EEN GESPREK MET STUART STAPLES

amputees

Een week geleden zat ik aan een tafeltje in Coffee & Vinyl in Antwerpen te praten met Stuart Staples, zanger en componist van de band Tindersticks. Ik had hem al enkele keren ontmoet na concerten in Gent, Brussel en Antwerpen, maar nooit met hem geconverseerd. Te schuchter. Nu kwam hij naast me zitten en heel spontaan ontstond een gesprek. (Mijn goede vriend Neil Fraser, gitarist van de band, had me even tevoren opnieuw aan de zanger voorgesteld.) Tijdens onze conversatie sneden we diverse onderwerpen aan, maar het is onze liefde voor muziek die ons met elkaar verbindt. Of wat dacht je?
Op de achtergrond, een half uur tevoren nog voorgrond, ’No Treasure But Hope’, de in Parijs opgenomen nieuwe elpee van Tindersticks, die op 15 november uitkomt. Het zou wel eens de meest bij de strot grijpende en gloedvolle langspeelplaat van de Britse groep kunnen zijn, al is het moeilijk om hun oudere werk te overtreffen (vanaf hun debuut uit 1993, Tindersticks, tot The Waiting Room uit 2015). We komen van ver, zegt Stuart. Onze eerste elpee kwam zesentwintig jaar geleden uit. Dat lijkt een eeuwigheid geleden. Ik was een andere man, jong, romantisch, vol bewondering voor mijn muzikale helden, onder meer Scott Walker, Leonard Cohen, Townes Van Zandt, Joy Division en Nick Cave.

tindersticks-colour-

The Amputees, de single die samen met foto’s van het hoesontwerp [1] voor de nieuwe elpee die avond in Coffee & Vinyl werd voorgesteld, is net afgelopen. Ik vraag me af over wie het lied gaat. Want het klinkt net zo triest als de donkerste songs van Townes Van Zandt of James Carr. Denk aan Still Looking For You of That’s The Way Love Turned Out For Me, hoewel de muziek van Tindersticks daar qua stijl niet meteen op lijkt.
Er klinkt wanhoop in Stuart Staples’ stem, schrijnend verdriet, dat verhevigt naarmate het lied vordert en dat een hoogtepunt bereikt als hij op het einde wel twaalf keer de woorden I miss you so bad herhaalt. Je hoort de pijn van een amputatie die plaatsvindt in de ziel. De zanger heeft het wel vaker over gedoemde relaties maar slechts zelden heb ik hem met zo’n intense droefheid over het einde van een liefde horen zingen. Gaat de song over iemand die Stuart kent, een vriend of vriendin, een van de bandleden? Over hemzelf? Dat laatste lijkt me onwaarschijnlijk: hij en zijn vrouw, de kunstenares Suzanne Osborne, zijn al heel lang samen en als hij haar naam uitspreekt is dat met veel tederheid. Ik dacht even dat het over de brexit ging, mompel ik, om een pijnlijke stilte te doorbreken. Al is dat gedoe evenmin iets om vrolijk van te worden. Nee, het gaat niet over de brexit, zegt Stuart. Al is dat een mogelijke interpretatie: als gevolg van de brexit moet ik afscheid nemen van heel wat Engelse vrienden. Ik weet niet of ik nog vaak zal teruggaan. The Amputees gaat niet over één bepaalde persoon. Een huwelijk of een relatie verloopt met ups en downs, dat zal je wel bekend zijn, als je al zo lang getrouwd bent als jullie. Je hebt zo van die wanhopige momenten, échte dieptepunten. Wat betekent je huwelijk nog? Opeens zie je jezelf terug in het verleden, toen je liefde nog pril en onaangetast was. Opeens mis je de vrouw die zij toen was. Het jonge meisje. Je zou willen dat je kon terugkeren, wat niet mogelijk is. Het lijkt op een scheiding. Maar zo’n ogenblik van wanhoop is natuurlijk niet het einde. Nadien sta je weer met je voeten op de grond. Je verzoent je met wie jullie nu zijn. Maar het resultaat van dat moment van vertwijfeling is The Amputees.

