DE POSTMODERNE POSTBODE EN DE EINDELOZE NACHT

[Nachten aan de Kant 30 – April 1979]

De voorbije weken hielp ik Guy Bleus met voorbereidingen voor zijn nieuwe tentoonstelling/performance in het Pannenhuis: Smell Art/Mail Art. Je zou kunnen beweren dat Smell Art – ook olifactory art genoemd – geen nieuwe vondst is, onder meer Marcel Duchamp en Benjamin Péret gingen hem daarin voor. Maar voor mijn vriend is het in elk geval een nieuw avontuur en voor de toeschouwers en ook voor mezelf een soort van openbaring. Opeens besef je dat de reukzin in vergelijking met de andere zintuigen altijd al als minderwaardig werd beschouwd, zeker in de klassieke kunst. Is dat vanwege het verband van de reukzin met basale gevoelens als angst, seksuele drift en honger? [1] Ik heb de indruk dat nogal wat kunstliefhebbers dit nieuwe aspect in de ontwikkeling van Guy Bleus als kunstenaar niet erg au sérieux nemen. Dat is op zich niet zo erg, want smell art is inderdaad speels. Tegelijk is het esthetische kritiek op de esthetica, in de lijn van het dadaïsme en het surrealisme.

Op avond van de performance/voorstelling was het aantal aanwezigen eerder schaars. Waar waren de vaste klanten van het Pannenhuis? Guy heeft maar vijf van zijn diploma’s kunnen uitreiken. Ja, zijn roemruchte diploma’s waren er ook. Overigens is uitreiken niet helemaal correct, je moet er immers voor betalen. Zelf heb ik een diploma van doctor in de neuropsychiatrie, zo echt dat ik er meteen mee aan de slag zou kunnen gaan. Ik heb al wat ideeën voor de inrichting van mijn praktijk, nu nog een geldschieter vinden. Of ik maak er een filosofisch kabinet van, in Nederland bestaan die al, dat las ik onlangs in een of andere krant. Het viel me opnieuw op hoe sierlijk de fake handtekeningen van Guy Bleus zijn. Autogrammen als die van Rimbaud geven zijn diploma’s zoveel meer cachet dan de echte exemplaren. Wat is mijn handtekening in vergelijking daarmee onvolwassen, lelijk zelfs.
Guy zei me dat ik ook maar eens moet tentoonstellen; waarom doe ik niet eens iets met mijn gedichten? Ik twijfel nog. Gedichten dienen niet om naar te kijken, of ze zouden er als de Calligrammes van Apollinaire moeten uitzien. Maar hij heeft gelijk dat ik mijn werk op de een of andere manier moet tonen. Dat ik er aandacht moet voor vragen. Want mijn werk, dat ben ik.

Bij Guillaume en Renée zagen we La Notte van Michelangelo Antonioni. Ook dat was een openbaring. Waarom heb ik die modernistische film nooit eerder gezien en wel Blow-Up en Zabriskie Point? In La Notte heeft de regisseur uit Ferrara meerdere thema’s verwerkt. Een strak verhaal is er niet. Helemaal in het begin daalt de camera af van ergens boven in de Pirelli Toren in Milaan en laat je zo een blik werpen op de stad in wederopbouw. Je wordt een stille getuige van een huwelijk, dat van de romanschrijver Giovanni Pontano en zijn vrouw Lidia, dat niet meer te redden valt. Je kijkt mee door de ogen van Lidia en ontdekt Milaan als een poëtisch-architecturaal universum. Terwijl de nieuwe, moderne stad ontstaat voorvoel je al haar verval. Het volume van de wolkenkrabbers, het alomtegenwoordige beton en staal, het op hol geslagen, letterlijk verstikkende verkeer, werken de vervreemding in de hand. Je voelt aan dat niemand het hier honderd jaar zal volhouden, tenzij als ongelukkige slaapwandelaars. In de buitenwijken word je samen met Lidia lyrisch, maar niet lang. Want ook daar rukken de betonboeren op en waar tot voor kort weideland was is er nu wasteland. Dat woord van TS Eliot staat hier niet zomaar. Daar ontwaren we een groepje mannen die vuurpijlen de lucht in schieten, ze lijken op kleine raketten, met als grootste verschil dat ze geen doel hebben. Ze gaan in rook op. Deze randmensen verdrijven de schrikbarende tijd met zinloze handelingen en gestes. Je voelt Lidia’s ontreddering. Niet alleen haar huwelijk is gedoemd, de hele mensheid lijkt van zin verstoken. Toch lijkt haar verwarring niet te beletten dat ze ook nog prettige herinneringen heeft. Soms verschijnt er zelfs een glimlach op haar gelaat. Maar hoe hevig haar emoties ook zijn, ze blijven ingehouden. Het moet gezegd: Jeanne Moreau is voor deze rol de perfecte actrice.

De teleurgestelde romanschrijver Giovanni Pontano personifieert het probleem van de moderne literatuur, de betekenis van de schrijver en van de kunstenaar in het algemeen. Is het beroep van schrijver, een soort van subliem ambacht (Pontano als “il miglior fabbro”) niet achterhaald in het tijdperk van de technologie en een mogelijke nucleaire Dag des oordeels? Hoort iemand als Pontano ondanks zijn succes niet in een museum thuis? Waartoe nog gekunstelde zinnen bouwen die over de werkelijkheid gaan? Een ondernemer laat echte huizen en echte bruggen bouwen, laat echte schepen varen, echte vliegtuigen vliegen, echte arbeiders arbeiden.
De taperecorder van Valentina, de dochter van de rijke industrieel Gherardini, maakt de schrijfmachine als attribuut van de creatieve schrijver al bijna overbodig. De macht van een industrieel overschaduwt elke macht die een schrijver eventueel zou kunnen uitoefenen.

La Notte is doordrongen van de filosofie van het absurde. Het existentialisme van Albert Camus bepaalt in 1961 de tijdsgeest, ook bij de Italiaanse kunstenaars en intellectuelen. Het leven heeft geen zin en het spel heeft geen regels. “Je moet toch iets doen,” zegt Lidia als motivatie om naar een feestje van Gherardini te gaan.
Er wordt veel gezwegen in de films van Antonioni, en in La Notte mogelijk het meest van al. Iedereen in en rond de villa van Gherardini is eenzaam, niemand slaagt erin om tot de andere door te dringen. Niemand zegt wat hij of zij voelt, de taal is ontoereikend. Niemand kent de regels van het spel. Het luxueuze zwembad lijkt een uitvinding van aliens.

Je krijgt als toeschouwer niet één keer de kans om de tijd te vergeten. De nacht duurt lang, het is loden tijd. Hij wil maar niet wijken voor de dag. Je gaat zo hopen dat de film niet te lang meer zal duren. Je wilt uit die eindeloze nacht weg. Je bent er te zeer aan je lot overgelaten, ‘moederziel alleen’. Ik heb geen inspiratie, zegt Pontano tegen zijn vrouw Lidia, alleen maar herinneringen.

Ook in de salon van onze vrienden werd er na afloop van La Notte nog lang gezwegen. Met behulp van een glas bier en wat flauwe grappen brak uiteindelijk het ijs. Het was maar een film. Niets had ons beschadigd.

*

April 1979 – oktober 2020 [1] “Tips voor je eerste date: zorg dat er geen vieze luchtjes om je heen hangen, was je kleren goed, ga eens naar de mondhygiëniste, ”  aldus Iris Sommer, auteur van De zeven zintuigen, Over waarnemen en onwaarnemen.

VADER, ZOON, VRIEND

[NACHTEN AAN DE KANT 29. MAART 1979]

Venez, venez vite
Je veux tout, mais tout de suite
Entrez dans ma danse
Moi je me balance, Georges Moustaki
[1]

Paul Rigaumont kwam ons een schilderwerkje brengen. Het heet De angst voor de verkorzeling en het is mooi en expressief, hoewel nog altijd een beetje in de stijl van Paul Klee. De schilder zegt dat het koude romantiek is. Ik weet niet goed wat hij daarmee bedoelt, maar als ik nog een keer, nu wat aandachtiger, kijk weet ik het wel. Paul gebruikt graag woorden als verkorzeling. Heeft het belang of dat woord niet bestaat in de Nederlandse taal? Nee, dat heeft geen belang. Het is een handschoenwoord. En wat dat dan is, een handschoenwoord? Dat moet je maar aan Paul vragen.

We verbleven drie dagen bij mijn ouders in Lanaken. Carnaval is het minst geschikte moment om daar naartoe te gaan. Al het lelijkste in de mens komt dan naar boven. Ik heb slechts één aangename herinnering aan dat verblijf. Ik herinner mij namelijk met genoegen de film La fiancée du pirate, een bescheiden maar giftig juweeltje (“poésie amère”) van Nelly Kaplan met in de hoofdrol één van mijn meest geliefde actrices, de sprankelende Bernadette Lafont. Marie, de dochter van een ‘dorpsheks’, besluit prostituée te worden. Ze verandert de hut waarin ze met haar moeder woont in een magisch bordeel en wreekt zich met de middelen die de natuur haar geschonken heeft, en de natuur is zeer mild geweest, op de dorpelingen, met hun hypocriete moraal.

Met mijn vader voel ik minder verwantschap dan met mijn schilderende koud-romantische vriend. Ik wil niet op hem lijken. Ik wil elke band met hem verbreken, zelfs de genetische. Mooie fantasie! Onmogelijk dat je niet op je vader lijkt, hoezeer je je ook inspant om volstrekt van hem te verschillen. Maar mogelijk kun je met een krachtige, volgehouden inspanning van de wil er geleidelijk aan toch minder gaan uitzien als hij en uiteindelijk een andere mens worden. Over tien, twintig jaar nog eens in de spiegel kijken. [2]

Vandaag ging ik even bij de dokter langs om iets over de toestand van mijn longen te vernemen. Die is erbarmelijk, maar het gaat al beter, meneer Pulaski, zei de welwillende dokter Clerckx. Beter, het zal wel zijn als ik nacht op nacht in rokerige kroegen en vochtige punkkelders zit, waar het stinkt naar pis en zweet – en soms bloed.
Thuis zat Paul Luyten op me te wachten. We hadden elkaar sinds december niet meer gezien. Paul heeft nu een dikke snor, waardoor hij enigszins op Nietzsche lijkt. In Pauls leven is er op die drie of vier maanden veel veranderd. Hij woont nu in Gent, waar hij een boekwinkel heeft overgenomen. Zijn plannen voor een loopbaan als acteur of als regisseur heeft hij opgegeven. Hij beweert dat hij onvoldoende talent heeft, waar ik het niet mee eens ben. Hoewel ik hem nooit heb zien acteren of regisseren. Het is intuïtie. Ik herken me in dat soort van zelfonderschatting en wegvluchten in bescheidenheid. Die is helemaal niet gespeeld of vals. Paul is uitermate intelligent en een van de meest integere mensen die ik ken. Ik weet niet wat ik van deze beslissing moet denken. Welke toekomst staat hem te wachten? Wordt hij een kleine zelfstandige, een zakenman? Hij klinkt niet erg enthousiast. Maar beter boekhandelaar dan slager of klaploper – of eeuwige amateur en grote belofte zoals ik. Veel geluk Paul, het komt allemaal goed.


[1] Een liedje uit de soundtrack van de film La fiancée du pirate, gezongen door Barbara.
[2] Deze aanmerkingen over mijn vader dateren van 1979. Later is mijn verhouding met hem beter geworden. Sindsdien heb ik al lang aanvaard dat ik op hem lijk en dat daar niets mis mee is.

STAMGASTEN

[NACHTEN AAN DE KANT 28. MAART 1979]

Een paar dagen na de openbaring van Charles Bukowski zat ik met enkele vrienden in het Pannenhuis. Dat was nu een vertrouwd toevluchtsoord geworden. Senga en ik waren eerst in de Cartoons, een kleine bioscoop voor cinefielen in de Kaasstraat, naar The General, het meesterwerk van onze uitverkoren komiek Buster Keaton gaan kijken. Het is tot op vandaag een van mijn meest geliefde films. Na de voorstelling liepen we in stilte over de Grote Markt, die ik altijd al zoveel mogelijk probeerde te vermijden omdat de onregelmatige vorm ervan me neurotisch maakt. De Brabofontein van Jef Lambeaux leidt me evenwel soms in bekoring, en dan kan ik maar moeilijk aan de neiging weerstaan om erop te klimmen. Dat deed ik niet: we sloegen de Kaasrui in en liepen via de Wijngaardstraat naar het Conscienceplein, het hart van de Kant.

