhinderen dat zij door de wereld aan stukken worden gereten, ook al is deze cyberwereld de vriendelijkheid zelve?

Ik probeer discreet te blijven en niet teveel ‘vertrouwelijkheden’ van degenen die mij dierbaar zijn aan (vaak) onbekenden prijs te geven. Ik vertel hier mijn verhaal, waar zij allen ongetwijfeld een rol in spelen, maar een rol die ik bewust of onbewust tot figurantenrol herleid. Zij verdienen beter. Het zij zo. Op dit ogenblik kan ik niet anders.

Foto: Jesse, François en Agnes in Lanaken

BREAKFAST AT NIGHT : VOOR PAM

velvetundergroundcolor0il

Deze woorden van Lou Reed (Velvet Underground) draag ik op aan Pam. Kan dat wel, woorden van iemand anders opdragen aan iemand? Ik doe het toch. Vanwege een foto op flickr.

Well, I’m beginning to see the light
I wanna tell all you people, now
Now, now, baby, I’m beginning to see the light
Hey, now, baby, I’m beginning to see the light
Wine in the mornin’, and some breakfast at night
Well, I’m beginning to see the light

DRIE HERFSTDAGEN (een lijst)

IMG_2408

1. Vrijdag. Bijwonen van een congres over Stedelijke paradoxen als uitdaging voor beleid en middenveld, in het Elzenveld in Antwerpen.
2. Mijn deelnemersmap verloren. Verstrooidheid vanwege treinvertraging en dergelijke.
3. Afsluiting van het congres met kippenvelgedichten van Ramsey Nasr (van wie ik nog nooit gedichten had gelezen).
4. Receptie met middelmatige schuimwijn. Ik beslis niet meer dan 1, maximaal 2 glazen te drinken.
5. Ik drink veel meer glazen middelmatige schuimwijn en praat met een aantal andere receptiegangers, maar wegens schuchterheid niet met Ramsey Nasr.
6. Samen met tal van andere aanwezigen zak ik af naar café Gounod, waar ik bier drink.
7. Natte voeten op weg naar het centraal station.
8. Treinvertraging vanwege de ‘sneeuwstorm’.
9. Ik bagger door Brussel, op weg naar huis, met natte voeten.
10. Ik neem een warm voetbad.
11. Zaterdag. Om halfnegen op. Boodschappen met de caddy, voor de vrienden uit Antwerpen die worden verwacht. Dat gaat heel moeilijk met de dikke en soms modderige sneeuw. De caddy zit vol met eten en vooral wijn. Een zware vracht.
12. Na thuiskomst en uitladen snoei ik de planten op het terras. Vooral geraniums, maar ook cactussen. Sommige planten zijn omgevallen door de felle wind.
13. Ik zit op mijn kamer, breng mijn papieren op orde, lees en schrijf commentaren bij flickr. Verzorg mijn e-mail. Luister naar muziek via itunes (ik noem dit merk, omdat het later nog een rol zal spelen in deze lijst).
14. Ik kijk af en toe naar de sneeuw.
15. Ik maak zwartwit foto’s van de sneeuw (dit kan ook al eerder zijn gebeurd).
16. Ik doe iets wat ik als een geheim beschouw.
17. Helpen in de keuken. Mosselen schoonmaken, look, ui, selder, etcetera.
18. De vrienden verwelkomen, een glaasje wijn aanbieden, hapjes, muziek, fijne conversatie.
19. Ik bereid de mosselen (voorgerecht). Recept verkrijgbaar.
20. Eten, drinken, fijn gesprek met onze oude en allerliefste vrienden.
21. Door het gesprek herinner ik me hoe ik Johan Reygaerts – die onlangs is overleden en waarover ik hier een kort stukje heb geschreven – heb ontmoet. Kennelijk lijd ik aan geheugenverlies. Johan en ik hebben in dezelfde boekenwinkel gewerkt. Echter niet lang.
22. Afscheid (moeilijk).
23. Ik speel een stukje op mijn gitaar.
24. We doen de afwas.
25. We bekijken Million Dollar Baby van Clint Eastwood. Sentimenteel en moraliserend, zoals we van Clint Eastwood gewoon zijn. Maar wel mooi gefilmd.
26. Ik val in slaap bij de film.
27. Omstreeks twee uur ben ik klaar wakker.
28. Ik ga naar mijn kamer en schrijf iets op hoochiekoochie (onder invloed van wijn).
29. Flickr-commentaren. Hoochiekoochiecommentaren.
30. Zondag. Uitslapen. Klasseren van de cd’s. De planten op het terras verder verzorgen of binnennemen en naar boven dragen, waar ze zullen overwinteren.
31. Ik snijd in mijn vinger met een snoeimes. Bloed, isobetadine.
32. Ik klasseer cd’s.
33. Ik ga naar mijn kamer om wat niets te doen. Ik zet itunes op, om wat muziek te beluisteren. Er is een nieuwe versie, zeggen ze. Downloaden? Ja, zeg ik. Downloaden begint. Ik moet ook quicktime for windows downloaden, zeggen ze. Ja zeg ik. Het downloaden voor van quicktime for windows mislukt. Itunes werkt niet meer. Ik download opnieuw. Zelfde probleem. Ik verander de instellingen van windows. Download. Zelfde probleem. Ik word wanhopig. Kan niet leven zonder muziek, ben verslaafd aan itunes. Ik heb het programma ook nodig om mijn radioprogramma voor te bereiden. Ik blijf proberen en het blijft mislukken. Ik vervloek computers, software, hardware en technologie in het algemeen.
34. Ik zet de sneeuwfoto’s op flickr. Ze hebben geen enkele artistieke pretentie.
35. Ik heb een lange een grappige conversatie. Maar in mijn hart voel ik verdriet. Geen muziek. Bestaat mijn wereld wel zonder muziek?
36. Je kunt toch ook cd’s spelen? Ik ben lui, en gewoon aan itunes. Het gebruiksgemak. De combinatiemogelijkheden.
37. Ik verneem interessante dingen over de filmacademie van Lodz, over Denemarken, over het leven van een cowgirl, het beluisteren van Johnny Cash en Willie Nelson, Martina McBride en het drinken van pure tequila. Ik zie hartjes, manen en sterren, rode lippen, rozen. Ik lees gekkigheden.
38. Ik zet de computer uit, met pijn in het hart en vraag me af, hoe ga ik al deze problemen oplossen?
39. Ik doe een middagdutje.
40. We eten, drinken een beetje wijn en kijken naar The Godfather 1. Niet helemaal.
41. Ik drink water.
42. Het gebruikelijke ritueel voor het slapengaan.
43. Een nieuwe plakker op mijn gewonde vinger.
44. Ik lees nog wat in bed. Een gedicht van Borges.
45. Het licht uit.
46. Dromen en nachtmerries.
47. Maandag: Met dwaas hoofd de voorbereiding voor de dagtaak.
48. Het onbewuste verzwijgt (…)
46. (Volgens iemand in de Standaard vertellen we twee komma vijf leugens per dag. Wie niet liegt is ongezond, zegt de onderzoeker.)