kicking

Voor waardevolle muziek moet je online gaan, op YouTube of elders gaan zoeken, zegt Stuart. Op de radio valt niets meer te beleven. Bewonderenswaardig aan België, aldus de zanger, is onze diversiteit, zeker op cultureel en muzikaal gebied. Dat zegt hij omdat hij een groot stuk van de dag naar Radio Centraal heeft geluisterd. Daar hoor je wél nog andere muziek. De radiomakers van Centraal zijn niet bang voor experiment, mislukking, onzuiverheid, kunst. Dat is natuurlijk wel een geval apart, meer dan die zender kun je niet afwijken van de aanvaarde radiofonische concepten.
Je hoort vandaag opnieuw uitstekende muziek, zegt Stuart. Dat vond hij tien jaar geleden niet. Het was toen gedaan met betere rock, indie, r&b, noem maar op. Maar nu staan de zaken er weer beter voor. Kendrick Lamar bijvoorbeeld is fantastisch.
Nick Cave, die van Kicking Against the Pricks, was voor Stuart een openbaring. Tindersticks is het stadium van bewondering al een poos ontgroeid. Je hoort geen de duidelijke invloeden meer in hun composities, in hun sound. De songs van Tindersticks zijn door en door van Tindersticks. Maar destijds waren Nick Cave & the Bad Seeds invloedrijk. De manier waarop Nick Cave composities aandurfde die eigenlijk buiten zijn vocaal bereik lagen is bewonderenswaardig. Hoe hij Something’s Gotten Hold Of My Heart van Gene Pitney aanpakt, dat is subliem. Je moet veel moed hebben om zo’n moeilijke song aan te durven. Gene Pitney was een geweldige zanger, vind je niet? Jazeker, zeg ik, ik heb altijd zielsveel gehouden van I’m Gonna Be Strong en I Must Be Seeing Things. Fantastische zanger, beaamt Stuart. Nick Cave heeft een jongere generatie ertoe aangezet om naar Elvis Presley, Roy Orbison en Mickey Newbury te gaan luisteren, zeg ik. Ja, dat is een grote verdienste van hem, zegt Stuart. De Nick Cave van nu boeit me niet meer zo, gaat hij verder. De bezieling is een beetje verdwenen.
Wat denk je van Alex Chilton? Ook hij heeft zo’n ‘pedagogische’ rol gespeeld. Rockabilly, country, soul, jazz, het kwam allemaal bij hem aan bod. Ook hij wees naar grote voorbeelden uit het verleden. Ook hij zong liedjes die hij niet aankon, maar deed het toch met verve. Jammer, dat hij er maar weinig erkenning voor kreeg. Ach, zegt Stuart, ik denk niet dat hij daar wakker van lag. Hij deed het voor de muziek, succes maakte hem niet veel uit. Hij was trouwens een buitengewoon songschrijver. Holocaust is een van de mooiste liedjes die ik ken, zegt Stuart. Townes Van Zandt is ook zo iemand, en er zijn er nog. Muzikanten die het niet voor de roem deden, maar for the sake of the song.
Ik vraag hem of hij Hurray for the Riff Raff kent, de band van Alynda Lee Segarra. Nee, maar ik zal er naar luisteren, zegt hij.

We praten over Claire Denis. Stuart Staples en Tindersticks maakten de soundtracks voor bijna al haar films sinds Nenette et Boni (1996). Ze is een heel bijzondere vrouw, zegt Stuart. Je maakt haar niets wijs. Ze is al redelijk oud, zeker in de zeventig, maar ze laat zich door niemand doen, ze gaat altijd haar eigen weg. Beau Travail, over het Franse vreemdelingenlegioen, is mijn favoriete film van haar, en Trouble Every Day. Die twee zijn inderdaad subliem, maar op dit ogenblik gaat mijn voorkeur naar 35 Rhums, zeg ik. (De titel wil mij eerst niet te binnen schieten, en ik plaats het verhaal per abuis in Marseille, terwijl het in een Parijse banlieue van Parijs speelt. Stuart weet meteen welke film ik bedoel, noemt de titel maar corrigeert me niet wat betreft de plaats van handeling. Een echte gentleman.)

claire denis

Wat klinkt de nieuwe plaat toch geweldig. Opvallend is het gitaarspel. Ik hoor opeens een echo van the Velvet Underground, meer bepaald van Pale Blue Eyes. Stuart glimlacht even. Neil heeft nooit beter gitaar gespeeld dan op deze plaat, zeg Stuart.