In het café van Greta en Toulouse troffen we Guillaume en Renée aan, haar zus Chantal en haar vriend Gazoe. We waren met z’n allen in een ernstigere stemming dan meestal het geval is. Senga vertelde wat over The General, hoe teleurgesteld Buster Keaton was geweest over de negatieve reacties. De film had destijds helemaal geen succes gehad, recensenten vonden er niets grappigs aan. Mijn vriend Guy Bleus had bij hem thuis in Wellen een grote poster van Buster Keaton hangen. Buster was voor hem een lichtend voorbeeld. Na een paar glazen bier en wijn werd de sfeer wat losser, zoals dat wel vaker gebeurt. Gazoe was onder de indruk van Voyager 1, die net Jupiter had bereikt. Renée merkte op dat die raket sneller op Mars geraakt dan Gazoe met zijn bestelwagentje van in de Wolstraat tot aan de Dageraadsplaats. Gazoe had gelezen dat de Voyager muziek aan boord had, maar wist niet meer wat precies. Ik had er een lijstje van gezien en had een nummer van Chuck Berry, Dark Was the Night van Blind Willie Johnson en een van de Brandenburgse concerten van Bach onthouden. Renée vroeg zich af of er geen Jupitersymfonie was meegestuurd. Gazoe stelde zich de Jupitermannetjes en -vrouwtjes voor, luisterend naar No Particular Place to Go. Senga zat nog met Buster Keaton in het hoofd. Die zag ze nog niet meteen dansen op de rock and roll van Chuck Berry. Zelf dacht ik opeens aan Worstenman VDB: die vetzak heel zeker niet. Chantal wees erop dat er nog een stel varkens losliepen aan de Franse grens. Of die varkens al dan niet konden dansen, dat wist Guillaume, die al een hele tijd had gezwegen, nog zo maar niet. Hij vond dat Bruce Springsteen erbij moest zijn in die raket, een hedendaagse versie van Chuck Berry. Onlangs, tijdens een televisieavond bij Guillaume en Renée, hadden Senga en ik de zanger uit Asbury Park voor het eerst live gezien. Ik had hem geweldig gevonden. Springsteen was inderdaad, zoals Jon Landau beweerde, de herboren ziel en de toekomst van rock & roll. Hij laat het poppeloton ver achter zich, hij is een Fausto Coppi, een Eddy Merckx, niemand haalt hem nog in. Guillaume herhaalde nu hoe fantastisch hij hem vond, een blanke James Brown, en dan nog eens die briljante E-Street Band met hun aanstekelijke jive. Dat ritme, tsjak tsjak tsjak! Ik kwam helemaal op dreef. Ik zag in hem een positieve held, iemand die ons zowel opwinding als moraal brengt. Hij houdt zijn publiek voor wat een goed leven is. Je kunt niet zomaar als een blinde leven, je moet een droom hebben, een ideaal dat je moet proberen te verwezenlijken. Guillaume vreesde dat ik te ernstig werd. Voor hem was de zanger net zo goed een hansworst, een poesjenel, een clown, een rondreizende predikant en een verleider. Ja, een gunslinger bovendien, voegde ik eraan toe. Guillaume was in zijn nopjes nu Bo Diddley ter sprake kwam. Bo Diddley was een van zijn oude helden. Die rechthoekige rode gitaar van hem, dat was voor Guillaume pure popart. Niet toevallig dat Peter Blake hem heeft geschilderd, vond hij. Fantastisch werk, beaamde Renée. Bij de uitvoering van Rosalita deed hij me aan Dean Martin in Rio Bravo denken. Waarom weet ik eigenlijk niet en hij heeft al helemaal niets van een borrachón. Gazoe riep uit dat hij, Gazoe, hier de borrachón was. Renée was dan weer van mening dat Springsteen niet alleen maar een held en een moralist was maar in de eerste plaats een vuile rock & roller. Daar waren we het allemaal mee eens.
Senga vertelde dat François en Astrid hun schip hadden verkocht en nu aan de wal woonden. Ze hebben in Hoeselt een café overgenomen. Chantal vroeg zich af waar dat ergens was, Hoeselt. Ik wees naar een onzichtbare kaart van België en zei dat Hoeselt een stadje in Limburg is, niet ver van Bilzen. Die Derby, dat komt door mijn schoonzus, een meisje van de wal. Ze was het leven aan boord zo beu als koude pap. En nu zitten ze daar in dat dorpscafé. Als dat maar goed afloopt. Het lijkt me zo’n typisch stamcafé voor leeglopers en zatlappen. Borrachóns, riep Gazoe uit. Senga merkte op dat er toch maar een jukebox stond, een Seeburg nog wel, en dat wij er onlangs een keer geweest waren en hadden gedanst op Da Ya Think I’m Sexy. Rod Stewart!, lachte Renée. Guillaume, de ware familieman, dacht dat het allemaal wel goed zou komen met Astrid en François en zei dat hij ons bij een volgende gelegenheid wat reproducties van Peter Blake zou laten zien. Vervolgens liep hij, statig en als altijd geheel in het zwart, naar de toog en bestelde bij Greta, die in een pocket zat te lezen, waarschijnlijk misdaad, nog een rondje.

Het was al laat toen ik aan diezelfde toog in gesprek raakte met Maria Mentens. Eigenlijk was het voornamelijk luisteren wat ik deed. Maria vertelde over haar vader, Michel Mentens. Hij was ambtenaar van beroep maar had eigenlijk acteur willen worden. Hij had een zwak voor kunstenaars, meer nog als ze jong en idealistisch waren. Geborneerde types vervullen hem met weerzin. Dat eerste had ik een paar jaar eerder zelf ervaren in Doorndal, een jeugdhuis in Sint-Pieters Woluwe, waar we mijn toneelstuk Dr. Jekyll & Friedrich Nietzsche hadden opgevoerd, met Senga in de rol van de Egyptische buikdanseres en prinses Mumie Ma. Ik had haar willen inwikkelen in witte linnen zwachtels. Daar zouden we haar tijdens het hoogtepunt uit bevrijd hebben, om het publiek met haar naakte Egyptische schoonheid uit het veld te slaan. Daar was niets van terecht gekomen: Senga was te schuchter geweest en bovendien heb je voor zo’n inwikkelproces 375 vierkante meter stof nodig en duurt het ongeveer veertien dagen. We moesten realistisch blijven: het stuk ging niet eens over een Egyptische prinses. Michel Mentens was erg enthousiast geweest en had me aangemoedigd. Mijn vader heeft veel respect voor acteurs en alles wat met theater te maken heeft, zei Maria. Voor hem maakt het niet uit of je beroemd bent of niet. Hij ziet meteen of wat je doet uit het hart komt. Heb je hem nooit bezocht in het huis aan Mooi Bos, vroeg ze. Helaas niet, zei ik. Senga en ik zijn kort na die voorstelling naar hier verhuisd. Misschien waren we toch beter in Brussel gebleven. Nee hoor, zei Maria, hier is het veel beter. Alleen al voor deze kroeg zou ik naar Antwerpen verhuizen. In Brussel staan ze nu uren voor jou in de kou, zei ik. Zot, zei Maria. Opeens kreeg ik zin om haar te kussen. Maar we hingen aan de toog en Toulouse en Greta hadden er duidelijk genoeg van. Tijd om te vertrekken uit de Kant.

ZERO DE CONDUITE: EMMYLOU HARRIS’ JUKEBOX

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is I hear the sound of sorrow in the wind / Blowing down from every mile I’ve ever been.

Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Emmylou Harris is op enkele uitzonderingen na pas laat in haar carrière zelf songs gaan schrijven. Van in het prille begin, nog voor Chris Hillman – van the Byrds en the Flying Burrito Brothers – de jonge folkie ontdekte en Gram Parsons haar vroeg voor de vrouwelijke samenzang op zijn solodebuut GP (1973), was zij al geïnteresseerd in songs die sterke emoties uitdrukten. Vanaf haar debuut, het album Gliding Bird uit 1970, heeft de zangeres op de composities van een groot aantal bekende en vooral minder bekende artiesten de onmiskenbare Emmylou-stempel gedrukt. Feit is dat de zangeres met de engelenstem, vaak overvol tristesse maar soms ook bijna ruig rockend, een voortreffelijke smaak heeft. Dat blijkt alleen al uit de grote hoeveelheid liedjes die ze doorheen de jaren op haar albums en live heeft gecoverd en uit haar talloze onovertroffen duetten. Al moet worden toegegeven dat ze in de keuze van haar repertoire vaak werd bijgestaan door partners als Brian Ahern en Rodney Crowell.
Vanavond luisteren we naar de achtendertig beste songs van de tweehonderd op de Wurlitzer 2000 jukebox van Emmylou Harris, al mag er over mijn keuze, liefst achteraf, worden getwist. In sommige gevallen laat ik de originele versie horen, soms zijn het ook weer covers. Tussendoor mag de songbird zelf wat zingen, evenals haar eerste muzikale liefde, Gram Parsons.

Veel luisterplezier!

The Sweetheart Of The Rodeo – Emmylou Harris – The Ballad Of Sally Rose – Emmylou Harris/Paul Kennerley

Hickory Wind – The Byrds – Sweetheart Of The Rodeo – Gram Parsons/Bob Buchanan

Wheels – The Flying Burrito Brothers – The Gilded Palace Of Sin – Parsons/Hillman

Luxury Liner – Emmylou Harris – Luxury Liner – Gram Parsons

Mystery Train – Elvis Presley – Sunrise: The Complete Sun Masters – Parker/Phillips

I’m Moving On – Taste – Taste – Hank Snow

Restless – Carl Perkins – Restless: The Columbia Recordings – Carl Perkins

Together Again – Richard & Linda Thompson – In Concert, November 1975 – Buck Owens

Cry One More Time – J. Geils Band – The Morning After – Peter Wolf

We’ll Sweep Out The Ashes In The Morning – Gram Parsons – GP – Joyce Allsup

Rough and Rocky – Gene Clark – Roadmaster – Flatt/Scruggs

Here, There And Everywhere – The Beatles – Revolver – McCartney

Love Hurts – The Everly Brothers – A Date With The Everly Brothers – Boudleaux Bryant

Tennessee Waltz – Otis Redding – Sweet Dreams: Where Country Meets Soul Vol. 2 – Redd Stewart/Pee Wee King

Save The Last Dance For Me – The Drifters – Save The Last Dance For Me – Pomus/Shuman

You Never Can Tell (1964 Single Version, Mono) – Chuck Berry – Gold: Chuck Berry – Chuck Berry

Lodi – Creedence Clearwater Revival – Green River 40th Anniversary Edition – John Fogerty

Evangeline – Emmylou Harris & The Band – Duets – Robbie Robertson

Ooh Las Vegas – Cowboy Junkies – Return Of The Grievous Angel: A Tribute to Gram Parsons – Gram Parsons/Rik Grech

Christine’s Tune – The Flying Burrito Brothers – The Gilded Palace Of Sin – Parsons/Hillman

The Price I Pay – Emmylou Harris & Desert Rose Band – Duets – Bill Wilds/Chris Hillman

Didn’t Leave Nobody But The Baby – Emmylou Harris, Alison Krauss & Gillian Welch – O Brother, Where Art Thou? – Traditional

Miss The Mississippi And You – Jimmie Rodgers – Jimmie Rodgers 1932: No Hard Times – Halley

Blue Kentucky Girl – Loretta Lynn – Blue Kentucky Girl – Johnny Mullins

Coat of Many Colors – Dolly Parton – Coat Of Many Colors – Dolly Parton

You’re Learning – The Louvin Brothers – Encore – Ira & Charlie Louvin

The Bottle Let Me Down – Merle Haggard & the Strangers – Swinging Doors (And The Bottle Let Me Down) – Merle Haggard

Beneath Still Waters – George Jones – My Country – Dallas Frazier

Darkest Hour Is Just Before Dawn – Emmylou Harris – Roses In The Snow – Ralph Stanley

Wayfaring Stranger – 16 Horsepower – Secret South – 16 Horsepower/Edwards

Mansion On The Hill – Bruce Springsteen – Nebraska – Bruce Springsteen

I Don’t Love You Much Do I – Guy Clark – Boats To Build – Guy Clark/Richard Leigh

Pancho & Lefty – Townes Van Zandt – The Late Great Townes Van Zandt – Van Zandt

Orphan Girl – Gillian Welch – Revival – Gillian Welch

Sweet Old World – Lucinda Williams – Sweet Old World – Williams, Lucinda

Goodbye – Steve Earle – Train A Comin’ – Steve Earle

May This Be Love – Jimi Hendrix Experience – Are You Experienced? – Jimi Hendrix

It’s Only Rock ‘n’ Roll – Emmylou Harris – White Shoes – Billy Swan



Research & samenstelling: Martin Pulaski

Boeiende lectuur: Geert Henderickx, De derde stem


BEDACHTZAME VERSPREKINGEN

De dagen hangen aan elkaar met de lijm van de eentonigheid. De wereld is uit zijn voegen; rampspoed, ongenoegen, woede alom. Toch zit ik maar wat voor mij uit te staren, ternauwernood bij iets betrokken, uitgeteld, van het warme leven uitgesloten. Weinig langspeelplaten worden uit hun hoezen gehaald, weinig boeken uitgelezen, geplande teksten blijven ongeschreven. Alleen in een al aan de randen afgesleten scherf van het verleden leef ik in woorden soms wat op, in het gezelschap van een goede vriend, hij die in de herfst van 1991 uit het leven stapte. Van hemzelf, de man, blijft weinig meer over dan de overwoekerde herinneringen die ik aan hem heb en enkele boeken – verzamelingen van ooit onsterfelijke dichters, een encyclopedie van onzichtbare films – die hij me schonk. De gulle, onvervangbare vriend. Vaak denk ik nu aan Coming Down Again van the Rolling Stones, opnieuw zo toepasselijk geworden:

Coming down again, coming down again
Where are all my friends?