Foto: November 2005

SPOREN IN AUTOMATISCHE ZINNEN

Wereld-dingen, wendingen. Waarom dit en niet dat? When the night has fallen. Stand by me? Vrienden stellen geen vragen. Maken geen lijstjes? Geen lijsterbessen? Waarom niet? Angst voor waanzin, dronkenschap, afdwalen, verdwalen.

Een heel avontuur: van Antwerpen naar Brussel met natte voeten in de trein. Een sneeuwstorm, na de warme dagen, en nu wennen aan het vuur. Het vuur in mij, in jou. Het vonkje van de ziel. Ik kan geen zin meer zien en geen zinnen bouwen. Had ik een huis of een auto, dan misschien… Automatische zinnen. Zingenot. Maar de gave blijkt te verdwijnen. Een gebrek, een open wonde. Jongens, meisjes, vrolijkheid gevraagd op dit late uur, als de geliefden al lang te slapen liggen!

De nachtwacht ploetert door de sneeuw, maar waarschijnlijk heeft hij geen natte voeten. Of zij? Rode laarsjes? Cowboy boots. Blijft ze even staan voor mijn deur? Belt ze aan? Laat ik haar binnen? Sporen. Ja, ze laat sporen na. Uitwissen. Een nieuw leven beginnen, waar alles mogelijk is, geen draadjes, geen rafels, geen stenen tafels. Een vrij leven. Een toekomst tegemoet. Aan ziekte en dood ontsnappen en voor de liefde leven. Sporen van rode laarsjes, van Arthur Schnitzler en alle andere namen uitgewist.

NATIONALE FEESTDAG, 1976


Uit antieke kanonnen buldert hun volkslied
en zomergekte overspoelt duizenden onderdanen;
overal op de boulevards in feestelijk badpak
onthullen zij hun eeuwenoude trotse geslacht.

(Soms plots een syncope:
staan zij met z’n allen
kaarsrecht in het gelid.)

Op het Omwentelingsplein houdt een maarschalk
zijn witgelakte reddingsbootjes paraat.
Vijf pompiers zitten met rode neuzen
om een ronde tafel en drinken nog een gueuze.

Aan de tricolor wappert een marmeren paleis.
De koning der Belgen verschijnt
minzaam glimlachend op het balkon
en strooit handenvol babelutten in het rond

Aan zijn zijde de koningin, die vraagt:
“Hoe sta ik met een rode hoed ?”
“Het is gewoon geen zicht, vorstin.”
Ontstemd gaat zij weer hun woning in.

Mijn lief rookt rode libanon voor het raam.
“Onnozel zijn de mensen, het heeft geen naam.”
“Kom hier”, zeg ik tegen haar blote rug,
“dan smeer ik je nog eens met honing in.”