Stuart en Suzanne wonen al lang in Frankrijk. Ik dacht dat ze daar tevreden waren met hun leven, maar nu blijkt dat hij naar Griekenland wil verhuizen. De Grieken hebben iets anarchistisch, vindt hij. Zeker nu. Ze aanvaarden geen gezag meer. Je voelt bij hen een immens verlangen naar vrijheid. Waar in Griekenland? In Ithaka, het kleine eiland waar Odysseus vandaan kwam en naar waar hij na zijn omzwervingen terugkeerde. Dan wordt Suzanne je Penelope die op je zal wachten tot je terugkeert van een tournee. Suzanne zal niet lijdzaam zitten wachten, neem dat maar van me aan. Ik vertel hem het tragische verhaal van mijn schoonbroer, Bruno, op het eiland Mykonos. Stewart luistert aandachtig. Die moderne tragedie zal hem echter niet tegenhouden om als het ogenblik gekomen is naar Ithaka te verhuizen. Het is maar een klein eiland, 96 vierkante kilometer. Er wonen slechts drieduizend mensen. Het is er veilig.
Je zou net zo goed in Portugal kunnen gaan wonen, nog een Europees land dat zich op positieve wijze onderscheidt van de rest van ons continent. Ja, Portugal is ook een mogelijkheid. We hebben er vaak met veel plezier opgetreden. Portugezen zijn fijne mensen. Maar het wordt er erg druk. Grote Franse bedrijven investeren nu in Portugal. Er is heel veel toerisme in Lissabon en Porto. Ik houd van de platen van Madredeus, voegt hij eraan toe. Ik heb de groep leren kennen in de film van Wim Wenders, Lisbon Story (1994), ik werd meteen verliefd op Teresa Salgueiro, zeg ik. Om te rusten leg ik nogal eens hun plaat O Paraiso op. Dat bedoel ik niet negatief, eerder als lof. Soms val ik erbij in slaap, soms bereik ik er de grenzen van het paradijs mee. Soms word ik er voor enkele minuten toegelaten. Stuart glimlacht. Ik begrijp wat je bedoelt, zegt hij. Je kunt er bij wegdromen.

dav

[1] Foto’s van de videoclip voor de single The Amputees. Regie en knipwerk: Stuart Staples. Foto’s: Neil Fraser. Art direction: Suzanne Osborne.]

Afbeeldingen: The Amputees, foto’s tegen de wand in Coffee & Cigarettes, Martin Pulaski; Tindersticks, 2019, Richard Dumas & Suzanne Osborne; Nick Cave & the Bad Seeds, Kicking Against the Pricks; Claire Denis, fotograaf onbekend; Stuart Staples en ik in Coffee & Vinyl, Agnes Anquinet.

WAAR GAAT HET NAARTOE MET DE WERELD?

coole bar

Ring ring ring (raspberry beret ringtone weerklinkt)…
Dita: Hallo, dag Marius, hoe gaat het?
Marius: Goed, goed, maar ik heb vervelend nieuws.
Dita: Alweer.
Marius: Onlangs wilde ik iets gaan drinken in een van die coole bars hier. Mocht ik toch niet binnen zeker, Dita.
Dita: Je meent het niet. Je houdt me voor de gek, Marius. Iemes ne kloet aofdraaien, zeggen ze in de lieflijke streek waar ik vandaan kom.
Marius: Nee hoor, Dita. Ik ben serieus. De toegang werd mij ontzegd, om het eens ambtelijk te formuleren.
Dita: Wacht even, ik zet de muziek hier wat stiller.
Marius: Waar luister je naar?
Dita: You say you never compromise with the mystery tramp, je weet wel.
Marius: Jij met je Bob Dylan altijd.
Dita: Spirit. Het is Spirit. Maar vertel verder…
Marius: Wat is er aan de hand, vroeg ik aan de buitenwipper. Heb je je jeans al eens bekeken, vroeg die snerend. En ik: jazeker, zelfs meermaals, wat is er mis mee? Niet gescheurd, zei de buitenwipper. Geen gescheurde jeans, geen toegang. Dat is hier onze politiek.
Dita: Je houdt me echt wel voor de gek, Marius.
Marius: Was het maar waar.
Dita: Waar gaat het naartoe met de wereld.
Marius: Dat vraag ik me ook al een tijdje af, Dita.
Dita: Marius, ik moet nu dringend de planten water geven. Als je het niet erg vindt?
Marius: Oké. A un de ces quat’.