Soms ben ik nog boos. Zoals maandag en dinsdag over het misdadige taalgebruik van Vlaamse politici, niet die ene, meerdere. Ik uitte mijn ongenoegen op facebook en wens die weloverwogen boze woorden hier niet te herhalen. Mijn protest kreeg bijval, maar wat had ik anders verwacht? De meeste van mijn facebookcontacten (en al mijn vrienden, hoe ver weg ook) zijn beschaafde mensen. Hopelijk zijn die onzichtbare, met rede begiftigde zielen, dat zelfs allemaal. Toch zie ik ook bij sommigen in dat algoritmische universum redenen tot ongerustheid. Ik zie onder hen de wanhoop en uitzichtloosheid toenemen. Verontrustend is dat sommigen in fanatici veranderen. Zo is er een kunstenares die elke dag opnieuw beweert dat het levens verwoestende virus – 200.000 doden in de VS, 10.000 in ons land – niets bedreigends heeft, waarvoor ze uit een groot aantal onbetrouwbare bronnen ‘bewijsmateriaal’ aanvoert. Zo zijn er meer en hun aantal lijkt toe te nemen. Zelfs Van Morrison, van wie ooit werd gedacht dat hij een visionair was, is toegetreden tot de Confederacy of Dunces, om het zo oneerbiedig met die woorden van John Kennedy Toole uit te drukken. Zal ik haar, de kunstenares, ontvrienden? Ik bewonder haar werk al zo lang. De boeken met reproducties van haar schilderijen liggen en staan hier binnen handbereik. Je ontvriendt niet iemand die anders denkt, dat weet ik. Maar is het wel denken wat mensen als zij doen, of is het fanatisme, mogelijk ingegeven door angst of existentiële onzekerheid?

Soms ben ik nog bedroefd. Als ik van oude vrienden maandenlang niets hoor. Maar dan vraag ik me meteen af of ik zelf wel een levensteken geef. De sociale media hebben wat mij betreft het briefschrijven onmogelijk gemaakt. Dat was al begonnen met e-mail, maar lange tijd ben ik toch in die vorm brieven blijven schrijven, ben ik blijven doen alsof het brieven waren. Ik dacht modern en zelfs postmodern te zijn en tegelijk de stijlen en gebruiken van de negentiende eeuw – en antieker – te continueren. Soms ben ik ook bedroefd omdat ik degenen die ik niet hoor zelfs niet zie. Dat geeft mij het gevoel dat ik al niet meer besta. Op zes maanden tijd heb ik één keer mijn zoon gezien. Buitenshuis, omdat mijn huisarts dat adviseerde. Af en toe praat ik even met de buren van hiernaast, als ze hier voor de deur staan met wat boodschappen voor ons, water en bier. Een keer zaten we een middag bij hen in de tuin, te converseren en wijn te drinken, op voldoende afstand, op onze hoede. Met mijn vrouw voer ik natuurlijk ook nog gesprekken. Maar die gaan bijvoorbeeld over dat ik niemand meer zie en met niemand meer praat, dat de wereld uit zijn voegen is. Vervolgens laat ik haar Coming Down Again horen.

Soms ben ik nog ontzet. De toestand in de Verenigde Staten is explosief. In mijn jeugd en ook later was the Big Country het land van mijn dromen. Toen ik in de eerste helft van de jaren negentig eindelijk met de Greyhound door Amerika kon gaan reizen ging een lang gekoesterde wens in vervulling. Elke straat, elk dorp, elke grootstad, elke staat en alle woorden die mij tegemoet kwamen en alle muziek in alle bars en clubs en platenwinkels – alles daar wond mij op en veroverde mijn hart. Nu blijft van die gigantische betovering weinig over. Sinds de tiran Trump met zijn hart van geld is opgedoken, maar eigenlijk al langer, is het een land waar ik bang voor ben. Het lijkt op een instortend rijk, ten prooi gevallen aan waanzin en zelfvernietiging, maar nog steeds gevaarlijk vanwege zijn leger, zijn nucleaire wapens.

Soms ben ik nog bezorgd. In Europa staat de enige politieke leider waar ik vertrouwen in had op het punt te vertrekken. Angela Merkel heeft er alles voor gedaan om ons met elkaar en met de rest van de wereld te verzoenen; vooral met degenen die in angst voor geweld en oorlog en in armoede naar hier komen, omdat ze denken dat het hier beter is. Ze is daar zo te zien niet in geslaagd. Zal iemand als Ursula von der Leyen zich even sterk tonen, zal zij ons weer verenigen? Zal zij een politicus met een menselijk gelaat zijn? Ze lijkt me een moedige en doortastende vrouw, maar de vijanden van de rede staan al klaar om uit hun duister moeras tevoorschijn te treden, met hun irrationele slogans en hun haatvolle monden, met hun voor het hanteren van wapens afgerichte handen.

Wou je mij iets zeggen, iets schrijven? Heb je mij iets te vertellen? Is dit leven nog de moeite waard om te leven? Is het verkeerd te denken dat de jongeren ons hebben opgegeven? Dat ze niet langer, zoals wij in het verleden deden, te rade willen gaan bij oudere, door ervaring wijzer geworden vrouwen en mannen? Dat ze ons liever kwijt dan rijk zijn? Vergis ik mij? Waarom hoor ik je stem niet? Ben je met verstomming geslagen of ben je even sprakeloos als ik? Leef je net zoals ik alleen nog maar in het verleden, in een klein deeltje daarvan, in die korte tijdspanne waarvan je denkt dat je toen alles had wat je nodig had en al de rest, auto’s en huizen en reizen naar exotische stranden en steden, overbodig was? Ik weet het niet. Ik weet niet wat we nog zijn en waar we nog zijn en waar we naartoe gaan.

*
Foto: Agnes Anquinet

LIEFDE IS EEN HELLEHOND

LIEFDE IS EEN HELLEHOND

[NACHTEN AAN DE KANT 27]

Waarom die lange nachten zonder slaap? Vrees je dat je anders te weinig uit het leven zal halen? Het moet angst voor de dood zijn, of de vrees voor een te kort leven. Je wilt elk ogenblik bewust ervaren. Zelfs tijdens een roes wil je je hoofd niet verliezen. To be alive is to be awake, stelde Henry David Thoreau lang geleden al vast. Slaap is niet de broer van de dood, het is de dood zelf.
Je was niet de enige die dacht dat je op je 27ste aan je einde zou komen. In 1969 Blankenberge lag je tezamen met vijf of zes hippies op de grond of op een bed in een voor de rest lege kamer boven een café. Een van je Brusselse kameraden lachte toen hij je een joint doorgaf. Jij hebt toch astma, Martin, ha ha, jij eindigt nog zoals Brian Jones. Brian Jones was kort tevoren, en niet lang nadat Mick Jagger en Keith Richards hem zijn ontslag als Rolling Stone hadden gegeven, op zijn 27ste overleden. Brian Jones, die the Rolling Stones had opgericht en de groepsnaam had bedacht. Je lachte zelf ook. Het was de eerste keer dat je hasjiesj rookte. Je verdween in een droom, daartoe ook nog eens aangespoord door A Saucerful of Secrets van Pink Floyd. Behalve een bed, of mogelijk twee bedden, stond er in die Blankenbergse kamer dus ook een platenspeler, en mogelijk zelfs een kastje, waar die platenspeler op rustte.

Hoe moe ik ook ben, toch kom ik uit bed: ik moet werken, schrijven. Gisteren ben ik met Giuseppe naar de bioscoop geweest. We zagen, een beetje tegen mijn zin, Sisters van Brian De Palma. Ik ben niet meteen een liefhebber van het horrorgenre, een van de weinige smaakverschillen met mijn vriend. Voor mij was het een merkwaardige ervaring. De film was meeslepend en mysterieus maar ik vond hem ook wat amateuristisch. Heb je werkelijk zoveel referenties naar andere films – in dit geval naar die van Alfred Hitchcock – nodig als je zelf een authentiek regisseur bent? Ook het thema van de Siamese tweeling / schizofrenie vond ik vergezocht. Na de film liepen we zwijgend naar Giuseppe’s flat in de Vinkenstraat. Hij zal ongetwijfeld geweten hebben dat ik niet zo had genoten van de film en ik had geen zin om mijn bedenkingen uit te spreken. Je moet elkaars voorkeuren en afwijkingen respecteren. Bij hem thuis dronken we een paar glazen bier. Giuseppe is een bewonderaar van Charles Bukowski. Ook daarin verschillen we enigszins van smaak. Bukowski is een uniek dichter en schrijver maar zijn directe stijl ligt me niet zo, al vind ik hem als vieze oude man wel een fascinerend personage. Giuseppe nam het bijzonder mooi uitgegeven boek Love is a dog from hell van de salontafel en las enkele fragmenten voor.

there’s no chance
at all:
we are trapped
by a singular
fate.

nobody ever finds
the one.

Hij las meer dan dat. Hij las het grappige cockroach, het bitterzoete who in the hell is Tom Jones en het trieste 462-0614 en hij las zo lang tot ik er niet meer onderuit kon: Charles Bukowski is niet alleen een dirty old man maar ook een erg begaafde en inventieve dichter. Met de echo van zijn eenvoudige veelzeggende woorden en beelden in mijn hoofd keerde ik naar huis terug waar mijn geliefde zeker al lag te slapen.

DE KUNST VAN HET ETEN

[NACHTEN AAN DE KANT 26]

Nu is het aan mij om tentoon te stellen in het Pannenhuis; een droom die in vervulling gaat. Zie je me? Ik ben druk in de weer. Gelukkig steken Greta en Toulouse, die lieverds, een handje toe. Mijn werk is schatplichtig aan de kaligrammen van Guillaume Apollinaire, bijvoorbeeld ‘La mandoline l’oeillet et le bambou’. Ik schaam me wel wat voor dat plagiaat. Maar is dat nodig? “Le plagiat est nécessaire. Le progrès l’implique,” fluisterde een of andere Assepoester me in het oor.
Wat valt er zoal te zien op die werken van me? Daar vraag je me iets. Omdat ik al de hele dag zo’n honger heb kan ik alleen maar aan eten denken. Veel meer dan aardappelen en uien eet ik niet meer. Kijk, nu pas ontdek ik mijn onderwerp: eten. Zo zie je maar weer. Ik noem mijn tentoonstelling EAT ART. Die kaligrammen zullen niet volstaan. Er moet eten, heel veel eten te zien zijn. Forellen, lamsbouten, gebakken uier met Blackwellsaus, geperste kop, rode kool, sperziebonen, ossentong, pladijs, griet, makreel, snoek, zeeduivel, kersen, krieken, abrikozen, lychees, slagroom. Mogen de bezoekers ervan eten? Dat valt nog te bezien.
Toulouse vraagt zich af of ik de rekening zal kunnen betalen. Geen idee, zeg ik, hoeveel gaat me dat zaakje kosten? Toch zeker twaalfduizend frank, zegt Toulouse. Ja, dan vraag ik mij dat ook af, zeg ik.
Geen nood, zegt Senga, die ons is komen vervoegen, ik beschik over voldoende fondsen. Kijk maar eens hier, twee dikke pakken bankbiljetten!  Allemaal nieuw gedrukt. Dat is heel wat meer dan twaalfduizend frank. Gekregen van mijn lieve vriendin Boxcar Bertha.
De kroon op het werk wordt mijn tekst Stasis. Daar maak ik een spiraalvormige versie van die een hele wand van het Pannenhuis moet bedekken. Net op die plek waar ons in 1968 Pink Floyd met  vloeistofprojecties het adolescente hoofd op hol bracht. Alsof hun psychedelische sound alleen al niet volstond. Julia Dream, Apples and Oranges, Candy And A Currant Bun, je weet wel, het bestaat allemaal nog.  