Afbeelding: Martin Pulaski, Gent, 14 mei 2006.

KOPENHAAGSE BEELDEN

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 012

Soms zegt één beeld meer dan duizend woorden, zeg je. Soms ben ik het met je eens. Onze tijd is gek van fotografie, maar kijkt onze tijd ook nog naar foto’s? Zijn er niet te veel om ze nog aandachtig en van dichtbij te kunnen bekijken? Om ze te zien? Wat is dat toch met al die foto’s, met al die fotoboeken op salontafels? Wat is dat met het verschuiven van onze aandacht van plastische kunst naar fotografie? Al die bedevaarten naar fototentoonstellingen, waar zijn die goed voor? Wat heeft onze tijd eraan? Wat doet hij ermee? Volstaat het moment niet langer? De belevenis? De ervaring?
Al dat treuren om overleden fotografen, ook nu weer om Robert Frank, Peter Lindbergh en Fred Herzog, wat betekent dat toch? Want ik weet het niet. Ik maak ook maar wat foto’s. Snapshots zijn het, meer niet.

In juni reisde ik per trein naar Hamburg en van daar naar Kopenhagen. Hoewel ik nog zwak was van een lange ziekte beleefde ik er mooie en intense momenten. Tijdens de reis had ik te weinig energie om wat dan ook te noteren, maar ik wilde toch een aantal indrukken onthouden. Het geheugen gaat er niet op vooruit, hoor ik je zo vaak zeggen. En dat stel ik nu ook aan den lijve vast. Deze foto’s zijn een soort van dagboeknotities. Maar ze hebben minder moeite gekost dat die in woorden. Zeggen ze ook meer?

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 074

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 078

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 088

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 098

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 103

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 106

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 151

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 158

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 181

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 196

crosby 2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 253 b

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 201

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 223

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 242

Beelden: van Puttgarden naar Rødbyhavn; Kierkegaards graf; een groepje Italianen aan Kierkegaards graf; Ben Websters graf; Christiansborg (x3); Louisiana; Pipilotti Rist; Yayoi Kusama; Karel Appel; Njideka Akunyli Crosby; zwemmers in Louisiana; Louisiana; hotelkamer ’s ochtends.

LAATSTE PERZIK VAN DE ZOMER

P1010196

 

Ring ring ring (raspberry beret ringtone weerklinkt)…
Dita: Hallo, dag Marius, hoe gaat het?
Marius: Goed, goed, maar ik heb vervelend nieuws.
Dita: Ai…
Marius: Ik kan je morgen jammer genoeg niet zien. Ik kan onmogelijk naar Diest komen.
Dita: Je bent toch weer niet ziek?
Marius: Nee, eigenlijk niet. Maar ik heb hier nog een perzik liggen die ik moet opeten. Als ik dat nog een dag uitstel wordt die rot.
Dita: Dat begrijp ik. Een rotte perzik, stel je voor.
Marius: Ik dacht wel dat je het onvermijdelijke van deze situatie zou inzien.
Dita: Volgende keer beter.
Marius: Zeker, dit is mijn allerlaatste perzik.
Dita: De zomer is afgelopen.
Marius: Zo is het. Dag Dita.
Dita: Dag Marius.

Afbeelding: Martin Pulaski, Berlijn.

ZERO DE CONDUITE: RUNNING AND JUMPING

jumpin jack flash

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Genoeg geluierd, de zomer is voorbij. Tijd om in beweging te komen, te rennen, te springen, wat je maar wilt. Of gewoonweg dansen, dat mag ook. Met deze muziek op de voorgrond en zelfs op de achtergrond kom je gegarandeerd met je luie kont van de bank af. En van het dak, wie daar om zes uur nog op zit. Vanavond niets dan opgewekte songs en funky grooves uit India, San Francisco, New Orleans, Chicago, Oklahoma, Detroit, Londen, New York, Los Angeles, Belfast, Derry en Columbia in de staat Maryland. Geen depressieve jongens en meisjes vandaag, geen melancholische eenzame zielen. Maar hoe hebben we James Brown kunnen vergeten? Mysterie, maar voor de rest toch veel atmosphère.