In de avondschemering hand in hand door een slaperig dorp. Het is de Ladderstraat in Neerharen, daar is het huis van Berb, zie je, dat witte huis daar in de verte. De lucht hier is zo zuiver en fris als melk rechtstreeks van de koe. Met gezwinde tred lopen we door tot aan de kanaalkom. Wie ben je toch, jij die mijn hand zo stevig vasthoudt en me in de stilte van deze nacht, die nu gevallen is, de geheime betekenis van mijn ultieme kalligrafie onthult? Die me het vuur van de liefde aan de schenen legt en me vol van genade over mijn koortsachtige driften ontfermt?


[Dit deed zich voor tijdens de nacht van 19 februari 1979]

DE TIJD IS UIT ZIJN VOEGEN

[NACHTEN AAN DE KANT 25]

Na de voorstelling van de films van James Scott in het Filmhuis trokken we met Luc en zijn vriendin Mathilde naar het Pannenhuis om de woelige beeldenstroom tot stilstand te brengen en ook wel om onze voeten te verwarmen. Vooral hadden we bier of andere drank nodig, om onze geesten te verlevendigen en onze speekselklieren te stimuleren waarna we elkaar al pratend met wetenswaardigheden en onbenulligheden uit het lood konden slaan, maar meer nog, denk ik, om elkaar te troosten want het was een tijd dat we nog om elkaar gaven en geen hardvochtige plannen maakten om Antwerpen of zelfs de wereld te veroveren. 1979 was geen jaar van ieder voor zich en god tegen allen en wat dat betreft vielen de daaropvolgende jaren ook nog mee. Als gevolg van de crisis waren het veeleer sombere dagen maar door de kieren viel veel warm licht naar binnen. Alsof je opeens een vertrouwde melodie hoorde, zoals dat af en toe als je rondslentert in een vreemde stad gebeurt, die je ziel in verrukking bracht. We gingen aan een tafeltje zitten en al spoedig kregen we gezelschap van verwante zielen en werd het een levendige boel.
Luc zei dat het onlangs een half uur had gesneeuwd in de Sahara. De tijd is uit zijn voegen, O, vervloekt spel, dat ik degene moet zijn die het herstelt, zei Mathilde. Van wie is die vertaling, Mathilde, vroeg ik. Dat moet ik morgen in de bibliotheek eens nakijken, zei Mathilde. Hebben jullie onlangs Boxcar Bertha gezien, vroeg Eddie D. Jazeker, zei Senga, met die sexy Barbara Hershey in de titelrol. Ik geloof dat ze de hele film lang geen ondergoed aan heeft, zei ik. Dat meen je niet, zei Mathilde. Toch wel, zei Senga, af en toe zie je zelfs haar blote kont. Wanneer dan, vroeg ik. Als ze achter zo’n goederenwagon aanloopt, zei Senga. En hoe zit het met de blote kont van David Carradine, vroeg Eddie. Die is me niet zo opgevallen, zei ik. Roger Corman is een geweldig producer, zei Luc, hij staat altijd garant voor seks, sentiment en stijlvol bloedvergieten. En Martin Scorsese voor schoonheid, al moest hij in 1972 nog wel wat leren, zei ik. Ik houd van die wereld van hobo’s, zei Senga, ze bezitten niets en toch zijn ze redelijk gelukkig. Toen ik nog heel jong was droomde ik ervan om zo’n hobo te worden, zei ik. Dat kwam door een boek van Jack London dat ik gelezen had, Tussen de wielen, de Engelse titel heb ik nooit geweten. Dan was je nu al dood, zei Eddie. Wie is toch die Ayatollah Khomeini die nu aan de macht is in Iran, vroeg Mathilde. Een godsdienstwaanzinnige, dacht ik, maar ik zei het niet hardop. Ik moest denken aan die song van the Who, Won’t Get Fooled Again. And the parting on the left / Is now parting on the right / And the beards have all grown longer overnight. De tijd is uit zijn voegen, zei ik. Drinken jullie er nog een, vroeg Eddie. Zeker, antwoordden we unisono.
Op die ongeremde wijze mengden onze stemmen zich met het gerinkel van de glazen en het rumoer van de andere drinkers in het café en met de muziek die Toulouse niet al te luid had gezet, maar waar we af en toe toch een glimp van opvingen en die dan mee onderwerp werd van ons gesprek. Tot we ongedurig werden en onze voeten als betoverd in beweging kwamen: Cinderella’s Ballroom wenkte ons, we moesten ons gaan overgeven aan de roes van de dans. Aan meer opzwepende klanken dan die in het Pannenhuis, aan die van dj Maryse. Senga had niet voor niets haar rode schoenen aangetrokken. Soms leek het wel of ze vastgegroeid waren aan haar voeten.



Foto: Martin Pulaski

EEN BEELD VAN RICHARD HAMILTON (IN 1979)






[NACHTEN AAN DE KANT 24]

Richard Hamilton was de interessantste en boeiendste popartkunstenaar. Dat stelde ik vast in februari 1979 op het Antwerpse festival Film International (een samenwerkingsverband met Film International Rotterdam) tijdens het zien van een uitstekende documentaire van James Scott over het werk van de Britse kunstenaar. Die film van ongeveer twintig minuten veranderde mijn kijk op popart en op Richard Hamilton. [1]

Tot dan bewonderde ik van alle popartiesten Andy Warhol het meest, wat vermoedelijk meer te maken had met zijn imago dan met zijn werk. Warhol en zijn entourage blijven fascinerende, kleurrijke figuren, al is van alles wat daaruit is voortgekomen het album The Velvet Underground & Nico (1967) mogelijk het enige artefact van blijvende waarde.

Opeens besefte ik dat Richard Hamiltons werk, te beginnen met ‘Just what makes today’s homes so different, so appealing?’ (1956), minder tijdsgebonden is dan dat van de meeste andere popartkunstenaars. [2] Opvallend is Hamiltons preoccupatie met film, filmbeeld en tijd. Je zou kunnen zeggen dat zijn oeuvre – zoals dat van veel kunstenaars – tijdsgebonden is, maar tegelijk zie je dat de maker ervan de tijd wil doen stilstaan. Hij behandelt heel specifieke momenten uit de populaire cultuur (reclame, nieuwsbeelden, Hollywoodfilms, popmuziek) op zo’n manier dat ze tot stilstand komen en zo in hun eigen vacuüm het voortschrijden van de tijd weerstaan. Het materiaal dat hij in die werken gebruikt, nogal wat plastic, is evenwel erg vergankelijk.

In de film van James Scott zie je een animatie van ‘Just what makes today’s homes so different, so appealing?’. Daarin wordt op de ambiguïteit van de perceptie gewezen, nog een interessant aspect van zijn oeuvre. Een ander fragment in de documentaire gaat dieper in op het mogelijk bekendste werk van Hamilton: zijn behandeling van het nieuws over de arrestatie wegens drugsbezit van Keith Richards, Mick Jagger en kunsthandelaar Robert Fraser. Iedereen kent wel dat beeld waarop Mick Jagger en Robert Fraser gehandboeid in een politiewagen werden afgebeeld. Een mooie illustratie van hoe een schijnbaar fait divers als kunstwerk de tand des tijds heeft doorstaan, terwijl het in een krantenknipsel niet meer lijkt dan een curiosum.
Verder komt Richard Hamiltons fascinatie voor Hollywood aan bod, aan de hand van zijn commentaar bij een scène uit de film Shockproof (1949) van Douglas Sirk. Beelden uit die film gebruikte hij als bronmateriaal voor zijn werken Interiors I + II. De zelfmoord van Marilyn Monroe is een ander voorbeeld. Nieuwsbeelden en krantenartikelen uit die tijd geven de tragische filmster in geen geval een aura van eeuwigheid en doen zelfs de tragiek van haar dood teniet. Ze tonen evenmin de gelaagdheid van het beeld van haar roem en de dood die daarmee samenhangt.

Een volstrekt ambigu werk van Richard Hamilton is zijn ontwerp voor de hoes van The Beatles (the White Album, 1968). Wat betekent toch die witte hoes en wat maakt ze zo anders, zo aantrekkelijk? Wat is het verband met de muziek die daarin verpakt zit en met het fenomeen the Beatles? [3] Is het mogelijk dat dit zijn meest tijdloze kunstwerk zal blijven, zoals dat voor Andy Warhol de hoes met de banaan is? Dat durf ik te betwijfelen.


[1] Een verzoek: lees dit stuk alsof het in 1979 werd geschreven.
[2] Al moet ik toegeven dat ik vrouwelijke kunstenaars als Pauline Boty en Evelyne Axell nog niet kende.
[3] Over die witte hoes: “Ringo Starr‘s personal copy of the Beatles‘ The White Album, numbered No.0000001, sold for a world record $790,000 Saturday at the Julien’s Live auction of instruments and items from Starr and wife Barbara Bach’s estate.” Aldus Rolling Stone van 5 december 2015.
Zie in verband met popmuziek ook Richard Hamiltons invloed op Roxy Music, met name op Bryan Ferry die, evenals diens artistiek medewerker Nicholas de Ville, van Richard Hamilton les kreeg: “Which living person do you most admire, and why? Richard Hamilton – as my teacher at college, he greatly influenced my ways of seeing art and the world.” Aldus Bryan Ferry in The Guardian van 23 oktober 2010.

ZERO DE CONDUITE: DOUG SAHM’S JUKEBOX



Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is you just can’t live in Texas if you don’t have a lot of soul.
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Vanavond gaan we luisteren naar de jukebox van Doug Sahm. Het worden twee uur van het voortreffelijkste wat de Amerikaanse populaire muziek vanaf het midden van de vorige eeuw heeft voortgebracht. Doug Sahm is een man die ik al meer dan een halve eeuw bewonder en vereer, als muzikant, als songschrijver, als zanger,  als muziekarcheoloog, als mens. Daarom vond ik het de hoogste tijd om een aflevering van dit programma aan hem te wijden. Aan bod komen een aantal van de mooiste songs van Doug Sahm en van zijn band the Sir Douglas Quintet en daarnaast een selectie van liedjes die de zanger-songschrijver-muzikant nauw aan het hart lagen. De meeste daarvan heeft hij zelf gecoverd, solo of met the Sir Douglas Quintet en the Texas Tornados. De nadruk ligt op muziek uit Texas, de staat waar Doug Sahm vandaan kwam. In 2018 schreef ik een stuk over hem in een reeks over elpees die een blijvende invloed op mijn leven hebben gehad: herinneringen aan Sir Douglas Quintet en Mendocino. Veel luisterplezier!

Mendocino – Sir Douglas Quintet – Mendocino

She’s About A Mover – Sir Douglas Quintet – Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era, Vol. 3

96 Tears – ? & The Mysterians – 96 Tears

You’re Gonna Miss Me – 13th Floor Elevators – The Psychedelic Sounds of the 13th Floor Elevators

Green River – Creedence Clearwater Revival – Green River 40th Anniversary Edition

Catch The Man On The Rise – Sir Douglas Quintet – 1+1+1=4

(Is Anybody Going To) San Antone – Doug Sahm – Doug Sahm and Band

Wallflower [Alternate Version] – Bob Dylan – Another Self Portrait (1969-1971): The Bootleg Series, Vol. 10

Tomorrow Just Might Change – Louie And The Lovers – The Complete Recordings

Wasted Days, Wasted Nights – Sir Douglas Quintet – The Return Of Doug Saldana

I Won’t Cry – Johnny Adams – I Won’t Cry

Talk To Me, Talk To Me – Little Willie John – The King Sessions 1958-1960

What’s Your Name – Don & Juan – Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 5

Bad Boy – The Jive Bombers – Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 5

Buzz Buzz Buzz – Hollywood Flames – Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 2

Susie-Q – Dale Hawkins – Oh! Suzy-Q

Linda Lu – Ray Sharpe – Gonna Let It Go This Time

The Gypsy – Sir Douglas Quintet – The Return Of Doug Saldana

Papa Ain’t Salty – T-Bone Walker – T-Bone Blues

Something To Remember You By – Guitar Slim – Sufferin’ Mind

Reconsider Baby – Lowell Fulson – The Complete Chess Masters

I’m A Fool To Care – Joe Barry – The Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 9

Mathilda – Jerry Lee Lewis – Killer: The Mercury Years, Vol. 1 (1963-1968)

She’s Huggin You, But She’s Looking At Me – Sir Douglas Quintet – The Return Of Doug Saldana

Sugar Bee – Cleveland Crochet – The  Goldband Records Story

Colinda (1963) – Rod Bernard – Swamp Rock`n`Roller

Blues Stay Away From Me (Take 1) – The Delmore Brothers – Fifty Miles To Travel

The Image Of Me – The Country Rockers – It Came From Memphis: The Legendary Sounds Of Memphis

Poison Love – Johnny And Jack – Nashville Classics: The 50’s

They’ll Never Take Her Love From Me – Hank Williams – Long Gone Lonesome Blues: August 1949 – December 1950

Faded Love – Bob Wills & His Texas Playboys – Bob Wills & His Texas Playboys

Me And Paul – Willie Nelson – Legend: The Best Of Willie Nelson

Be Real – Sir Douglas Quintet – 1+1+1=4

Give Back The Key To My Heart – Uncle Tupelo ft. Doug Sahm – Anodyne

Anselma – Los Lobos – …And A Time To Dance

Nitty Gritty – Doug Sahm – Doug Sahm and Friends: Best of Doug Sahm’s Atlantic Sessions

She Never Spoke Spanish To Me – The Texas Tornados – Texas Tornados

Siete Notas De Amor – Freddy Fender – La Musica De Baldemar Huerta

Nuevo Laredo – Sir Douglas Quintet – Together After Five

Dynamite Woman – Sir Douglas Quintet – Together After Five

At The Crossroads – Sir Douglas Quintet – Mendocino

Volver, Volver – Ry Cooder ft. Flaco Jimenez – Show Time

Research & samenstelling: Martin Pulaski

BORDEEL

1980agnestrap2

[NACHTEN AAN DE KANT 23]

Het mag een raadsel zijn waarom ik gisteravond ging luisteren naar een voorlezing over reclame en massacultuur. Valt over dat onderwerp nog iets interessants te zeggen? Ik was echter niet de enige op het appel daar in het gemeentehuis van Borgerhout. Er waren in filosofie geschoolde vrienden van me, enkele kunstenaars die ik ken en twee individuen die zonder twijfel Geheim Agenten waren. Verder dan hun Burberry regenjassen en sjaals moet je niet kijken. Toevallig of niet kwam een van die lieden naast me zitten. Tijdens de lezing zat hij ijverig in een groen Atoma schrift te noteren. Ik las onder meer de woorden onbenullig, ergerniswekkend en hoofdpijn. Er kwam inderdaad maar geen einde aan die vervelende voordracht. Je zou van minder een migraineaanval krijgen. Tot slot volgde een epiloog van de Professor, onze gastheer en binnenkort zelfs mijn baas, of wordt dat Guy Spittaels, de bevoegde minister, of een van zijn BTK-inspecteurs? Ik wierp nog een blik op het groene boekje van de Geheim Agent naast mij. Manische spreekdrift, stond er, en verbaal sadisme. Wat hadden die bijtende woorden – en vooral die drie sissende s’en te betekenen? Wel was het waar dat mijn oren waren gaan fluiten, was dat het begin van een oorontsteking? Of tinnitus misschien? Met die luide muziek in de Cinderella zou dat wel eens kunnen. Bordeel, schreef de Geheim Agent, en stront in de mond. Wat een gezeik, dacht ik. Toen ik eindelijk buitenkwam voelde ik mij een beetje zoals toen ik in de tijd dat ik nog met tegenzin naar de Heilige Mis ging eindelijk de kerk mocht verlaten.

In café de Raadszaal bespeelde zoals daar steeds het geval is de plaatselijke artiest het Hammondorgel. Vandaag meende ik Green Green Grass of Home en A Man Without Love te herkennen. Tom Jones en Englebert Humperdinck waren hier nog niet vergeten. Mijn in filosofie geschoolde vrienden en ik kwamen er wat nakaarten: de altijd terugkerende symbolische moord op de vader. Ik zat er naar oude gewoonte stilzwijgend bij en bedacht dat de Professor wat leek op de makelaar Anton Saitz in Fassbinders film In einem Jahr mit 13 Monden. En ook wel wat op Fischerle, de pooier en schaakkampioen uit Die Blendung van Elias Canetti. Maar dat hield ik voor mezelf. Er werd al voldoende met giftige pijlen geschoten. En dan te denken dat ik op dat zelfde ogenblik in het Filmhuis naar Samuel Fullers Shock Corridor had kunnen zitten kijken. Het heeft dertig jaar geduurd eer ik die film dan toch te zien heb gekregen.

Middernacht. Graag had ik nog wat gelezen in De vrolijke wetenschap, maar je kunt niet alles hebben in het leven. Of zoals de Engelsen zeggen: You can’t have your cake and eat it too. We hadden een mooie avond met behoorlijk wat rode wijn en de heerlijke couscous die Senga met liefde had bereid. Overdag was ze gaan shoppen. Ze heeft twee mooie pullovers gekocht. De ene is doorzichtig en de andere diep uitgesneden. Vanavond had ze de diep uitgesneden versie aan, die ze als minijurk draagt. Na het eten hebben we platen beluisterd van Poet & the Roots en Mink Deville. Wat een schitterend album toch weer, dat Return to Magenta, in het bijzonder Just Your Friends, met die bezeten mondharmonica. Onder invloed van de wijn deed ik pogingen om voor Senga Big Joe Turner’s TV Mama te zingen:

Every time she loves me, man, she makes me scream
She just tastes like candy, boys, I really go for sweets
I love her from her head down to her little bitty feet

Het leven in het Dolfijnhuis is stukken minder vervelend dan in het gemeentehuis van Borgerhout, zei ik zomaar tegen Senga. En Geheim Agenten zie ik hier ook niet, voegde ik eraan toe. Geheim Agenten, vroeg Senga. Laat maar zitten, zei ik, we zijn hier veilig. Met mij aan het roer valt op dit schip niets te vrezen.

Foto: Martin Pulaski

 

 

DE KLEINE SANDRA

2016-08-18-poix 062

Op een zomerdag in 1979 in een grote, schilderachtige tuin die gedeeltelijk uitgeeft op de Harmonielaan in een buitenwijk van de stad A. gebeurde het volgende. In het warme gras ligt naast een appelboom een man op zijn buik met het geweer in de aanslag. Wie een blik op hem werpt ziet meteen dat hij ernstig gewond is. Lang heeft hij niet meer te leven. Op ongeveer twee meter van hem verwijderd staat een andere figuur, op wie de liggende man zijn wapen probeert te richten. Stil staat hij daar, alsof hij verlamd is. Mogelijk denkt hij dat het geen zin meer heeft om zich nu nog uit de voeten te maken; de man in het gras zal hem hoe dan ook neerschieten.

Nu maakt de liggende man, nog steeds op zijn buik, zeer traag een draai van 180 graden. Waarom doet hij dat, terwijl het overduidelijk een pijnlijke beweging is? Toch lijdt het geen twijfel dat zijn laatste kogel de staande man, die zelfs van deze kans geen gebruik maakt om zich te verwijderen, dodelijk zal treffen. Wat verderop, enigszins aan het zicht onttrokken door enkele bloeiende rozenstruiken en de schaduw van de appelboom, speelt een klein meisje met lange blonde lokken met een springtouw. Een schot weerklinkt. Lijsters, eksters, kauwen en koolmeesjes vliegen weg uit de appelboom. Het meisje valt neer op het gras. Bloed stroomt uit een wond in haar borst. Ze is dood.

De vader van het meisje komt op haar toegesneld. “Bloemen!” roept hij, met een stem die verstikt in zijn verdriet. “Bloemen!”. Onmiddellijk daarop komt er een vrouw uit een zijdeur van de aanpalende villa en loopt op de vader toe met een vaas vol delicate witte rozen in de handen. Een zusje van het gestorven meisje komt met een klein tuiltje vergeet-mij-nietjes en viooltjes aangelopen. Nog andere mensen komen de tuin in met lelies, asters, pioenen, chrysanten, anjers, tulpen, zelfs gladiolen en allerlei bloemen waarvoor in onze taal geen naam bestaat. Alle aanwezigen gaan in een kring om het dode meisje staan. Ook de man die dreigde neergeschoten te worden voegt zich bij de rouwenden. Hij heeft geen bloemen maar het geweer van de liggende man, die inmiddels zelf ook gestorven is, in zijn handen.

De omstaanders gaan de man zonder bloemen van de moord op het kleine meisje beschuldigen.

Op kalme toon vraagt de vader van het meisje of hij, de man die stil was blijven staan, de fatale kogel heeft afgevuurd. “Nee”, antwoordt de man met het geweer, “de liggende man heeft het gedaan.” Een van de aanwezige vrouwen, die blijkbaar alles gezien heeft, bevestigt deze uitspraak. Maar zelfs zonder dit getuigenis  zou niemand het aangedurfd hebben de staande man te beschuldigen. Daarvoor klonk zijn nee te ondubbelzinnig en te oprecht, en was de blik in zijn ogen te helder en geheel vrij van vrees.

1979/2020
Foto: Martin Pulaski, Poix Saint-Hubert, 2016

DE BEKLIMMING VAN BRABO

4-29-2013_074janvv

[NACHTEN AAN DE KANT 22]

WERELDVREEMDE LIJST VAN MERKWAARDIGE GEBEURTENISSEN IN HET JAAR 1979  2de deel: 1 juli tot 31 december.

7 7 1979 Nosferatu: Phantom der Nacht van Werner Herzog. Drinken en roken. Jan V. en Bie zonderen zich af. Ik blijf enkele dagen in bed.

9 7 1979 Over Badlands van Terrence Malick.

10 7 1979 Aankoop van stiletto’s. Voorbereidingen voor een reis naar de Provence en de Camargue. Bezoek van Willy Boy en Paul Luyten. Verhaal van het poesje.

29 7 1979 Terug in Antwerpen. Geschiedenis van het konijn.

5 8 1979 Blackout in het appartement van Giuseppe.

7 8 1979 In Brussel. Days of Heaven van Terrence Malick. Country en rock op de Grote Markt in Brussel: Commander Cody and His Lost Planet Airmen en Elliott Murphy.

8 8 1979 Een hongerloon. Het Land van de Grote Belofte van Andrej Wajda.

9 8 1979 Drie vragen van Ria Pacquée. De kleine Elias.

14 8 1979 Over Ernst Jünger.

16 8 1979 Verkeerde interpretatie van ‘Taferelen van onverschilligheid’.

24 08 1979 Jean-Paul Dollé. Beschouwingen over Last tango in Paris van Bernardo Bertolucci.

25 8 1979. Een merkwaardige brief van Guy Bleus. Waanzin? Gevoel van leegte na het vertrek van Jesse.

1 9 1979 Een horrordroom. H.C. Ten Berge.

2 9 1979 Doodservaring. Een lijk in de kelder bij de Filosofische Kring Aurora.

4 9 1979 Bob Dylans Slow Train Coming.

5 9 1979 Over Rainer Maria Rilke. Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge en Duineser Elegien. Immanuel Kant en Thomas De Quinceys Last days of Immanuel Kant.

6 9 1979 Céline et Julie vont en bateau van Jacques Rivette. De dubbelganger.

7 9 1979 De hartspecialist.

7 9 1979 L’année dernière à Marienbad van Alain Resnais en Alain Robbe-Grillet. Een avond met Max en Ginette.

8 9 1979 Enkele beschouwingen over Talking Heads en enkele andere jonge bands.

11 9 Over de negatieve aspecten van benzodiazepines.

12 9 Over ziekte en vergankelijkheid. Jobs identificatie met Jezus Christus.

13 9 1979 De huisarts dokter Debaene. Effi Briest van Rainer Werner Fassbinder, een meesterwerk. Café De Volle Maan. Herinneringen aan de eerste dagen en nachten met Senga. Hilde Van M. In café de Cereus met Giuseppe.

14 9 1979 Cultiveer ik het schrijverschap? Over Een brief lezen in de metro in het NVT.

15 9 1979 Over Chinesisches Roulette van Rainer Werner Fassbinder.

16 9 1979 Seks, angst en dood.

19 9 1979. Dokter Clerckx, longarts.

20 9 1979 Zoeken naar iets in plaats van niets (Find myselfs a city to live in).

26 9 1979 Verkoop van het Dolfijnhuis.