Geniet ervan!

backstreets of desire

Jumpin’ Jack Flash – Ananda Shankar – What It Is! Funky Soul and Rare Grooves (1967-1977) – Mick Jagger & Keith Richards – 3:40

Run Paint Run Run – Captain Beefheart – Doc At The Radar Station – Don Van Vliet – 3:40

Jump Sturdy – Dr. John – Gris-Gris – Dr. John Creaux – 2:21

Jump City – Willy DeVille – Backstreets Of Desire – Willy DeVille – 5:01

Running Fast – The Meters – Fire On The Bayou – Arthur Art Neville/George Porter/Joseph Zig Modeliste/Leo Nocentelli – 1:25

Jump Back – Rufus Thomas – Jump Back With Rufus Thomas – Rufus Thomas – 2:21

Jump Sister Bessie – Otis Rush – I’m Satisfied. The 1956-1962 Cobra, Chess & Duke Sides – Willie Dixon – 2:35

Jump Me One More Time – John Lee Hooker – The Legendary Modern Recordings: 1948-1954 – Joe Josea – 2:32

Mamma Don’t Like Me Runnin’ Round – Big Joe Williams – Hand Me Down My Old Walking Stick – Big Joe Williams – 3:13

Jump Ted! – The Shufflers – The OKeh Rhythm & Blues Story 1949-1957  –  J. Burke – 2:26

Let’s Jump Tonight – Chuck Willis – Rockin’ With the Sheik of the Blues. The Okeh and Atlantic Recordings – Chuck Willis – 2:20

The Jumpin’ Bean – The Mystics – R&B Hipshakers Vol. 3 – Just A Little Bit Of The Jumpin’ Bean – The Shufflers – 2:44

bluejean bop

Jumps, Giggles & Shouts – Gene Vincent – Bluejean Bop! – Gen Vincent / Sherrif Tex Davis – 2:53

Let’s Jump The Broomstick – Brenda Lee – The Best Of Brenda Lee – Charles Robins – 2:36

Jump And Dance – The Carnabys – Maximum ’65 – Andy Andrews – 2:39

Nowhere To Run – Martha Reeves & The Vandellas – Dance Party! – Lamont Dozier/Brian Holland/Edward Holland Jr. – 2:58

I Wanna Jump – Ike & Tina Turner – The Minit Records Story – Ike Turner – 2:34

Keep On Running – The Spencer Davis Group – Eight Gigs A Week: The Steve Winwood Years – Jackie Edwards – 2:47

Run Run Run – The Who – A Quick One – Pete Townshend – 2:45

Run Run Run – The Velvet Underground – The Velvet Underground & Nico 45th Anniversary [ Deluxe Edition Vol.1] – Lou Reed – 4:22

Jumpin’ Jack Flash – The Rolling Stones – Forty Licks – Keith Richards/Mick Jagger – 3:43

Jump Into The Fire – Harry Nilsson – Nilsson Schmilsson – Harry Nilsson – 3:34

Jump Street – Boz Scaggs – Silk Degrees – D. Paich/B. Scaggs – 5:13

Come Running – Van Morrison – Moondance [2013 Remastered] – George Ivan “Van” Morrison – 2:31

Nowhere To Run – J.J. Cale – Naturally – J. J. Cale – 2:28

jane b 1

She Comes Running – Lee Hazlewood – Love And Other Crimes – Lee Hazlewood – 2:17

You Should Have Seen Me Running – New Riders Of The Purple Sage – The Adventures Of Panama Red – John Dawson – 3:02

Up Around The Bend – Creedence Clearwater Revival – Cosmo’s Factory – John Fogerty – 2:41

Run Through The Jungle – The Gun Club – Miami – John Fogerty – 4:09

Jump Boys – The Undertones – An Anthology – John O’Neill – 2:42

Run Away With You – Los Lobos – This Time – Hidalgo/Pérez – 3:06

Jump They Say – David Bowie – Black Tie White Noise – David Bowie – 4:23

No More Runnin – Animal Collective – Merriweather Post Pavilion – Animal Collective – 4:23

Run Charlie Run – The Temptations – All Directions – Foreman/C.M. King – 3:02

Runnin’ Away – Sly & The Family Stone – There’s A Riot Going On – S. Stewart – 2:57