1 10 1979 Over Engelen, Emmanuel Swedenborg en William Blake.

2 10 1979 In het Rivierenhof. Samuel Becketts Murphy. Verkoop van de zwarte leren jas van Senga. Een nacht in Cinderella’s Ballroom. Captagon.

4 10 1979 Droom over Charles Gounod en andere muziek.

8 10 1979 Beschouwingen over Mes petites amoureuses van Jean Eustache, Proust en Rimbaud.

10 10 1979 Southside Johnny & the Asbury Jukes in AB Brussel.

11 10 1979 Bezoek van mijn ouders en broer. De erfenis van tante Ellie.

14 10 1979 Utamaro’s wereld.

17 10 1979 Een droom. Op het kerkhof. In het labyrint van Orpheus en Renée.

18 10 1979 Violette Nozière van Claude Chabrol. Oedipus. Gedichten van André Breton, Benjamin Péret en Paul Eluard. Bij Aurora voorbereiding van een poëziemanifestatie.

violette3

19 10 1979 Op zoek naar een nieuwe woonst. Een bezoek van dokter Debaene.

20 10 1979 ‘Huwelijksparty’ (performance) van Guy Bleus in het Pannenhuis. Tequila. Wat is lijden?

24 10 1979 Met Paul R. naar een lezing van Marcelin Pleynet. Théorie de l’art moderne. Een avond van bezinning in het Pannenhuis.

25 10 1979 Lamorinièrestraat 213: Een nieuwe woning gevonden. Jammen met Jimi Hendrix.

27 10 1979 Poëziemanifestatie van Aurora in het Filmhuis. Lovende woorden van de dichter Eldert Willems.

30 10 1979 Jesse op vakantie bij ons. Jesse en Vera organiseren een feestje. Een cheque van mijn moeder. Pannenkoeken eten. Voorlezen uit Jack London.

11 1979 Met Jesse naar Abba in Vorst Nationaal. Een bizarre rit met de taxi.

6 11 1979 De kleine Paul eet verf. Over Die linkshändige Frau van Peter Handke.

linkshandige frau

8 11 1979 Droom van de zwarte zon. Gesprek met Eddy Devos over de zon van Vincent Van Gogh, psychotherapie en over Wozzeck van Alban Berg en Büchner.

9 11 1979 Over mijn moeilijke vriendschap met Job. Gesprek over filosofie en literatuur.

10 11 1979 Annie Reniers over het nihilisme. De tijdelijkheid.

12 11 1979 Senga en ik nodigen Giuseppe en zijn nieuwe vriendin Anna uit voor een etentje. Om 4 uur ’s nachts met zijn vieren naar Cinderella’s Ballroom.

13 11 1979 Over Cul-de-sac van Roman Polanski en Days of Heaven van Terrence Malick.

15 11 1979 Teleurstelling en woede. Zwaar aan de drank in het Pannenhuis, met Wout Vercammen en Walter Van Rooy. Verzoening met Wout Vercammen.

16 11 1979 De Staat als grondslag van de Vrijheid, voordracht van Leopold Flam. Performance van Ria Pacquée in Ruimte Z. Een nieuwe beat generation? Met Guy Bleus naar Pannenhuis en Cinderella.

17 11 1979 The Kinks in Vorst Nationaal. Beschouwingen over The Kinks, massa en agressie.

23 11 1979 Euforie met Giuseppe, Anna en Senga in de Muze en de Kroeg. Oeuvres Complètes van Antonin Artaud.

29 11 1979 Verhuis naar de Lamorinièrestraat. Ware Vriendschap.

1 12 1979 Opening tentoonstelling van werk van Guy Bleus bij Filosofische Kring Aurora.

12 12 1979 Over Apocalypse Now van Francis Ford Coppola.

13 12 1979 De geschiedenis van een tafel. Het leven een droom. Een cadeau van Senga: Something Else by the Kinks.

kinks-something2

14 12 1979 Paul Rigaumont over De verwijdering. Met ons groepje en Flam naar café des Arts. Later een heerlijke nacht in Cinderella’s Ballroom met schitterende muziekkeuze van Maryse.

18 12 1979 La Luna van Bertolucci. Senga slikt een hoge dosis efedrine (Alfavit), een middel tegen astma.

20 12 1979 Dwaze nacht in het Pannenhuis en de Skipper. Met Walter Van Rooy en Guillaume Bijl. De beklimming van Brabo.

31 12 1979 Herinneringen aan de laatste dag van 1969. Wedergeboorte. De beste albums van het afgelopen decennium.

98 antwerpen1978horizontaal

LOOKING FOR MS. AND MR. GOODBAR

Buster-Keaton-Marion-Mack-The-General

[NACHTEN AAN DE KANT 21]

WERELDVREEMDE LIJST VAN MERKWAARDIGE GEBEURTENISSEN IN HET JAAR 1979. 1ste deel: 1 januari tot 30 juni.

““’He could not live with himself.’ It was just a phrase, but an exact one. Under the pressure of Power, the self cracks and splits. The public coward lives with the private hero. Or vice versa. Or, more usually, the public coward lives with the private coward. But that was too simple: the idea of a man split into two by a dividing axe. Better: a man crushed into a hundred pieces of rubble, vainly trying to remember how they – he – had once fitted together.”
Julian Barnes, The Noise of Time

Om mijn terugblik op onze eerste jaren in Antwerpen en vooral op de nachtelijke zijde daarvan meer samenhang en context te geven volgt hier (en in de volgende afleveringen) een beknopte opsomming van relatieve hoogtepunten van 1979 – die ook in dit geval dieptepunten konden zijn. Ik probeer de aandacht vooral op het Pannenhuis te richten maar net als voor 1978 moeten sommige voorvallen bij ons thuis of op andere plaatsen ook worden vermeld. Vergeet daarbij niet dat er geen nacht is zonder dag en dat alle herinneringen tegelijk waarheid en verzinsel zijn. Wat jij zegt had ik zelf net zo goed kunnen zeggen, en vice versa.

4 1 1979 Huiselijke taferelen in het Dolfijnhuis. Op droog zaad. Robert Falcon Scott.

7 1 1979  Ziekte van Senga. Bezoek van moeder, Guillaume Bijl en Anton. Een nacht in café De Gnoe.

12 1 1979 Opening in het Pannenhuis van de tentoonstelling Termen, werk van Leo Steculorum. Gesprek met Paul Rigaumont over kunst en kunstkritiek. Ontmoeting met Wout Vercammen.

17 1 1979 Met Guy Bleus naar Quick en Pannenhuis. Gesprekken met Luc Van Tendeloo en Ria Pacquée over Jabberwocky en Aguirre, der Zorn Gottes. Een droom over een hels concert en Geheime Agenten.

24 1 1979 Opgeklaarde hemel. Project van de Filosofische Kring Aurora goedgekeurd voor het Bijzonder Tijdelijke Kader. Kleuren tegen die bleierne Zeit.

29 1 1979 Laatste nieuws (over amokmakers): John Travolta, Patricia Hearst, Brenda Spencer. Stijl. Droom van Marina di Pisa.

8 2 1979 Dwepers. Bij Wim Meewis de zachtmoedige schrijver. Café Tivo. Een nacht in de kroegen met Giuseppe. Warren Oates, Monte Hellman en Sam Peckinpah. Millie Perkins. Ervaring van stilstand en het opene in het Stadspark.

monte_hellman_Shooting_07_blu-ray_

14 2 1979 De dood van Jean Renoir. Lectuur van Nietzsches De vrolijke wetenschap en van Die Blendung (Het Martyrium) van Elias Canetti.

17 2 1919 Kunstfilms van James Scott. Over popartkunstenaar Richard Hamilton.

19 2 1919 Droom van een tentoonstelling in het Pannenhuis: EAT ART.

22 2 1979 Met Giuseppe naar Sisters van Brian DePalma. Giuseppe’s fascinatie voor horror. Giuseppe leest voor uit Charles Bukowski’s The Days Run Like Horses Over The Hill.

26 2 1979 Mijn broer François en mijn schoonzus Astrid zeggen de scheepvaart vaarwel en openen café Derby in Hoeselt. Jukeboxmuziek. Dansen op Do Ya Think I’m Sexy van Rod Stewart.

28 2 1979 Bij Pax Christi voor een job. Wat is polemologie? Wandeling in oude Antwerpse straatjes. De schoonheid van straatnamen.

2 3 1979 In Cartoons The General van Buster Keaton. Nacht in het Pannenhuis met Chantal Strubbe, Renée Strubbe, Gazoe en Guillaume Bijl. Maria Mentens vertelt me uitgebreid over haar vader, de mensch Michel Mentens. Ongewild parasitisme.

6 3 1979 Bezoek van mijn vriend uit Sint-Joost, Paul Luyten. Paul woont nu in Gent en runt een boekwinkel (Walry). VDB is formateur en heeft een Plan. Aan de Franse grens lopen massa’s varkens op straat. Voyager 1 bereikt Jupiter.

11 3 1979 Televisieavond bij Guillaume en Renée. Bruce Springsteen live: Eddy Merckx/Fausto Coppi van rock & roll. La Notte van Michelangelo Antonioni. Problemen van de hedendaagse literatuur.

23 3 1979 Shoppen met stijl. Regenjassen van De Wolmolen. Met Paul Luyten naar de film Sybil van Daniel Petrie. In het Pannenhuis en Gard Sivik.

1979-1980-aurora 5 001

27 3 1979 In het Pannenhuis tentoonstelling/performance van Guy Bleus: Diploma’s/Smell Art/Mail Art. Diploma’s te koop.

2 4 1979 Een vervelend misverstand. Mislukte voordracht over Dantes Paradijs. Een probleem genaamd ironie.

4 4 1979 Tentoonstelling Frans Gentils in Pannenhuis. Rhythm & Blues Party. Dans als ziekte en als doodsverlangen. Marcia Trionfale van Marco Bellocchio.

24 4 1979 Opening van Guillaume Bijls tentoonstelling ‘Autorijschool Z’ in Galerij Z. Met Senga, Bie DM en Giuseppe. In St-Katelijne Vest geknield en gebeden voor het beeld van Jezus Christus.

25 4 1979 Televisieavond bij Guillaume Bijl en Renée Strubbe. Patti Smith in Rockpalast: hogepriesteres van rock & roll. So You Want To Be a Rock and Roll Star?

01  Rock ‘n’ Roll Star
02  Hymn
03  Rock ‘n’ Roll Nigger
04  Privilege
05  Dancing Barefoot
06  Redondo Beach
07  25th Floor
08  Revenge
09  Wave
10  Pumpin’ My Heart
11  7 Ways Of Going
12  Because The Night
13  Frederic
14  Jailhouse Rock
15  Gloria
16  My Generation

28 4 1979 Met Giuseppe in café Pallieter op het Mechelseplein. Gesprek over muziek en literatuur, Sartre, schrijven onder invloed van amfetamine. In het Pannenhuis ruzie met Job.

8 5 1979 Paul Rigaumont toont me werk van een uitzonderlijk schilder, Vladimir Veličković, geboren in 1936 in Joegoslavië (nu Servië). Margaret Thatcher is de eerste vrouwelijke premier van Groot-Brittannië.

Vladimir VELIKOVIC2

10 5 1979 De dood van Louis Paul Boon.

16 5 1979 Gedachten over punk, onverschilligheid en gemeenschap. Eenzaamheid als wapen. Nog meer  Vrolijke Wetenschap.

17 5 1979 Achterhaald radicalisme van enkele kameraden. Schranderheid die domheid blijkt te zijn.

20 5 1979 Moeilijkheden met conversatie en het formuleren van ideeën.

23 5 1979 Droom over de dood van David Bowie.

30 5 1979  Genereuze vrienden – Nieuw Vlaams Tijdschrift – Wim Meewis revisited.

1 6 1979 Enkele woorden over Ezra Pound. Mijn verhaal ‘Een brief lezen in de metro’ gepubliceerd in NVT.

11 6 1979 De blijde intrede van Bie De Meulenaere.

12 6 1979 Over boeken en schoenen.

15 6  Met Senga en Bie naar Looking for Mister Goodbar van Richard Brooks. Paul Rigaumont begint met olieverf op groot doek te schilderen. Zelfmoord van Jean-Louis Bory.

21 6 1979 Dood van Nicholas Ray. Verhalen van Eddy Devos uitgegeven door Aurora. Gedichten van Tonko Brem alias Antoon Van den Braembussche.

27 6 1979 Met Senga en Bie DM naar Dylans Renaldo en Clara (opnieuw).

29 6 1979 Opening van tentoonstelling van Walter Van Rooy in Pannenhuis. Met Bie en haar zus Leen in het Pannenhuis, de Muze, de Mok en de Kroeg. Poesjes ontdekt in de kelder van het Dolfijnhuis.

goodbar2

 

POP 1980: EXTASE, ANGST EN BEVEN

lydialunch1

Op de voor mij belangrijkste gebeurtenissen van 1980 kom ik later nog uitgebreid terug. Goed voor mij was dat ik eindelijk opnieuw betaald werk had. Ook voor Senga was dat zo. Toch speelde ons privéleven zich nog grotendeels in het nachtelijke Antwerpen af. Een levenswijze in de marge, ongezond en soms gevaarlijk. Tot onze grote spijt werd het mooie huis in de Dolfijnstraat verkocht. Onnadenkend verhuisden we naar een klein dakappartement (twee kamers) in de Lamorinièrestraat. In de zomer was het er snikheet, in de winter niet warmer dan 16 graden. Als ik zat te schrijven verwarmde ik mijn voeten met een broodrooster. Er was maar plaats voor één eenpersoonsbed. De tequila smaakte er geweldig.

De beste elpee van 1980, London Calling van the Clash, staat niet in de lijst: ze is eind 1979 uitgekomen. Een concert van Captain Beefheart in Brussel dat jaar zal me altijd bijblijven. Sound Affects van the Jam kon me elke dag weer blij maken. The Psychedelic Furs waren helemaal niet psychedelisch, maar hun muziek was anders dan die van de rest, ook al kon je er de invloeden meteen uithalen. Richard Butler en zijn kompanen hadden een geheim ontsluierd dat niemand voor hen gehoord had. Wie zal zeggen wat het was? Herinnert iemand zich nog Blue Angel? De zangeres van de band was Cyndi Lauper, bijgenaamd De Stem.

2020-08-17-elpees 008

  1. Get Happy!! – Elvis Costello & the Attractions
  2. Closer – Joy Division
  3. Scary Monsters (And Super Creeps) – David Bowie
  4. Remain in Light – Talking Heads
  5. Doc At The Radar Station – Captain Beefheart
  6. Common One – Van Morrison
  7. Second Album – Suicide
  8. The River – Bruce Springsteen
  9. Sound Affects – The Jam
  10. Le Chat Bleu – Mink DeVille
  11. Boys Don’t Cry /Seventeen Seconds – The Cure
  12. The Psychedelic Furs – The Psychedelic Furs
  13. Emotional Rescue – Rolling Stones
  14. Sandinista! – The Clash
  15. The Up Escalator – Graham Parker & The Rumour
  16. Queen Of Siam – Lydia Lunch
  17. Hypnotized – The Undertones
  18. Gaucho – Steely Dan
  19. End Of The Century – The Ramones
  20. Heartattack And Vine – Tom Waits
  21. Pretenders – Pretenders
  22. Alan Vega – Alan Vega
  23. The Art of Walking – Pere Ubu
  24. Fireside Favourites – Fad Gadget
  25. Blue Angel – Blue Angel
  26. I Just Can’t Stop It – The Beat
  27. T.T. – Fela Kuti & Africa 70
  28. Defunkt – Defunkt
  29. Hawks & Doves – Neil Young
  30. Stand in the Fire / Bad Luck Streak In Dancing School – Warren Zevon
  31. Colossal Youth – Young Marble Giants
  32. The Correct Use Of Soap – Magazine
  33. Are You Glad To Be In America? – James Blood Ulmer
  34. Arc Of A Diver – Steve Winwood
  35. Crocodiles – Echo & The Bunnymen
  36. Kilimanjaro – The Teardrop Explodes
  37. The Return Of The Durutti Column – The Durutti Column
  38. Warm Leatherette – Grace Jones
  39. Ambient 2: The Plateaux Of Mirror – Harold Budd & Brian Eno
  40. Kaleidoscope – Siouxsie And The Banshees

2020-08-17-elpees 012

Ook boeiende elpees uit 1980: The New Age Steppers – New Age Steppers, Storm Windows – John Prine, Paris Au Printemps – Public Image Ltd., American Music – The Blasters, Diana – Diana Ross, Flesh And Blood – Roxy Music, Jane From Occupied Europe – Swell Maps, Back To The Barrooms – Merle Haggard, The Monkey Puzzle -The Saints, Bass Culture – Linton Kwesi Johnson, Love Zombies – The Monochrome Set, Hell Of A Spell – Doug Sahm, Pauline Murray And The Invisible Girls, Crawfish Fiesta – Professor Longhair, Fourth World, Vol. 1: Possible Musics – Jon Hassell & Brian Eno, Lio – Lio, Truth Decay – T-Bone Burnett, Songs The Lord Taught Us – The Cramps, Saved – Bob Dylan, AutoAmerican – Blondie, Off The Coast Of Me – Kid Creole And The Coconuts, The Long Riders (Original Sound Track) – Ry Cooder, Roses In The Snow – Emmylou Harris, Growing Up In Public – Lou Reed, Jeopardy – The Sound, Too Much Pressure – The Selecter, Borderline – Ry Cooder, Red Exposure – Chrome

bowie

DE NIEUWE GIDS

La_Barque_de_Dante_(Delacroix_3820)

Van alle cafés waar ik ooit kwam heb ik aan het Pannenhuis de beste herinneringen, ook al beleefde ik extatische momenten in Cinderella’s Ballroom op de Stadswaag. Daar heb ik net zo goed fijne herinneringen aan, maar ze zijn vager dan die aan het Pannenhuis. Wellicht omdat ik in Cinderella’s Ballroom voornamelijk voor de muziek kwam, en om te dansen.

Zo begon op 5 november 2019 deze reeks, eerst met als titel Nachten in het Pannenhuis, later als Nachten aan de kant. Mijn bedoeling was de sfeer van het Antwerpse nachtleven in de periode 1978-1982 op te roepen en enkele vrienden en kennissen uit die tijd uit mijn eigen vergetelheid naar boven te wroeten.
In dit verhaal – dat vrij lang werd onderbroken –  ben ik nu aan het 21ste hoofdstuk aangekomen. Mijn eindbestemming is nog niet in zicht. Een aantal van de nachtelijke vrienden van vroeger is wel al vrij uitgebreid aan bod gekomen: Guillaume Bijl, Renée Strubbe, Leo Steculorum, Jos Dorissen, Agnes alias Senga, Guy Bleus, Flor Van Tendeloo, Brigitte van Cleynenbrogel, Gabriëlla Boonen, Max Borka, Johnny Pappas, Ria Pacquée, Paul Rigaumont, “Anton”, Dominique, Wout Vercammen. Maar een behoorlijk aantal protagonisten moet zeker nog voor het voetlicht treden. Ik wil hierbij verduidelijken dat het mij hoofdzakelijk te doen is om wat ik nachtvrienden noem. Mijn vrienden van overdag, degenen die ik ’s nachts zelden ontmoette, en mijn familie, waaronder mijn zoontje, komen maar sporadisch in beeld. Niet omdat ik hen geen warm hart toedraag, integendeel. Alleen leken het wel aparte werelden (die soms wel eens konden samenvallen).

Nachten aan de kant is zonder dat ik het wilde in verschillende richtingen uitgewaaierd; samen hebben we ons op soms overwoekerde zijpaden begeven. Af en toe leek onze nieuwe omgeving op een donker woud. Moeilijk om daar weer uit te raken, zeker als het midden van je levensweg al ver achter je ligt.  Voor een onderneming als deze – noem het een reis in de tijd – heb je een gids nodig, een nieuwe Vergilius, die kennis heeft van popmuziek, Europese literatuur, filmkunst, theater, dans, iemand die het nachtleven van omstreeks 1980 kent. Niet alleen dat, deze Vergilius moet je eveneens helpen om met een 21steeeuwse blik en een hedendaags bewustzijn terug te kijken naar het eigen verleden en je de mogelijkheid geven om de tijdgenoten van toen naar de wereld van vandaag te verplaatsen. Die gids kan ik alleen in mezelf vinden. Ik moet als het ware uit mezelf treden en met de andere die ik dan ben in dialoog gaan. Een moeilijke maar niet onmogelijke opgave. Je hebt altijd meerdere zelven. Je leeft tegelijk in het verleden en in het nu, de tijd van Trump en anti-democratie en qua omvang de ernstige pandemie sinds de Spaanse Griep van 1918-1919.

Wat ik wil doen om dit verslag wat meer helderheid te geven is nog eens een lijst maken, zoals ik voor het jaar 1978 al deed in Alleen in de tijd wordt de tijd overwonnen en in Kicks aganst the pricks.
In de volgende twee of drie hoofdstukken zal ik  een beknopte opsomming geven van hoogtepunten van 1979 – die ook in dit geval dieptepunten konden zijn. Ik probeer de aandacht vooral op het Pannenhuis te richten maar net als voor 1978 moeten voorvallen bij mij thuis of op andere plaatsen – al was het maar als context – een plaats krijgen.

Afbeelding: La barque de Dante, Eugène Delacroix

 

 

 

 

DWEPERS

1978-1980-AURORA 14 001

[NACHTEN AAN DE KANT 20]

Inmiddels is het februari geworden. Vanmorgen kwam de huisbaas vragen hoe het zat, komt er nog wat van, van die huishuur. We zullen wel zien. Het is nog maar de achtste. Waar maakt die lieve man zich druk om? Zijn vrouw zal hem wel aanporren. Neen, door huisbazen laat ik me niet opjagen. Vandaag wil ik rust in mijn hoofd.

Een paar dagen geleden vergaderden we met de redactie van Aurora bij de schrijver Wim Meewis. Een beminnelijk man, iemand die ik ten zeerste waardeer. Ik heb de indruk dat het wederzijds is. Hij heeft me al meermaals gezegd dat hij mijn teksten graag leest. Wim en zijn vrouw wonen in een ruime flat op de elfde verdieping van een groot gebouw met een adembenemend uitzicht op de Schelde, de stroom van gelukkige momenten en persoonlijke tragedies. Mijn broer en schoonzus zijn er bij een schipbreuk bijna in verdronken. Een voorbijvarende sleepboot kon hen op het laatste moment nog redden. Toen ik nog een kleine jongen was is een van mijn neven, Louis Costers, tijdens mistig weer overboord gesukkeld. Pas weken later werd zijn levenloos lichaam op een oever een heel eind van Antwerpen teruggevonden. Sindsdien worden de verheven gevoelens die de stroom bij me oproepen soms verdrongen door huiveringwekkende herinneringen.

Na de vergadering met enkele redactieleden gingen we nog wat ‘napraten’ in café Tivo op de Bolivarplaats. Veel gezeur en negatieve gevoelens ten aanzien van Leopold Flam, onze ‘leider’. Daar doe ik liever niet aan mee. Wat een contrast met de poëzie die de Schelde bij me oproept. Toen Job was uitgeraasd over professor Flam moest Van Morrison het ontgelden. Het leek wel of Job het over een gewetenloze schurk had, zo wond hij zich op. Van Morrison, die vent  heeft volstrekt geen talent, riep hij uit. Een oplichter, vervolgde hij. En zo ging hij nog een tijd door. Job weet goed dat de Ierse zanger en songschrijver een van de weinige echt stralende sterren aan het rockfirmament is. Hij weet dat Astral Weeks en Moondance meesterwerken zijn. Het is de drank die hem zo dwars doet liggen, denk ik. Job heeft wel vaker een kwade dronk. Het is naar het schijnt iets in zijn frontale kwab, of anders zal het zijn amygdala wezen, de details ken ik niet, het is een delicate kwestie. Ik keek op mijn horloge, wat ik zelden doe in fijn gezelschap. Round midnight, dacht ik, tijd om hier op te stappen.

monte_hellman_Shooting_09_blu-ray_2

two_monte_hellman_Shooting_06_blu-ray_3

Gelukkig was Giuseppe thuis. Zo is het toch nog een genoeglijke nacht geworden. Volgens mijn wat buitensporige maatstaven van de laatste jaren hebben we zelfs niet al te veel gedronken. We zijn naar een volkscafé bij hem in de buurt gegaan, een plek waar we wel vaker zitten. Er valt helemaal niets te beleven, maar wat maakt ons dat uit? Met Giuseppe ga ik niet op café  omdat daar iets te beleven is. Terwijl Giuseppe was gaan plassen heb ik op een bierviltje een ontwerp voor een gedicht over de Schelde geschreven. Mogelijk kan ik daar nog iets mee aanvangen, later, als ik ouder en wijzer ben. Kitsch schittert in de smoelen van het schone volk, en meer van dat. Haast onleesbaar.