Jump! – Van Dyke Parks – Jump! –  Van Dyke Parks – 2:03

Bone Jump – Brian Eno With John Hopkins & Leo Abrahams – Small Craft On A Milk Sea – Brian Eno – 2:22

Carnival Jump – Sandy Bull – Demolition Derby – Sandy Bull – 9:01

Jump Up – Elvis Costello – My Aim Is True – Elvis Costello – 2:09

Run Devil Run – Jenny Lewis & The Watson Twins – Rabbit Fur Coat – Jenny Lewis  – 1:09

On The Run – Link Wray – Mordicai Jones – Link Wray/Yvonne Verrocca – 5:46

ike and tina 3

Research, samenstelling en presentatie: Martin Pulaski

VOORSMAAKJE

Je zou je af kunnen vragen wat morgen het thema van Zéro de conduite wordt? Krijgen we een dertigtal liedjes over  vreemde vogels, ballet, Antwerps surrealisme, herfstmode, Franse actrices, de kleur rood, tepels, de lange omvaart, verbeeldingskracht, de kritiek van de zuivere rede, ambachten, de brexit? Of toch weer iets dat helemaal voor de hand ligt?

david lynch dnofts 2

jane b 2
Afbeeldingen: Jane Birkin; David Lynch

VERMOEIDE STRIJDERS

 

enfant secret 2

Enkele dagen geleden zag  ik L’enfant secret van Philippe Garrel, een autobiografische film uit 1979 met Anne Wiazemsky, Henri de Maublanc, Elli Medeiros en Bambou. De soundtrack is van Faton Cahen, bekend of niet bekend van de Franse progressieve-rockband Magma. In L’enfant secret vertelt Garrel een liefdesverhaal gebaseerd op zijn relatie met de zangeres Nico. De titel verwijst naar het zoontje van Nico, Ari, dat door zijn vader, Alain Delon, nooit werd erkend.
Met Philippe Garrels filmstijl ben ik vertrouwd. Ik houd van zijn zwartwit, zijn lange stiltes, zijn trage camerabewegingen, zijn schaarse maar veelzeggende dialogen, zijn herhalingen. Zoals in al zijn films doen ook in L’enfant secret de acteurs en actrices aan underacting. Geen duidelijk zichtbare emoties bij de personages, wat niet belet dat je als toeschouwer toch met ze meevoelt. De film heeft vooral door zijn ritme en het vele donker een hypnose-effect. Je raakt bedwelmd: de kleine wereld die je op het scherm ziet en hoort wordt jouw eigen kleine wereld.

Het is mogelijk dat niet iedereen intimistische films als die van Philippe Garrel zo beleeft. Sommigen zullen zich ergeren aan de tegendraadsheid en de traagheid. Toen ik er gisteravond in het sprookjesachtige Warandepark met op de achtergrond de exotische muziek van de Feeërieën nog eens over nadacht besefte ik dat ik zelf ook in zo’n kleine wereld heb geleefd, en dat – in mindere mate – nog steeds doe. Een andere omgeving, een andere stijl, dat zeker, maar er zijn nogal wat overeenkomsten met die van de donkere setting waar Garrel ons mee naartoe neemt.
Aan het einde van de jaren zeventig en zeker in de jaren tachtig leefde ik net zo geïsoleerd, net zo opgesloten in mezelf en in de zelfgekozen microkosmos van verwante zielen. In zoverre we dat zelf al kunnen kiezen. Het was de nasleep van de tegencultuur. We waren vermoeide strijders die nooit hadden gestreden maar wel de oorlog verloren.
De muziek waar ik van hield hoorde je weinig op de radio (tenzij in het onvolprezen programma Domino, leerschool van heel wat muziekminnaars). Mijn favoriete films, die van Terrence Malick, Yasujiro Ozu, Shohei Imamura, de jonge Wim Wenders, Rainer Werner Fassbinder, Jacques Rivette en die van oude meesters als Friedrich Wilhelm Murnau, Jean Epstein en Robert Bresson, zag je alleen in cinefiele filmhuizen zoals Cartoon’s en Monty in Antwerpen en in het Brusselse Filmmuseum. Ik las geen bestsellers, geen boeken van bekende Nederlandse schrijvers (en van onbekende ook maar heel weinig). Wel ging mijn liefde naar romantische auteurs: Shelley, Keats en Kleist (die ik tot de romantici rekende). Ik had een grote bewondering voor Hölderlin en voor Antonin Artaud. Ik geloof dat ik maar één Nederlandse dichter las, H. H. ter Balkt alias Habakuk II de Balker, die ik als een Captain Beefheart van de Lage Landen beschouw(de). Mogelijk ben ik enkele dichters vergeten. Maar hoe het ook zij: ik verachtte het literaire wereldje van toen. Dat van de salons en boekenbeurzen en de praatprogramma’s (het bestaan waarvan ik pas in 1984, na aanschaf van een televisietoestel, ontdekte). Ik las geen kranten. Hoewel ik enkele kunstenaars als goede vrienden beschouwde interesseerde hedendaagse kunst me weinig. Ik liftte naar Firenze, Rome, Venetië en Padua om er de grote meesters uit de renaissance te bestuderen. De mooiste herinneringen heb ik aan een kort verblijf in Tübingen, en dan vooral aan mijn bezoek aan de toren waar Hölderlin de laatste zevenendertig jaar van zijn leven sleet. Hoewel de toren die er in 1979 stond niet meer de originele was, voelde ik er toch de aanwezigheid van de grote tragische dichter. Door een raam zag ik de Neckar stromen, dezelfde en toch niet dezelfde rivier die Hölderlin zo vaak zoveel troost had geschonken. Ja, grotendeels leefde ik in de negentiende eeuw en voor de rest in het boek The Romantic Agony [1] van Mario Praz, een tijdlang mijn literair-esthetische bijbel. Mijn kijk op de renaissance was negentiende-eeuws, de manier waarop ik naar muziek luisterde was dat vermoedelijk ook.
Op een dag echter gingen misdaadromans in mijn lezend leven ook een grote rol spelen . Hoe ik daartoe gekomen ben weet ik niet goed meer. Mogelijk kwam het door mijn vele gesprekken met mijn vriend Jos. Mogelijk raakte ik eraan verslingerd nadat ik de film Hammett van Wim Wenders had gezien. Voortaan vond ik het heerlijk om de hard-boiled romans van Dashiell Hammett, Raymond Chandler, Ross McDonald en vooral James Cain te lezen; een ware verrukking als ik een kater had. Wat later kwamen Sjöwall en Wahlöö het groepje misdaadverzinners vervoegen. Die had Jos mij aangeraden, dat weet ik wel zeker. In het begin aarzelde ik nog wat, onder meer omdat die twee schrijvers, een echtpaar, zulke rare namen hadden en ook wel omdat het zo’n lelijke Zwarte Beertjes waren. Maar zodra ik er één gelezen had volgde de rest.

Van alles wat ik hier heb opgesomd komt er zo goed als niets ter sprake in L’enfant secret. En toch, en toch is er die geestelijke verwantschap met Philippe Garrel – en met andere vergelijkbare kunstenaars. Ik denk dat gevoelens van afzondering, eenzaamheid en melancholie daar de grondtonen van zijn. Net als Philippe Garrel leefde ik in die tijd in een milieu waarin waanzin, psychiatrische instellingen, zelfmoord, amfetamine en morfine schering en inslag waren in de levens van sommige van mijn vrienden, de meest tragische van de vermoeide strijders tegen de toen heersende cultuur. Noem mijn generatie niet de generatie van vrijheid-blijheid. Als er al zoiets bestaat als mijn generatie. De deelgeneratie waar ik toe behoor zou je een nieuwe verloren generatie kunnen noemen, vergelijkbaar met die uit de jaren dertig, die van F. Scott Fitzgerald, Ernest Hemingway en Ezra Pound. De meesten van ons waren beautiful losers. Maar ik ben een overlever, ook al verafschuw ik die uitdrukking en ook al voel ik me nog steeds nergens thuis.

1978-1980-AURORA 15 DROMEN 001_editedb

[1] Lezers die in die dagen geen Italiaans kenden moesten hun toevlucht zoeken tot de Engelse vertaling van wat oorspronkelijk ‘La carne, la morte e il diavolo nella letteratura romantica’. Het boek werd later in het Nederlands vertaald als ‘Lust, dood en duivel in de literatuur van de Romantiek’.

Afbeeldingen: Anne Wiazemsky en Henri de Maublanc in L’enfant secret; schrijver dezes en Agnes (toen Senga) omstreeks 1979.