We hebben uren over film gepraat, wat we wel vaker doen. Giuseppe dweept met Montgomery Clift. Hij heeft net zijn biografie gelezen en wil dat ik dat ook doe. Je moet, zei hij. Oké, zei ik, dat zal ik doen. Je weet hoe gehoorzaam ik ben. Eigenlijk wil ik mij Monty liever herinneren zoals ik hem ken uit Red River, maar dat zei ik niet. Giuseppe houdt teveel van levens. Hij verslindt dagboeken, biografieën en autobiografieën. Ik heb hem het werk van regisseur Monte Hellman aangeraden; een drietal van zijn films worden dezer dagen tijdens Film International vertoond. In het Filmmuseum in Brussel was ik beslist onder de indruk van The Shooting en Ride in the Whirlwind, niet eens zo lang geleden. Vooral van die eerste, die een raadselachtig verhaal vertelt over een opdracht in de woestijn, met Warren Oates en Jack Nicholson. Paarden, dubbelgangers, cocaïne, het land van Cocagne. Giuseppe was een even grote bewonderaar van Warren Oates als ik. Van het een kwam het ander. Het ander was Bring Me the Head of Alfredo Garcia. De beste film van Peckinpah, zei Giuseppe. De beste rol van Warren Oates, zei ik. In The Shooting speelt ook een mij verder onbekende actrice mee, Millie Perkins. Van haar ben ik nog altijd aan het dromen, zei ik, ze ziet er even mysterieus uit als het personage dat ze vertolkt. Ik geloof dat zij het liefje van Elvis was in Wild in the Country, zei Giuseppe. Beroemd is ze er niet mee geworden, zei ik. Ze was meer een beatmeisje, zei Giuseppe. Ze had zangeres moeten worden, zei hij. Misschien kan ze niet zingen, zei ik. In Wild in the Country zingt ze alvast niet, zei Giuseppe. Ken je dit, vroeg hij. Hij toonde mij het Duitse tijdschrift Filmkritik. Nee, zei ik. Uit de bibliotheek meegenomen, er is toch geen kat die het leest, zei hij. Hij liet me een stukje van een interview met Wim Wenders lezen. Wat Wenders daarin vertelde was zo hartverwarmend dat ik hem meteen als een verre vriend ging beschouwen. Je mag het hebben, zei Giuseppe, je hebt er meer aan dan ik. Trouwens, Martin, ik heb Bobby Bland ontdekt, zei hij, wat een geweldige zanger. Ik ken alleen zijn Turn On Your Lovelight en dan nog voornamelijk in de versies van Van Morrison, met Them, en die van The Grateful Dead, zei ik. Ik zal voor jou zijn elpee His California Album eens meebrengen, zei Giuseppe. Opgenomen begin jaren zeventig. Fantastisch album, vooral het nummer Up and Down World.

De ochtend was aangebroken. We bestelden onze laatste glazen bier in café de Balie, tegenover het Justitiepaleis. Ze smaakten bitter en overbodig, maar ze stonden daar voor ons op tafel met een bedoeling. We hadden al lang weg moeten zijn, naar huis, we hadden meer dan voldoende pils naar binnen, maar we wilden zo lang mogelijk bij elkaar blijven, in die betoverde cirkel van vriendschap. Daarom stonden die glazen daar. Zo was er een uiterlijke reden om onze roes in stand te houden: demon alcohol, ons noodlot.

Naar huis dan maar, waar Senga op me wachtte. De dag is helder, zoals hij alleen in februari helder kan zijn. Antwerpen is een geheel van lichtblauwe, scherp afgetekende vormen. Veel net niet verblindend wit zie ik ook. In het Stadspark zitten de meeuwen en de eenden stil op het ijs. Het is een merkwaardig zicht. Deze versie van de werkelijkheid zie je alleen maar als je een hele nacht bent opgebleven. De vogels zijn nu in het opene gekomen, ze hebben de gewichtloosheid van marionetten, de tijd heeft geen vat op ze. Zelfs het ijs laat je niet onverschillig. De wereld is tot stilstand gekomen. Er is nog niets begonnen. Welke andere stad is zo doordrenkt van deze sfeer? Stilstand, jazeker, en toch weet ik dat er tegelijk beweging is. In de verte worden de grote zeeschepen gelost en geladen. De dokwerkers zijn druk in de weer. Ik herinner mij uit mijn kinderjaren de immense kranen, de zeeschepen uit de hele wereld, de geur van sinaasappelen en bananen. De geur van hout uit Brazilië, het immense woud daar dat ik ooit met mijn broer zou ontdekken.

Bijna middag toen ik thuis kwam. Weer een Antwerpse nacht in mijn kleren en onder mijn huid gekropen.

1979-1980jos-flam

Foto’s: met Wim Meewis, circa 1979; The Shooting van Monte Hellman; met Leopold Flam en Giuseppe (regenjasbrigade).

WIE IS WIE?

obscur1

Bij mij weet je het nooit, en mogelijk kom je het ook nooit te weten, tenzij je een speurder bent van het type dat in de romans van Patrick Modiano opduikt. Ik bedoel dat in mijn werk soms iemand zo heet en dan weer zo. Stel dat ik iemand in het echte leven – hoe echt dat leven was is nu van weinig belang – heb gekend die Z heette. Stel dat ik hem of haar aanvankelijk A noemde. Na een tijd ben ik vergeten hoe ik hem of haar de eerste keer heb genoemd. Of ik ben die naam beu, dat is ook mogelijk. Ik vind een nieuwe naam, B. Iemand die in werkelijkheid – welke werkelijkheid? – met de naam Y werd aangesproken en zo stond het ook op haar identiteitskaart, of in het geval ze een Amerikaanse was dan driver’s license, is in mijn kroniek C geworden. Voor haar mag ik B niet meer gebruiken want die had ik al voor A (die Z heette).
Helemaal in het begin hield ik een lijst bij van mijn verzonnen namen met daarnaast die van hun reële alter ego. Op en top ordelijk als ik ben raak ik zo’n lijst onvermijdelijk kwijt. Dan verlies ik al gauw een weekje met ernaar te zoeken: ik vind dan zoveel andere en veel interessantere documenten. Foto’s van die echte mensen bijvoorbeeld, of boodschappenlijstjes van Senga uit 1979 of Hongaarse bankbiljetten (forinten), enzovoort. Een aantal keren ben ik opnieuw begonnen met zo’n lijst aan te leggen, ABC, ZYX… Maar zoals het met alles gaat in mijn leven geef ik het ten langen leste op.

In 2008 schreef ik al – het moet ergens te vinden zijn – dat ik alle namen verander, zoals Bob Dylan in ‘Desolation Row’. Reeds een hele tijd doe ik dat niet meer met alle namen: soms gebruik ik de echte, die van op de identiteitskaart of rijbewijs, of – omdat het niet in mijn hoofd opkomt hun daarnaar te vragen – dan toch degene waaronder ze mij bekend zijn. Mogelijk zijn die ook niet echt, maar dat geeft niet, het zijn namen.

De vraag die ik mij vorige nacht stelde was of ik toch niet beter consequent zou zijn: zou ik niet beter aan een en dezelfde echt bestaande persoon altijd dezelfde naam geven? Dan weet iedereen meteen wat voor vlees hij of zij in de kuip heeft, in de eerste plaats ikzelf. Want je gaat van mijn personages nergens registers vinden, zoals je die voor die van bijvoorbeeld Jack Kerouac en Stijn Streuvels wel vindt. Niemand weet zelfs dat ik een schrijver ben. Ik ben het zelf een keer gaan opzoeken. Er is nergens een spoor van mij te vinden. Het lijkt wel of ik niet besta. Of misschien besta ik wel, maar ik heb alvast geen naam. Niet eens een letter of ander teken dat erop wijst dat ik ooit letters aaneen geregen heb met de bedoeling schoonheid in de wereld te brengen.
Overigens was Jack Kerouac ook niet consequent: in On the Road heet de echte Neal Cassady Dean Moriarty, in The Dharma Bums en in Desolation Angels wordt hij Cody Pomeray.

Toch wil ik als putje bij paaltje komt graag achterhalen wie wie is. Vandaag vraag ik me bijvoorbeeld af wie deze personages in het echte leven zijn: Angelina, Gisèle, Phyllis, Crazy Dreamer, Job, Gina, Giuseppe, Marcella, Louis, Spano, Daphne, Laura, Sarah, Oswald, Josie, Angie. Misschien moet ik Patrick Modiano eens bellen. Maar ik vrees dat hij nog van zijn Nobelprijs aan het nagenieten is. Robert Zimmerman zal het dan ook wel niet weten.

obscur3

Foto’s: Cet obscur objet du désir (1977), Luis Buñuel.

LAATSTE NIEUWS

Brenda-Ann-Spencer-monday-murderer

[NACHTEN AAN DE KANT 19]

Kijk eens aan. Nu ik mijn baard en snor heb afgeschoren laat John Travolta hem groeien. Zal ik in de mode dan altijd tegendraads blijven? Blijf ik tegen wil en dank de rol van buitenstaander spelen? Ik dacht nu eindelijk eens in het gareel van mijn tijd te lopen. Onbegonnen werk. Als tiener was ik al verknocht aan the Outsiders, die beatgroep met zanger Wally Tax, de West-Europeaan met de langste haren. Was dat vanwege de naam? Dat betwijfel ik. Ik hield van de sensuele stem van Wally Tax, op zijn mooist in Summer’s Here, maar ook van zijn stijl. De stijl van een outsider. Sha-la-la.
Dat over John Travolta las ik in De Morgen. Daarin staat verder dat president Jimmy Carter gratie heeft verleend aan Patricia Hearst, de kleindochter van krantenmagnaat William Randolph Hearst. Ze was wegens terrorisme tot zeven jaar cel veroordeeld. Reeds na 22 maanden hechtenis komt ze vrij zodat ze haar huwelijksplannen kan uitvoeren: op Sint-Valentijnsdag treedt ze in het huwelijk met haar voormalige lijfwacht Bernard Shaw. Wie is die Shaw? Wat heeft ze in hem gezien? Slaat het Stockholmsyndroom opnieuw toe? Het lijkt me onwaarschijnlijk dat mijnheer Shaw de auteur is van Pygmalion; op Henry Higgins lijkt hij evenmin. Op die manier zal Patricia Hearst nooit van haar Symbionees accent afraken.

Op dezelfde pagina: meisje van 16 maakt amok in de Verenigde Staten. Wat is amok toch ook alweer? Is er een verband met Madoc, of Madocke, van de beruchte Willem, een van de schrijvers van Van den Vos Reynaerde? Dat betwijfel ik. Brenda Spencer heet de maakster van dat amok. Maandag heeft ze met een halfautomatisch .22 kaliber geweer met telescoopvizier (en 500 kogels) dat ze van haar vader cadeau had gekregen de directeur en de conciërge van een school in San Diego neergekogeld. Terwijl ze nog volop op schoolkinderen aan het schieten was vroegen twee journalisten van de San Diego Tribune haar – gelukkig via de telefoon – waarom ze dat deed. “Zomaar. Ik had er zin in. Ik heb een hekel aan maandagen. Dit maakt deze dag wat vrolijker… Ik doe het voor de lol…” Zes uur nadat Brenda Spencer het vuur had geopend gaf zij zich over aan de politie. Tijdens de schietpartij had ze marihuana gerookt, downers geslikt en “alle whisky opgedronken die er in huis te vinden was.” “Mijn papa zal trots zijn op wat ik gedaan heb met zijn kerstgeschenk.” Het surrealisme is al lang geen surrealisme meer en Nabokov zei het reeds, de realiteit imiteert de kunst.

Afgelopen nacht droomde ik dat we met Jan en Nicole naar Pisa waren gereden. Zij vonden het daar toch zo heerlijk. Vooral in Marina di Pisa, waar je lekker in de Ligurische zee kan zwemmen. Op het strand lag een aantal reusachtige tankers te roesten. Hoewel het zeewater helder was wilde ik er zelfs niet in gaan pootjebaden. Wat maakte me zo bang? De roestige zeeschepen brachten me in verwarring. Had hier een oorlog gewoed? Hadden de tankers hun giftige lading in zee geloosd? Ik wist het niet. Als verlamd bleef ik op het strand staan, niet bij machte een stap te zetten.
Een vrouw van de televisie kwam Nicole interviewen. Wat vind je van dit alles, vroeg ze. Nicoles lange blonde haren wapperden in de wind. Een teken van overgave? Er komt geen einde aan deze zee, zei ze. En wat een rioolputgeur, voegde ze er wat aarzelend nog aan toe.

pattihearst3